Asiel en migratie raken verschillende beleidsterreinen en rechtsgebieden. In bepaalde gevallen moeten decentrale overheden rekening houden met meerdere rechtsgebieden, zoals staatssteunregels, aanbestedingsregels, terugkeerbeleid en integratie en inburgering. Deze pagina geeft een korte toelichting op de raakvlakken tussen deze beleidsterreinen en rechtsgebieden.
Terugkeerbeleid
Het terugkeerbeleid vormt het sluitstuk van het Europese asiel- en migratiebeleid. De EU stelt hiervoor een gemeenschappelijk juridisch kader vast dat regels bevat over het terugkeerbesluit, vrijwillige terugkeer, gedwongen verwijdering en de procedurele waarborgen. Dit kader is vastgelegd in de Terugkeerrichtlijn (2008/115/EG).
Voor gemeenten is het terugkeerbeleid met name relevant vanwege hun rol binnen de uitvoeringsketen. Het Europese terugkeerbeleid vindt zijn grondslag in artikel 79, tweede lid, onder c, VWEU en is nader uitgewerkt in onder meer de Terugkeerrichtlijn (2008/115/EG) en, in het kader van het EU-migratie- en asielpact, de Verordening terugkeergrensprocedure (2024/1349).Deze regels kunnen gevolgen hebben voor de beschikbaarheid van minimale voorzieningen gedurende de terugkeerprocedure, zoals bedoeld in artikel 14 van de Terugkeerrichtlijn, en voor de afstemming tussen gemeenten, het Rijk en andere betrokken instanties binnen de uitvoeringsketen. Wijzigingen in Europese terugkeerregels kunnen daarmee doorwerken in de organisatie van lokale voorzieningen en de samenwerking binnen de uitvoeringsketen.
Voor een verdere toelichting op de inhoud en systematiek van het pact wordt verwezen naar de pagina over het EU-migratie- en asielpact.
Opvang en huisvesting
Opvang en huisvesting vormen twee verschillende fasen binnen het asiel- en migratiekader. Opvang van asielzoekers betreft de procedurefase en valt onder de minimumnormen van de Richtlijn opvangvoorzieningen (2024/1346) en, voor lopende overgangssituaties, de eerdere Opvangrichtlijn (2013/33/EU). Deze normen zijn vastgesteld op grond van artikel 78 VWEU. Huisvesting van statushouders betreft de fase na verlening van internationale bescherming en is primair nationaal geregeld. EU-regels kunnen hier indirect doorwerken, bijvoorbeeld via proceduretermijnen, erkenningsnormen en solidariteitsmechanismen die invloed kunnen hebben op instroom en verblijfsduur.
Aanbesteden
Bij huisvesting van statushouders is het van belang dat de aanbestedingsregels worden gevolgd, bijvoorbeeld als een gemeente opdracht geeft om nieuwe woningen voor statushouders te bouwen of bestaande gebouwen grondig wil aanpassen voor deze groep.
Het aanbestedingsrecht maakt geen specifieke uitzondering voor migratie als zodanig. In beginsel geldt de aanbestedingsplicht voor de overheid die specifieke diensten ten opzichte van migranten wil laten uitvoeren. Dit kan gaan om huisvesting, voeding en ander dagelijks (medisch) onderhoud of andere hulpgoederen, maatschappelijke dienstverlening. In geval van specifieke, mogelijk cultureel relevante diensten (zoals maatschappelijke hulp) kan een overheid het regime voor de sociale en andere specifieke diensten gebruiken. Bij abrupte ontstane crises mag een aanbestedende dienst de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking gebruiken voor dwingende spoed, of de verkorte openbare of niet-openbare procedure wegens urgentie onder artikelen 27 lid 3 en 28 lid 6 van Richtlijn 2014/24 hanteren.
Voor meer informatie zie de pagina aanbesteden.
Staatssteun
Daarnaast kunnen de staatssteunregels relevant zijn bij de huisvesting van vluchtelingen, bijvoorbeeld wanneer de gemeente een lening wil verschaffen aan een woningcorporatie of een pand beschikbaar wil stellen.
