BREXIT-LOKET

Brexit impact scan Brexit impact scan
Doe de Brexit impact scan en bepaal de mogelijke impact van de Brexit op uw organisatie.

Ga naar de scan

Brexit-alert
Ontvang het laatste nieuws over Brexit en de Brexit impact scan in uw mailbox. Abonneer u op het Brexit-update.

Ik meld mij aan
Helpdesk
Werkt u bij de gemeente, provincie, waterschappen of de Rijksoverheid? Dan kunt u kosteloos vragen stellen over Brexit via onze helpdesk.
Vraag en antwoord
Wat moet u als decentrale overheid weten over Brexit? Met onze 10 vragen en antwoorden over Brexit bent u weer op de hoogte.
Actueel nieuws
Wij houden u op de hoogte over het laatste nieuws over Brexit.
Praktijkvragen
Waar lopen decentrale overheden in de praktijk tegenaan? Bekijk onze praktijkvragen over Brexit.

Brexit Praktijkvragen

Vraag en Antwoord

Wat is het standpunt van het Europees Parlement over de Brexit?
Het Europees Parlement is nauw betrokken bij de onderhandelingen over het terugtrekkingsakkoord. Volgens artikel 50 VEU moet het Parlement goedkeuring verlenen aan het uiteindelijke akkoord. Het Parlement heeft op 5 april 2017 een resolutie aangenomen waarin sleutelvoorwaarden voor de Brexit-onderhandelingen zijn uiteengezet. Europarlementariërs roepen de EU en het Verenigd Koninkrijk op om de onderhandelingen in te gaan op basis van volledige transparantie en goed vertrouwen.

Algemene punten

In de sleutelvoorwaarden voor de Brexit-onderhandelingen, die in de aangenomen resolutie van 5 april 2017 staan, worden een aantal belangrijke zaken benadrukt:

  • Gelijke en eerlijke behandeling van EU burgers die in het VK wonen en burgers uit het VK die in EU landen wonen moet gegarandeerd worden.
  • Het VK blijft lid van de EU tot het officiële vertrek. Dit brengt uiteraard rechten en plichten met zich mee. Dit houdt ook in dat financiële verplichtingen die aangegaan zijn vóór vertrek uit de EU maar doorlopen tot na de datum van het officiële vertrek moeten worden voldaan.
  • De vier vrijheden van de interne markt: vrij verkeer van goederen, kapitaal, diensten en personen, zijn ondeelbaar.
Standpunt over uittredingsovereenkomst

Belangrijke onderwerpen die volgens het Parlement in de uittredingsovereenkomst aan bod moeten komen zijn:

  • de status en rechten van EU-27 burgers in het VK en visa versa;
  • de onderlinge financiële verplichtingen;
  • de buitengrens van de EU;
  • de status van internationale verplichtingen die het VK als lid van de EU is aangegaan;
  • de rechtszekerheid voor rechtspersonen (waaronder ondernemingen);
  • het Hof van Justitie moet aangewezen worden als bevoegde instantie ten aanzien van uitlegging en tenuitvoerlegging van de uittredingsovereenkomst.
Standpunt over toekomstige relatie

Op 14 maart 2018 heeft het Europees Parlement nieuwe richtlijnen aangenomen voor de toekomstige relatie. Hierin benadrukt het zijn officiële rol en merkt daarnaast onder andere op dat:

  • Een derde land niet dezelfde rechten en voordelen mag hebben als een lidstaat van de EU;
  • De interne markt en zijn werking beschermd moet blijven;
  • Dat het VK een belangrijke partner blijft van de EU.

