De Richtlijn inzake infrastructuur voor Ruimtelijke informatie in de Europese gemeenschap (INSPIRE-Richtlijn 2007/2) introduceert regels om een Europese infrastructuur voor ruimtelijke gegevens op te richten. De INSPIRE-richtlijn verplicht overheidsinstanties, waaronder decentrale overheden tot het delen van ruimtelijke gegevens.
Definitie ruimtelijke gegevens
De Richtlijn definieert ruimtelijke gegevens, als gegevens die direct of indirect verwijzen naar een specifieke locatie of een specifiek geografisch gebied. Ruimtelijke gegevens beschrijven niet alleen de fysieke locatie door middel van bijvoorbeeld coördinaten maar ook de kenmerken van de locatie. Voorbeelden van ruimtelijke gegevens zoals toegelicht in de memorie van toelichting zijn coördinaties, adressen, gebiedsaanduidingen, luchtfoto’s liggingen van fysieke objecten.
Een groot deel van alle informatie die overheidsinstanties wordt gebruikt en met het publiek wordt gedeeld, heeft te maken met een specifieke locatie. De kwaliteit van deze informatie hangt af van de beschikbaarheid van ruimtelijke gegevens. Daarom is belangrijk om een infrastructuur te creëren die ervoor zorgt dat ruimtelijke gegevens beschikbaar zijn en van een bepaalde kwaliteit zijn om het ontwerp van beleidsmaatregelen te ondersteunen.
Wat staat er in de INSPIRE-Richtlijn?
De Richtlijn, volgens artikel 1, is het vaststellen van algemene regels die een hoge kwaliteit van Europese milieubeleid bevorderen. Hierdoor kunnen overheidsinstanties, zoals decentrale overheden gemakkelijker ruimtelijke gegevens over het milieu met elkaar uitwisselen. Door concrete en specifieke data beschikbaar te stellen, kan het milieubeleid geoptimaliseerd worden.
Daarnaast moet de INSPIRE-richtlijn de toegang van het publiek tot ruimtelijke informatie in heel Europa vergemakkelijken. Deze dienen volgens artikel 11 toegankelijk worden gemaakt doormiddel van 5 netwerkdiensten, zoals zoek, raadpleeg of downloaddiensten. Een concreet voorbeeld hiervan is een database waar alle ruimtelijke gegevens beschikbaar worden gemaakt.
Toepassingsgebied
Volgens artikel 4, is de INSPIRE-richtlijn van toepassing op een verzameling van ruimtelijke gegevens die betrekking hebben op een gebied waarvoor een lidstaat bevoegd is of waarin die lidstaat zijn rechten uitoefent. De gegevens moeten ook beschikbaar zijn in een elektronisch formaat. De richtlijn geldt ook voor gegevens die bewaard worden door in overheidsinstantie die deze gegevens in het kader van haar publieke taak beheert.
Ook is de INSPIRE-Richtlijn, volgens artikel 4 van toepassing op 34 thema’s over ruimtelijke gegevens die nodig zijn voor milieutoepassingen, waaronder milieubeleid. De gegevens die onder deze thema’s vallen zijn essentieel voor een goed functionerende gemeenschappelijke infrastructuur voor ruimtelijke gegevens binnen de Europese Unie. Voorbeelden van deze thema’s zijn gegevens over gebieden met natuur risico’s, hydrografie en gegevens over beschermde gebieden. De volledige lijst van alle thema’s is opgenomen in Bijlage I, II en III van de Richtlijn.
De INSPIRE-Richtlijn, in artikel 5, verplicht de lidstaten om van ruimtelijke gegevens ook metagegevens beschikbaar te stellen. Metagegevens zijn informatie over ruimtelijke gegevens, waardoor het mogelijk en makkelijker wordt deze te vinden en te gebruiken. Voorbeelden hiervan zijn omschrijvingen van de dataset of categorieën waarin gegevens zijn geordend.
Lidstaten dienen elke twee jaar, uiterlijk op 31 maart, een verslag te delen met de Europese Commissie. Hierin moeten lidstaten onder andere informatie delen over het gebruik van de infrastructuur voor ruimtelijke informatie. Ook overheidsinstanties, waaronder decentrale overheden, moeten een bijdrage leveren aan het verslag over de werking en coördinatie van de infrastructuur voor ruimtelijke informatie.