Het Rijk heeft gemeenten en provincies een rol toegewezen bij de zorg voor de huisvesting en integratie van vluchtelingen. Gemeenten zijn bijvoorbeeld eindverantwoordelijk voor het voorzien van adequate huisvesting. Bij huisvesting en de integratie van statushouders kunnen de staatssteun– en aanbestedingsregels ook een rol van betekenis spelen.
Huisvesting van arbeidsmigranten
De huisvesting voor statushouders dient gerealiseerd te worden door gemeenten. Om dit te realiseren, kunnen gemeenten bijvoorbeeld over gaan tot het plaatsen van wooncabines, het verkopen van (ongebruikt) onroerend goed aan een marktpartij of het verschaffen van subsidie en/of een lening aan woningcorporaties. Bij het verkopen en aankopen van onroerend goed en het verstrekken van subsidies en/of leningen aan marktpartijen spelen de staatssteunregels een belangrijke rol. Er kan namelijk sprake zijn van het verschaffen van een selectief voordeel aan marktpartijen. Dit zou mogelijk in strijd kunnen zijn met artikel 107 lid 1 VWEU.
Steun aan private partijen of woningcorporaties kan (verboden) staatssteunelementen bevatten. Vooral bij steun aan woningbouwcorporaties is voorzichtigheid geboden. Het is daarom verstandig vooraf een staatssteunanalyse te maken. Meer informatie vindt u op de pagina woningcorporaties.
Integratie & sociale inclusie van immigranten
De staatssteunregels kunnen ook een rol van betekenis spelen wanneer decentrale overheden betrokken zijn bij (beleids)doelstellingen en projecten om de integratie en sociale inclusie van immigranten te stimuleren, bijvoorbeeld via het verstrekken van subsidies en leningen. Het financieren van dergelijke activiteiten kan binnen de kaders van het staatssteunverbod vallen indien een selectief voordeel toegekend wordt aan een bepaalde een marktpartij.
Indien gebruik kan worden gemaakt van een vrijstelling, hoeft de staatssteun niet van te voren aangemeld te worden bij de Europese Commissie. Voor meer informatie over vrijstellingsmogelijkheden zie Vrijstellingsmogelijkheden, Diensten van algemeen economisch belang en Sociale en betaalbare huisvesting.
Integratie en inburgering
Integratie en inburgering zijn primair nationale verantwoordelijkheden. De EU kan het beleid van lidstaten ondersteunen en aanvullen, onder meer door beleidsontwikkeling, kennisdeling, het bevorderen van inclusie en het beschikbaar stellen van financiering. Voor decentrale overheden biedt dit kader vooral richting, kennisdeling en financieringsmogelijkheden. De concrete uitvoering van integratie- en inburgeringsbeleid vindt plaats binnen het nationale stelsel.
EU-financiering voor asiel en migratie
De EU ondersteunt het asiel- en migratiebeleid financieel via het Fonds voor Asiel, Migratie en Integratie (AMIF), ingesteld bij Verordening (EU) 2021/1147. Dit fonds is bedoeld om lidstaten te ondersteunen bij onder meer opvang, integratie en terugkeer.
Decentrale overheden kunnen, afhankelijk van de nationale inrichting van het fonds, betrokken zijn bij of aanhaken op AMIF-projecten. De voorwaarden en uitvoeringsmodaliteiten worden nader uitgewerkt in uitvoerings- en gedelegeerde handelingen en in programmadocumenten op EU-niveau. Verdere details worden behandeld op onze fondsenpagina.
Decentrale relevantie
Europese regels en ontwikkelingen op het gebied van asiel en migratie kunnen doorwerken in de decentrale praktijk. Dit kan gevolgen hebben voor verschillende beleidsterreinen van gemeenten en provincies, zoals opvang en huisvesting van vluchtelingen, integratiebeleid, toegang tot voorzieningen, onderwijs, arbeidsmarkt en gemeentelijke registratie.
Veranderingen in Europese regelgeving of beleid kunnen invloed hebben op de instroom van asielzoekers, de duur van asielprocedures en de verblijfsduur in opvanglocaties. Dit kan gevolgen hebben voor de opvangcapaciteit, de doorstroom naar huisvesting en de uitvoering van lokale en regionale taken. Gemeenten en provincies moeten deze ontwikkelingen daarom te betrekken bij hun beleid en uitvoering.