×
Europees recht en beleid

Laatste update: 1 juli 2022

Contact:


Wat is dwingende spoed?

Van dwingende spoed is sprake bij een gebeurtenis die een aanbestedende dienst niet heeft kunnen voorzien. De aanbestedende dienst mag zelf geen verwijt kunnen worden gemaakt voor het ontstaan van de omstandigheid voor de dwingende spoed. De aanbestedende diensten kunnen dan gebruik maken van een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking, zoals genoemd in artikel 32 lid 2 sub c Richtlijn 2014/24 en artikel 2.32 lid 1 sub c Aanbestedingswet 2012. Het argument van tijdgebrek voor het uitvoeren van een reguliere Europese aanbestedingsprocedure – die immers meer tijd in beslag zal nemen dan bijvoorbeeld een onderhandelingsprocedure – is geen dwingende spoed.

Een voorbeeld van dwingende spoed is wanneer een wegdek in een gemeente door toedoen van derden ernstig is beschadigd en verzakt en de verkeerssituatie onveilig is geworden. Kan de gemeente in die situatie een beroep doen op dwingende spoed om geen volledige aanbestedingsprocedure te hoeven doorlopen? Het antwoord op deze vraag leest u in deze praktijkvraag.

Wanneer kunnen wij ons beroepen op dwingende spoed bij een onderhandelingsprocedure?

Wat zijn de voorwaarden voor een beroep op dwingende spoed?

Dwingende spoed is een restrictieve grondslag om af te wijken van de reguliere aanbestedingsprocedures. Dit betekent dat dwingende spoed slechts in absolute uitzonderingsgevallen mag worden ingeroepen. In de (Europese) jurisprudentie is de toepassing van dwingende spoed verder uitgewerkt. Om een beroep te kunnen doen op dwingende spoed moet aan de volgende cumulatieve voorwaarden worden voldaan:

  • Onvoorzienbaarheid van de gebeurtenissen voor de betrokken aanbestedende diensten;
  • De dwingende spoed moet onverenigbaar zijn met de termijnen van andere procedures (de openbare, niet-openbare en onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking;
  • Er moet een causaal verband zijn tussen de dwingende spoed en de onvoorziene omstandigheden;
  • De omstandigheid waarop een beroep wordt gedaan mag niet te wijten zijn aan de aanbestedende diensten zelf.

De aanbestedende dienst moet zelf bewijzen dat aan deze voorwaarden wordt voldaan.