Verder stelt het Europees Parlement in de toekomst een goede relatie tussen de EU en het VK te willen opbouwen, gebaseerd op vier waarden:

  • Handel en economische relaties;
  • Buitenlands beleid, veiligheidssamenwerking en ontwikkelingssamenwerking;
  • Interne veiligheid;
  • Thematische samenwerking.
Wat is het standpunt van het Comité van de Regio’s over Brexit?
Het Europees Comité van de Regio’s (CvdR) heeft een resolutie over de gevolgen van de Brexit voor Europese steden en regio’s aangenomen. Het CvdR neemt zich voor om in de onderhandelingen een begeleidende rol te spelen waarbij zij, ten aanzien van de Europese Commissie, de lokale en regionale belangen zullen vertegenwoordigen. Het Comité zal de dialoog met lokale en regionale overheden die direct geraakt worden door de Brexit intensiveren. Formeel is het CvdR niet betrokken bij de onderhandelingen tussen het VK en de EU.

Algemene punten

Het Comité heeft een aantal algemene standpunten ingenomen over de Brexit-onderhandelingen:

  • Het CvdR dringt aan zo snel mogelijk zekerheid te creëren voor burgers, lokale en regionale overheden en bedrijven door middel van een overeenkomst die gebaseerd is op ordelijke terugtrekking.
  • Het CvdR geeft aan dat het mogelijk is voor het VK om de kennisgeving van terugtreding in te trekken, mits dit te goeder trouw gebeurd.
  • De toekomstige relatie tussen de EU en het VK mag niet leiden tot een ontmanteling van de interne markt en de vier vrijheden.
  • Een overeenkomst tussen een niet-EU-lidstaat en de EU mag nooit beter zijn dan EU-lidmaatschap.
  • Alle juridische verbintenissen die het VK als lidstaat is aangegaan moeten deel uitmaken van de financiële afwikkeling en meegenomen worden in het terugtrekkingsakkoord.
Relevantie voor Nederlandse (decentrale) overheden

Naast de algemene standpunten, benoemt het Comité ook punten die relevant zijn voor lokale en regionale Nederlandse overheden:

  • Het Comité benoemt dat Britse decentrale overheden en lokale bestuursorganen na 2020 ook aan programma’s voor territoriale samenwerking moeten kunnen deelnemen.
  • Er moet daarnaast bijzondere aandacht worden besteed aan de samenwerking van lokale en regionale overheden in gebieden die aan de Ierse Zee, het Kanaal en de Noordzee liggen.
  • Er moet vermeden worden dat de daling van het gemiddelde bbp per inwoner in de EU (als gevolg van de Brexit) resulteert in een uitsluiting van bepaalde regio’s voor regionale EU-steun.
  • Er moet worden ingezet op het verzachten van de consequenties voor alle betrokken regio’s en lokale overheden met betrekking tot het Europees maritiem- en visserijbeleid.
  • In de onderhandelingen moeten de gevolgen van de Brexit op het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid voldoende aandacht krijgen.
Wat zijn de gezamenlijke standpunten van de andere Europese lidstaten over de Brexit?
In de Brexit-onderhandelingen is door de Europese raad besloten dat de 27 Europese lidstaten in eenheid naar buiten treden en handelen. Dit betekent dat de lidstaten niet individueel mee doen in de onderhandelingen. De werkwijze van de 27 Europese lidstaten – ook wel de EU27 genoemd – is uitgewerkt in twee onderhandelingsrichtsnoeren van de Europese Raad.

Algemene punten

Zoals hierboven aangegeven, zijn de algemene (politieke) standpunten verwerkt in richtsnoeren die zijn opgesteld door de Europese Raad.  De richtsnoeren voor de eerste fase zijn op 29 april 2017 unaniem goedgekeurd door de Europese Raad. Op 15 december 2017 zijn de richtsnoeren voor de tweede fase van de onderhandelingen aangenomen en gepubliceerd. In de richtsnoeren voor de eerste fase zijn de volgende drie kernbeginselen verwerkt:

  • Verklaring 29 juni 2016 – De Europese Raad heeft aangegeven dat zij de verklaring van 29 juni 2016 – opgesteld door staatshoofden en regeringsleiders – zal blijven gebruiken als uitgangspunt. Afgesproken is dat, totdat het Verenigd Koninkrijk (VK) de Europese Unie verlaat, de rechten en plichten van de EU-wetgeving van toepassing blijven op en in het VK. De Europese Raad ziet het liefst een nauwe samenwerking met het VK in de toekomst. Verder dient een terugtrekkingsakkoord evenwichtig verdeeld te zijn tussen rechten en verplichtingen, met daarbij de garantie voor een gelijk speelveld tussen het VK en de EU-27 lidstaten. De vier vrijheden van de interne markt mogen dan ook niet ter discussie staan.
  • Transparantie – De onderhandelingen over de uittreding van het Verenigd Koninkrijk dienen in alle transparantie te geschieden en worden in één geheel behandeld. Er is dan ook geen akkoord, indien nog niet alle onderwerpen in het akkoord staan. Dit betekent dat losse kwesties niet afzonderlijk kunnen worden behandeld. De onderhandelingen vinden alleen plaats tussen de Europese Unie (als geheel) en het Verenigd Koninkrijk. Dit houdt dus in dat lidstaten niet individueel mogen onderhandelen met het VK.
  • Toepassing – Bovenstaande beginselen dienen van toepassing te zijn op zowel een terugtrekkingsakkoord als de toekomstige relatie tussen de EU en het VK.

In de richtsnoeren voor de tweede fase roept de Europese Raad allereerst op tot het verder uitwerken van de overeenkomsten die bereikt zijn in de eerste fase. Hierbij wil de Raad zo snel mogelijk beginnen met het opstellen van de uittredingsovereenkomst. Ook wordt er in deze richtsnoeren verder ingegaan op de overgangsregeling en toekomstige relatie. De richtsnoeren van de tweede fase zijn een verdere uitwerking van de richtsnoeren van de eerste fase.  De richtsnoeren uit de eerste fase zijn leidend.

Salzburg bijeenkomst 19-20 september 2018

Tijdens de Salzburg bijeenkomst van 19 en 20 september bevestigde de EU27 nogmaals haar eensgezindheid in de onderhandelingen en kwam de EU27 op de volgende punten overeen:

  • Er zal geen uittredingsovereenkomst zijn zonder een solide, operationele en wettelijk bindende (nood)oplossing voor de Ierse grenskwestie;
  • Er zal een politieke verklaring over de toekomstige relatie gemaakt worden die zo helder als mogelijk is;
  • Tijdens de Europese Raad in oktober worden maximale resultaten en voortgang verwacht. Op dat moment wordt besloten of de omstandigheden dusdanig zijn dat er een extra top georganiseerd kan worden in november om de deal te sluiten.
Wat is het standpunt van Nederland over de Brexit?
Als één van de belangrijkere handelspartners, zal de uittreding van het Verenigd Koninkrijk (VK) uit de Europese Unie negatieve (economische) gevolgen voor Nederland kunnen hebben. De Nederlandse regering is er op uit om deze negatieve gevolgen zo veel mogelijk in te perken

Algemene punten Nederland

Nederland heeft voorafgaand aan de Europese Raad in april 2017 over de Brexit haar visie geuit over het standpunt van Nederland. Het kabinet heeft standpunten uiteengezet op 3 april 2017 in een Kamerbrief van de minister van Buitenlandse Zaken. Deze visie heeft zowel betrekking op het uittredingsakkoord als op een mogelijk handelsverdrag.

