Hof bevestigt uitspraak van gerecht over PNB-regeling

14 september 2020Staatssteun

De Europese Commissie moet opnieuw beoordelen of Nederlandse subsidie aan particuliere terreinbeherende natuurorganisaties op basis van de PNB-regeling ongeoorloofde staatssteun is. Dit is het gevolg van de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof) op 3 september 2020. De PNB-regeling, die van kracht was tussen 1993 en 2012, was bedoeld voor het beschermen van biodiversiteit.

Op basis van de regeling kregen 13 terreinbeherende organisaties (TBO’s) subsidie om natuurterreinen aan te kopen, of ze kregen de natuurterreinen kosteloos ter beschikking.

STAATSSTEUN

Aangezien staatssteun de mededinging op de Europese markt kan verstoren, is staatssteun in principe verboden in de Europese Unie. Overheden kunnen wel steun verlenen als een van de vrijstellingsverordeningen van toepassing zijn. Zo niet, dan moet de steun worden aangemeld bij de Europese Commissie. De aangemelde steun mag pas worden uitgekeerd nadat de Commissie heeft bepaald of die verenigbaar is met de interne markt. Als dat niet zo is, of als de staatssteunregels niet worden opgevolgd, kan de Commissie verzoeken om terugvordering van de verstrekte steun.

VOORGESCHIEDENIS

Een aantal particuliere grondbezitters diende in december 2008 een staatssteunklacht over de PNB-regeling in bij de Europese Commissie. Zij zijn later in de procedure opgevolgd door de Vereniging Gelijkberechting Grondbezitters (VGG). De grondbezitters vonden dat de PNB-regeling een verboden staatssteunregel is die leidt tot oneerlijke concurrentie. Naar aanleiding van de klacht kwam de Europese Commissie in februari 2016 tot een besluit dat de PNB-regeling verenigbaar verklaart met de interne markt op grond van de vrijstelling voor diensten van algemeen economisch belang (DAEB).

De VGG was het niet eens met dit besluit. De vereniging diende daarom een verzoek tot nietigverklaring van het besluit van de Europese Commissie in bij het Gerecht. De VGG stelde dat er sprake was van een schending van artikel 108 lid 2 VWEU. Op grond van dit artikel moet de Europese Commissie een formele onderzoeksprocedure starten wanneer er ernstige moeilijkheden zijn bij het beoordelen van een steunmaatregel op verenigbaarheid met de interne markt. Het Gerecht stelde de VGG in het gelijk en verklaarde het besluit nietig op grond van een procedurele inbreuk.

Voor meer informatie over de voorgeschiedenis verwijzen wij  naar het EUrrest, dat het Kenniscentrum Europa decentraal eerder schreef over de procedure bij het Gerecht.

UITSPRAAK VAN HET HOF

De TBO’s gingen tegen de uitspraak van het Gerecht in hoger beroep bij het Hof. Zij vonden de nietigverklaring van het besluit onterecht. Het Hof heeft deze hogere voorziening in haar uitspraak afgewezen en sluit zich aan bij het oordeel van het Gerecht. Het Hof onderschrijft dat er een procedureel gebrek kleeft aan het besluit van de Europese Commissie om de PNB-regeling verenigbaar te verklaren met de interne markt. De Europese Commissie had in deze zaak een formele onderzoeksprocedure moeten starten vanwege de ernstige moeilijkheden om de steunmaatregel te beoordelen. De ernstige moeilijkheden blijken uit de lange duur (december 2008 – februari 2016) van het inleidende onderzoek. Ook waren de gegevens waarop de Europese Commissie haar besluit baseerde ontoereikend en onvolledig.

GEVOLGEN UITSPRAAK VAN HET HOF

Het gevolg van de uitspraak van het Hof is dat het besluit van de Europese Commissie nietig blijft. Een inhoudelijke rechterlijke beoordeling van het besluit blijft voorlopig uit. Het is nu aan de Europese Commissie om de PNB-regeling opnieuw te beoordelen aan de hand van de staatssteunregels met inachtneming van de bijpassende procedures. Wanneer de Europese Commissie tot de conclusie komt dat er sprake is van ongeoorloofde staatssteun, kan een verzoek worden gedaan tot terugvordering van de steun. Over de terugvordering van ongeoorloofde staatssteun inclusief de rente sprak het Hof zich vorig jaar uit in de zaak Eesti Pagar.

DOOR

Demi Hoefnagels en Monika Beck, Kenniscentrum Europa Decentraal

BRON

HvJ EU 3 september 2020, C-817/18 P ECLI:EU:C:2020:637 (Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland e.a. / Vereniging Gelijkberechting Grondbezitters e.a.)

MEER INFORMATIE

Staatssteun, Kenniscentrum Europa Decentraal
Kamervragen n.a.v. de uitspraak van het Gerecht, Rijksoverheid