De gigabitinfrastructuurverordening, Verordening (EU) 2024/1309, versnelt de uitrol van vaste en mobiele netwerken met zeer hoge capaciteit (VHC-netwerken) en verlaagt de aanlegkosten. Zij stroomlijnt vergunningsprocedures, verbreedt de toegang tot bestaande infrastructuur en verbetert de coördinatie van civiele werken. De verordening werkt rechtstreeks in alle lidstaten. Voor gemeenten, provincies en waterschappen betekent dit dat vergunningsprocedures voor telecominfrastructuur aan strakke termijnen zijn gebonden en dat hun eigen fysieke infrastructuur onder voorwaarden toegankelijk moet zijn voor netwerkexploitanten.
Waarom een Europese verordening?
Nationale regels over de uitrol van gigabitnetwerken liepen lang uiteen. Dat vertraagde de uitrol en de coördinatie tussen lidstaten en sectoren. De gigabitinfrastructuurverordening vervangt de richtlijn kostenreductie breedband (Richtlijn 2014/61/EU) en brengt de regels samen in één direct werkend kader. De verordening draagt bij aan het Digitaal Decennium 2030: volledige dekking van snelle vaste en mobiele netwerken in de hele EU.
Wat regelt de verordening?
Vergunningsprocedures.
De bevoegde autoriteit stelt binnen twintig werkdagen vast of een aanvraag voor de aanleg van een VHC-netwerk volledig is. Op een volledige aanvraag beslist zij binnen vier maanden. In uitzonderingsgevallen kan die termijn worden verlengd. Blijft een beslissing uit, dan is de vergunning in beginsel van rechtswege verleend. Lidstaten mogen dat uitgangspunt beperken. De termijnen staan in artikel 7, de regel over de vergunning van rechtswege in artikel 8.
Toegang tot bestaande fysieke infrastructuur.
Exploitanten van openbare elektronischecommunicatienetwerken kunnen toegang vragen tot bestaande fysieke infrastructuur, zoals buizen, masten, palen en gebouwen. De houder van die infrastructuur moet redelijke verzoeken inwilligen onder billijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden. Weigering kan alleen op gronden die de verordening uitputtend benoemt, zoals gebrek aan ruimte, een geschikt alternatief of de veiligheid van kritieke infrastructuur. Deze toegangsplicht geldt nadrukkelijk ook voor overheidsinstanties die fysieke infrastructuur bezitten of beheren.
Coördinatie van civiele werken.
Overheidsinstanties en netwerkexploitanten moeten bij civiele werken van voldoende omvang samenwerken, zodat kabels en leidingen gezamenlijk kunnen worden aangelegd. Artikel 5 regelt de coördinatie, artikel 6 de transparantie over geplande civiele werken. Het begrip civiele werken is breed. Het gaat niet alleen om telecomwerkzaamheden, maar ook om grond-, weg- en waterbouw waarbij meegelegd kan worden
Transparantie over bestaande infrastructuur.
Minimuminformatie over bestaande fysieke infrastructuur moet digitaal beschikbaar zijn, behalve waar veiligheid of bedrijfsgeheim een uitzondering rechtvaardigt. Artikel 4 regelt deze transparantie.
Glasvezelklare nieuwbouw.
Nieuwe gebouwen en gebouwen die ingrijpend worden gerenoveerd moeten worden uitgerust met glasvezelklare fysieke binnenhuisinfrastructuur en, bij woongebouwen, met een toegangspunt.
Bevoegde instanties en het centraal informatiepunt.
Lidstaten wijzen één of meer bevoegde instanties aan die de taken van het centraal informatiepunt uitvoeren (artikel 14). Via dat punt kunnen exploitanten informatie over infrastructuur en civiele werken opvragen, vergunningen digitaal aanvragen en de status van een aanvraag volgen. Er mogen meerdere informatiepunten zijn, bijvoorbeeld per type infrastructuur, mits één nationaal digitaal toegangspunt de toegang verbindt.
Geschillenbeslechting.
Lidstaten wijzen een instantie aan die geschillen beslecht over toegang tot infrastructuur, coördinatie van civiele werken en toegang tot binnenhuisinfrastructuur (artikel 13).
Wat betekent dit voor decentrale overheden?
Decentrale overheden raken de verordening in twee rollen. Zij zijn vergunningverlener en vaak tegelijk houder van fysieke infrastructuur. De verplichtingen verschillen per rol.
De gemeente of provincie als vergunningverlener
Aanvragen voor de aanleg van VHC-netwerken, zoals glasvezel, 5G-antennes en bijbehorende kabels en ducten, moeten binnen de termijnen van artikel 7 worden afgehandeld. Dat is twintig werkdagen voor de volledigheidstoets en vier maanden voor de inhoudelijke beslissing op een volledige aanvraag. Deze termijnen raken de omgevingsvergunningsprocedure onder de Omgevingswet. Bij termijnoverschrijding geldt in beginsel dat de vergunning van rechtswege is verleend.