In de uittredingsonderhandelingen met het VK zal het kabinet inzetten op:

  • de voortzetting van bestaande rechten van Nederlandse en VK-burgers op het terrein van verblijf, arbeid en sociale zekerheid;
  • een eventueel akkoord dat de integriteit van de interne markt en de EU-rechtsorde zal moeten waarborgen;
  • het voldoen van de VK aan de financiële verplichtingen die aangegaan zijn tijdens het EU-lidmaatschap; en
  • de financiële regeling die wordt afgesproken met het VK om te voorkomen dat de bijdragen van de overige EU-lidstaten stijgen ten gevolge van de Britse uittreding.
Gebalanceerd handelsakkoord

Nederland zet in op een handelsakkoord dat gunstig is voor Nederland. Nederland heeft belang bij een goede handelsrelatie tussen de EU en het VK. Het VK is namelijk een grote handelspartner van Nederland. Er moet echter rekening gehouden worden met een uitkomst waarbij geen of zeer weinig overeenstemming bestaat over de toekomstige relatie. Wanneer dit het geval wordt, zet Nederland in op het voorkomen of verminderen van ernstige verstoringen.

Nederland vindt het belangrijk dat er afspraken worden gemaakt over justitiële samenwerking en het gemeenschappelijk buitenlandsbeleid. Verder heeft het kabinet aangegeven dat afspraken over het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid ook van belang zijn. Het VK is een belangrijke partner van Nederland in de samenwerking tegen grensoverschrijdende criminaliteit en terrorisme. Het kabinet geeft echter wel aan dat de onderhandelingen over een handelsakkoord losstaan van de onderhandelingen over veiligheidssamenwerking.

Wat is artikel 50?
Artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) omvat de te volgen procedures en voorwaarden indien een lidstaat zich wil terugtrekken uit de EU. De eerste lidstaat die gebruikmaakt van artikel 50 is het VK, deze heeft artikel 50 VEU geactiveerd op 29 maart 2017.

Procedure

In artikel 50 VEU staat aangegeven dat de terugtrekking van een lidstaat, in dit geval het VK, uit de EU als volgt moeten verlopen. Ten eerste stelt de lidstaat de Europese Raad in kennis van het voornemen om uit te treden. Vervolgens stelt de Europese Raad richtsnoeren vast voor de uittredingsonderhandelingen tussen de EU en de lidstaat. Daarna mandateert de Raad van de EU conform artikel 218 lid 3 Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU) de Commissie dat de onderhandelingen gaat voeren.

De Commissie voert dus ook de uittredingsonderhandelingen met het VK. Michel Barnier is door de Commissie aangewezen als hoofdonderhandelaar. Hij moet aan de Raad en de Europese Raad rapporteren over de voortgang en het Europees Parlement op de hoogte houden. Als overeenstemming is bereikt moet het Europees Parlement dit akkoord goedkeuren. Als dat gebeurd is sluit de Raad van de EU het akkoord met de uittredende lidstaat. De Raad neemt dit besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.

In artikel 50 VEU is ook bepaald dat vertegenwoordigers van de uittredende lidstaat niet deelnemen aan de besluitvorming in de Europese Raad en de Raad over het eigen vertrek. Daarom voert de EU deze onderhandelingen namens de overige 27 lidstaten, oftewel de EU27.

Als een uitgetreden lidstaat na het vertrek toch weer lid wil worden van de EU, dan moet conform artikel 49 VEU opnieuw een toetredingsprocedure worden gevolgd.

Toepassing EU-verdragen

De toepassing van de EU-verdragen op de uittredende lidstaat vervalt automatisch twee jaar na de datum van de kennisgeving aan de Europese Raad van het voornemen om de EU te verlaten. Daarom zal het VK op 29 maart 2019 de EU verlaten. Als er voor die tijd een terugtrekkingsakkoord is gesloten, vervalt de toepassing van de Verdragen met de inwerkingtreding van het akkoord. Verlenging van deze periode van twee jaar is alleen mogelijk met instemming van zowel het VK als de Europese Raad.

Op 10 december 2018 besloot het Europese Hof van Justitie dat een lidstaat die heeft aangegeven de EU te willen verlaten, dit voornemen eenzijdig kan intrekken. Dit is volgens het Hof echter alleen mogelijk binnen de periode van twee jaar na de kennisgeving van het voornemen om de EU te verlaten, én als er nog geen terugtrekkingsakkoord in werking is getreden.

Lees meer

X