Staatsteun bij SW-bedrijven
Participatiewet Op grond van de Participatiewet zijn gemeenten verantwoordelijk voor de re-integratie van mensen die nog kunnen werken, maar daarbij wel hulp nodig hebben. Wanneer gemeenten subsidies verlenen aan een […]
Decentrale overheden die steun willen verlenen, moeten rekening houden met de staatssteunregels. De Europese Unie (EU) wil gelijke concurrentievoorwaarden scheppen voor alle ondernemingen op de interne markt. Vanwege de mogelijke verstoring van de mededinging op de Europese markt, is staatssteun in principe verboden. Er gelden echter vele uitzonderingen op het staatssteunverbod.
Participatiewet Op grond van de Participatiewet zijn gemeenten verantwoordelijk voor de re-integratie van mensen die nog kunnen werken, maar daarbij wel hulp nodig hebben. Wanneer gemeenten subsidies verlenen aan een […]
Indien gemeenten binnen het sociaal domein steun willen verstrekken aan zorgaanbieders, kunnen zij te maken krijgen met de Europese staatssteunregels. Het Europees staatssteunverbod is neergelegd in artikel 107, lid 1, van […]
Wanneer een bepaalde markt wordt geliberaliseerd, is het belangrijk om te kijken of verleende subsidies binnen die markt aangemerkt moeten worden als bestaande staatssteun of nieuwe staatssteun. Deze kwalificatie heeft belangrijke rechtsgevolgen: bestaande staatssteun hoeft namelijk niet te worden aangemeld bij de Europese Commissie.
De vraag in hoeverre natuurbeheer onder de staatssteunregels valt, blijft tot op heden een punt van discussie. De vraag is of natuur- en landschapbeheerorganisaties wel als onderneming kwalificeren, omdat zij mogelijk geen economische activiteiten verrichten. Een recente uitspraak van het Gerecht bevestigt dat bij steunverlening aan organisaties die zich inspannen voor het behoud van natuur en landschappen rekening moet worden gehouden met de staatssteunregels.
TenderNed, het Nederlands platform voor elektronisch aanbesteden, heeft de status van een niet-economische dienst van algemeen belang (NEDAB). Dat heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie, specifiek het Gerecht, bepaald in deze TenderNed zaak. De Europese Commissie was eerder al tot een gelijkluidend besluit gekomen naar aanleiding van een klacht van private ondernemingen tegen de Nederlandse overheid.
Decentrale overheden zijn vaak betrokken bij het aanleggen van verschillende soorten infrastructuur, zoals vervoers-, breedband-, sport-, en openbare infrastructuur. Bij de financiering of subsidiëring van projecten in verband met de aanleg van infrastructuur moet er mogelijk rekening gehouden worden met de Europese staatssteunregels.
Deze zaak gaat over de wettelijke verplichting om elektriciteit uit warmtekrachtkoppeling (wkk) af te nemen en de kwalificatie van ‘staatsmiddelen’ in de zin van artikel 107 VWEU (het staatstssteunverbod). Het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: Hof) oordeelt in deze zaak dat de verplichting om elektriciteit uit warmtekrachtkoppeling af te nemen geen staatsmiddel is. Daarom levert het geen staatstssteun op.
Er zijn verschillende manieren waarop decentrale overheden ondernemingen financieel kunnen ondersteunen. Het meest voorkomende financieringsinstrument is het verstrekken van een subsidie, ad hoc of in de vorm van een regeling.
Decentrale overheden moeten op tal van terreinen rekening houden met het Europees staatssteunverbod. Op terreinen die aanvankelijk een niet-economisch karakter lijken te hebben, kan er toch sprake zijn van een economische activiteit. In de uitspraak C‑74/16 oordeelde het Hof van Justitie dat religieuze instellingen ook economische activiteiten kunnen ontplooien.