Exploitanten kunnen hun aanvraag digitaal indienen via het centraal informatiepunt en de status daar volgen. Gemeenten en provincies leveren aan dat punt informatie aan over geplande civiele werken van voldoende omvang en over de voorwaarden en procedures voor vergunningen.
De decentrale overheid als houder van fysieke infrastructuur
Gemeenten, provincies en waterschappen beheren vaak zelf kabels, ducten, masten, gebouwen en terreinen die bruikbaar zijn voor netwerkuitrol. Exploitanten kunnen toegang vragen tot die infrastructuur onder billijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden. Verzoeken om toegang lopen digitaal via het centraal informatiepunt. Decentrale overheden moeten bovendien minimuminformatie over hun fysieke infrastructuur digitaal ontsluiten, behalve waar veiligheid of bedrijfsgeheim een uitzondering rechtvaardigt.
Bij nieuwbouw en ingrijpende renovatie beoordeelt het bouw- en woningtoezicht of een gebouw glasvezelklaar is. Deze eis uit artikel 10 van de verordening is in Nederland uitgewerkt in het Besluit bouwwerken leefomgeving en de Omgevingsregeling.
Voor waterschappen is vooral de coördinatie van civiele werken van belang. Bij dijkversterkingen, de aanleg van leidingen of de reconstructie van waterstaatswerken kan glasvezel gecoördineerd worden meegelegd. Dit valt onder de artikelen 5 en 6 van de verordening.
Nederlandse implementatie
De verordening werkt rechtstreeks. Nederland werkt aan een uitvoeringswet. Na advies van de Raad van State is wetsvoorstel 36942 op 11 mei 2026 bij de Tweede Kamer ingediend. De parlementaire behandeling loopt nog en een datum van inwerkingtreding is nog niet vastgesteld. Het wetsvoorstel maakt enkele nationale keuzes. Nederland kiest niet voor de vergunning van rechtswege, maar voor verplicht overleg met de exploitant na termijnoverschrijding. Toezicht, handhaving en geschillenbeslechting komen bij de Autoriteit Consument en Markt te liggen. De bevoegde instanties en het centraal informatiepunt worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen. Veel uitvoeringsdetails, waaronder de definitieve aanwijzing van het centraal informatiepunt, zijn nog onduidelijk.
De technische eisen voor glasvezelklare nieuwbouw zijn wel al vastgesteld. De wijziging van de Omgevingsregeling op grond van artikel 10, vierde lid, van de verordening is op 31 maart 2026 in de Staatscourant gepubliceerd en in werking getreden. De regeling stelt eisen aan de binnenhuisinfrastructuur, de glasvezelbekabeling en het toegangspunt.
Samenhang met ander Europees recht
De gigabitinfrastructuurverordening vervangt Richtlijn 2014/61/EU. Zij past binnen het Digitaal Decennium 2030 (Besluit (EU) 2022/2481) en sluit aan op het Europees wetboek voor elektronische communicatie (Richtlijn (EU) 2018/1972). De Europese Commissie nam in februari 2024 een niet-bindende Gigabit Aanbeveling aan met richtsnoeren voor nationale toezichthouders. Financiert of subsidieert een decentrale overheid een breedbandproject, dan blijven de staatssteunregels van toepassing. Zie daarvoor de KED-pagina over breedband en aanbesteden en de KED-pagina over het Digitaal Decennium.
Bronnen
- Verordening (EU) 2024/1309 inzake maatregelen ter verlaging van de uitrolkosten van gigabitnetwerken, EUR-Lex
- Samenvatting Gigabit Infrastructure Act, EUR-Lex
- Dossierpagina Gigabit Infrastructure Act, Europese Commissie
- Artikelsgewijze toelichting Gigabit Infrastructure Act, GPKL
- Snellere uitrol van digitale netwerkinfrastructuur door nieuwe EU-regels, ECER, Ministerie van Buitenlandse Zaken
- Internetconsultatie Uitvoeringswet gigabitinfrastructuurverordening, Internetconsultatie.nl
- Wetsvoorstel 36942 Uitvoeringswet gigabitinfrastructuurverordening, Tweede Kamer
- Wijziging van de Omgevingsregeling in verband met artikel 10, vierde lid, van de gigabitinfrastructuurverordening (Staatscourant 2026, 13092), Officiele bekendmakingen
- Breedband en aanbesteden, Kenniscentrum Europa Decentraal
- Digital Decade, Kenniscentrum Europa Decentraal