Registers voor INSPIRE
In Nederland is een nationaal georegister opgezet, waardoor geïnteresseerden data koppelingen naar INSPIRE-datasets kunnen ophalen. Op dit register vind je de Nederlandse INSPIRE data. INSPIRE-data van andere lidstaten is te vinden op een EU-breed internetportaal dat beschikbaar is gesteld voor verschillende overheidsinstanties. Op dit portaal zijn de gemeenschappelijke normen voor het verzamelen van gegevens over grondwater of luchttemperatuur te vinden. Het portaal geeft iedereen een toegankelijk en actueel overzicht in de stand van zaken rondom de implementatie van INSPIRE.
Decentrale relevantie
In Nederland is de Richtlijn grotendeels geïmplementeerd in de implementatiewet INSPIRE en het Besluit INSPIRE. De implementatiewet INSPIRE formuleert verschillende eisen waaraan het Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen moeten voldoen.
Decentrale overheden delen ook geografische gegevens. Zo houdt een waterschap bij wat het waterpeil is en houdt een provincie de geluidscontouren op de provinciale wegen in de gaten. Hier worden verschillende datasets voor gebruikt. De INSPIRE- richtlijn en de implementatiewet INSPIRE maken daarbij duidelijk aan welke voor waarden decentrale overheden moeten voldoen bij het beschikbaar maken van ruimtelijke gegevens. Daarbij, zoals eerder vermeld, alleen noodzakelijk om deze ruimtelijk gegevens te verzamelen dan wel te verspreiden wanneer dit verplicht is door wetgeving. Voor waterschappen betekent dit dat zij moeten voldoen aan de voorwaarden onder de INSPIRE-Richtlijn bij het voldoen aan de verplichtingen onder de Kaderrichtlijn Water, waaronder het verzamelen en analyseren van ruimtelijke gegevens die ze moeten verstrekken aan de Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Hoe houdt mijn decentrale overheid zicht op de toepassing van INSPIRE?
De INSPIRE-Richtlijn bevat verschillende technische eisen bij zijn uitvoering. Voor de uitvoeringen van de Richtlijn zijn er verschillende hulpmiddelen opgesteld die dit proces ondersteuningen. Hieronder kunt u een overzicht vinden:
- Toolkit: Stichting Geonovum, de organisatie die het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ondersteunt bij de implementatie van INSPIRE. Geonovum heeft voorlichtingsmateriaal verzameld om het gebruik van INSPIRE te vergemakkelijken voor INSPIRE-dataproviders.
- INSPIRE-standaarden: In de Geonovum-handreiking wordt per processtap die dataproviders doorlopen uitleg gegeven over welke Nederlandse INSPIRE-standaard erop van toepassing is en welke stappen er daarnaast nog moeten worden uitgevoerd door de betreffende dataprovider. Er worden voorbeelden gegeven en er kan een checklist worden doorlopen.
- Metadata: Metadata-standaarden zijn belangrijk voor het zoeken, vinden, bekijken en downloaden van geografische data. Deze metadata wordt opgenomen in het nationaal georegister en moet van goede kwaliteit zijn. In de handreiking staan de eisen voor de metadata beschreven.
- Validatie: Validatie helpt INSPIRE-dataproviders hun data en services te laten voldoen aan de vereisten in de INSPIRE-richtlijn, bijvoorbeeld in het geval van de publicatie van een nieuwe dataset. Hiervoor zijn verschillende validators ontwikkeld. Deze worden uitgebreid uitgelegd in de Geonovum-handreiking
Stand van zaken: evaluatie INSPIRE-richtlijn
De INSPIRE-richtlijn is in 2022 geëvalueerd. Met de evaluatie beoordeelde de Commissie de doeltreffendheid en efficiëntie van de richtlijn bij het behalen van milieubeschermingsdoelstellingen.
Hieruit vloeit het ‘GreenData4all’ initiatief. Het initiatief van de Europese Commissie, beoogt om de INSPIRE-richtlijn te moderniseren om ze in overeenstemming te brengen met recente horizontale initiatieven en wetgeving op het gebied van digitale gegevens, zoals de Data Governance Verordening en de Open Data Richtlijn. Volgends de evaluatie van de richtlijn zijn huidige regels van de INSPIRE-richtlijn te rigide en bouwen niet voort op de recentere regelgeving. Hierdoor ontstaan er uiteenlopende regels, waardoor het lastiger wordt om data te verkrijgen en gebruiken. Met de herziening wil de Europese Commissie dat de INSPIRE-richtlijn efficiënter en effectiever wordt. Eerder dit jaar heeft er een raadpleging plaatsgevonden. De verwachting is dat de herziene INSPIRE-richtlijn eind 2025 wordt gepubliceerd.