Europees recht en beleid

Laatste update: 6 juli 2026

Contact:


De gedragsregels uit Hoofdstuk 4b van de Mededingingswet gelden voor bestuursorganen. Eén van de vier gedragsregels betreft het verbod op bevoordeling van overheidsbedrijven. Bestuursorganen mogen geen voordelen aan overheidsbedrijven verlenen, zoals het laten gebruiken van de naam van de overheid, verlening van exclusieve subsidies, of leveringen lager dan integrale kostprijs. Overheidsbedrijven moeten op gelijke voet met private ondernemers die vergelijkbare activiteiten ondernemen kunnen concurreren.

Rechtsbronnen

De regels en ondersteunende informatie voor toepassing van het bevoordelingsverbod liggen besloten in de volgende rechtsbronnen:

Overheidsbedrijf

Artikel 25g van de Mededingingswet definieert de term overheidsbedrijf in twee types:

  1. alle besloten vennootschappen, naamloze vennootschappen, stichtingen en verenigingen, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen in staat is het beleid te bepalen, voor zover zij economische activiteiten uitoefenen;
  2. alle vennootschappen onder firma, maatschappen en commanditaire vennootschappen waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt, voor zover zij economische activiteiten uitoefenen.

Lid 2 van dat artikel geeft aan dat een publiekrechtelijke rechtspersoon in staat is om het beleid te bepalen als:

  • de rechtspersoon al dan niet samen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen kan beschikken over de meerderheid van stemrechten, verbonden aan de door de rechtspersoon van de onderneming uitgegeven aandelen;
  • de rechtspersoon zelf of via andere publiekrechtelijke rechtspersonen (als lid of aandeelhouder) meer dan de helft van de leden van het bestuur of het toezichthoudend orgaan kan benoemen;
  • de onderneming een dochtermaatschappij is in de zin van artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van een rechtspersoon waarvoor één van de eerdere twee punten van toepassing is; of
  • een algemene maatregel van bestuur een ander geval hieronder schaart.

Betekenis en voorbeelden

Artikel 25j van de Mededingingswet geeft aan dat een bestuursorgaan een overheidsbedrijf niet mag bevoordelen boven andere ondernemingen waarmee dat overheidsbedrijf in concurrentie treedt. Ook mag een bestuursorgaan geen voordelen toekennen aan dat overheidsbedrijf die verder gaan dan in het normale handelsverkeer gebruikelijk zijn.

Lid 2 van artikel 25j geeft voorbeelden van in beginsel verboden voordelen:

  • het laten gebruiken van de naam van de overheid dat verwarring zou kunnen wekken over de herkomst van de betreffende producten.
  • verstrekken van gelden (“subsidies”) uitsluitend aan een overheidsbedrijf dat/overheidsbedrijven die deel uitmaakt/uitmaken van een publiekrechtelijke rechtspersoon (zie ook artikel 9 van het Besluit markt en overheid;
  • het leveren van goederen of diensten aan het overheidsbedrijf tegen een prijs lager dan integrale kostprijs (zie ook artikel 10 van het Besluit markt en overheid).

Overeenkomsten met staatssteun

Toepassing van het bevoordelingsverbod kan volgens de Nota van Toelichting bij het Besluit Markt en Overheid op zich aansluiting vinden bij het staatssteunverbod uit de Verdragen voor wat betreft drie elementen:

  1. (directe of indirecte) toekenning van staatsmiddelen,
  2. niet-marktconform voordeel, en
  3. selectiviteit van het voordeel.

Een gemeente mag bijvoorbeeld in beginsel geen lening verstrekken aan een overheidsbedrijf tegen een rente die lager ligt dan het marktconforme percentage, of een subsidie verlenen waar alleen het overheidsbedrijf aanspraak op kan maken. Echter, sommige voordelen zijn niet op geld waardeerbaar, zoals functievermenging, waardoor het bevoordelingsverbod een bredere omvang heeft.

Verder geeft het artikel drie situaties waarin voordelen verleend mogen worden en het bevoordelingsverbod niet geldt:

  1. Wanneer de bevoordeling verband houdt met het uitoefenen van bepaalde bijzondere of uitsluitende rechten en er hierbij al voorschriften gelden over de te hanteren tarieven;
  2. Wanneer er met de bevoordeling sprake is van staatssteun;
  3. Wanneer het overheidsbedrijf belast is met de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening, voor zover op deze activiteiten artikel 5 van die wet van toepassing is.

Meer informatie

Europees mededingingsrecht, Kenniscentrum Europa Decentraal
Overheden en de Wet Markt & Overheid, Autoriteit Consument en Markt
Gedragsregels Wet Markt en Overheid, Kenniscentrum Europa Decentraal
Handreiking Wet Markt en Overheid, Ministerie van Economische Zaken
Gedragsregels Markt & Overheid, Mededingingswet
Besluit Wet Markt & Overheid