Europees recht en beleid

Laatste update: 19 augustus 2025

Contact:


De Verordening Interoperabel Europa (Verordening 2024/903) stelt een samenwerkingskader vast om de grensoverschrijdende interoperabiliteit van digitale overheidsdiensten in Europa te verbeteren. Hierdoor wordt het voor overheden, waaronder decentrale overheden, eenvoudiger om veilig gegevens uit te wisselen met andere EU-lidstaten en -instellingen. De verordening is van toepassing op EU-instellingen en openbare lichamen, waaronder ook decentrale overheden.

Definitie grensoverschrijdende interoperabiliteit en trans-Europese digitale overheidsdiensten

Volgens artikel 2, lid 1 is grensoverschrijdende interoperabiliteit het vermogen van overheden om informatie, gegevens en kennis grensoverschrijdend uit te wisselen via digitale processen. Trans-Europese digitale overheidsdiensten zijn diensten die door openbare lichamen worden verleend aan elkaar of aan natuurlijke of rechtspersonen, over de grenzen van lidstaten heen.

In de praktijk gaat het bijvoorbeeld om situaties waarin decentrale overheden informatie nodig hebben van buitenlandse overheidsinstanties, zoals gegevens over sociale zekerheid. Ook gegevensuitwisseling over belastingen, douane, rijbewijzen en aanbestedingen valt hieronder. De verordening introduceert daarbij verschillende pijlers om deze samenwerking te verbeteren.

Interoperabiliteitsbeoordeling

Openbare lichamen zijn volgens de verordening verplicht om een interoperabiliteitsbeoordeling uit te voeren. Volgens overweging 13 en artikel 3, lid 1 is deze beoordeling nodig om inzicht te krijgen in de gevolgen van nieuwe of ingrijpende bindende eisen voor grensoverschrijdende interoperabiliteit. De verplichting om een beoordeling uit te voeren is alleen van toepassing wanneer deze bindende eisen invloed hebben op trans-Europese digitale overheidsdiensten.

Daarnaast helpt de beoordeling om maatregelen te formuleren die voordelen benutten en kosten beperken. De verordening stelt minimumvereisten, waaronder het analyseren van effecten, het beoordelen van eisen en het identificeren van resterende belemmeringen. Indien een EU-instelling deze beoordeling al heeft uitgevoerd, hoeft deze niet opnieuw plaats te vinden.

Interoperabiliteitsoplossingen

Openbare lichamen, waaronder decentrale overheden moeten interoperabiliteitsoplossingen beschikbaar stellen wanneer andere overheden of EU-instellingen hierom vragen. Deze zijn ter ondersteuning van trans-Europese digitale overheidsdiensten.

Voorbeelden van interoperabiliteitsoplossingen zijn gedeelde standaarden, richtsnoeren en technische specificaties (overweging 12). Dit voorkomt dat elke organisatie zelf oplossingen moet ontwikkelen. Deze verplichting geldt niet als oplossingen buiten de publieke taak vallen of onder intellectuele eigendomsrechten vallen.

Interoperabel Europa-Raad

De verordening richt de Interoperabel Europa-Raad op, bestaande uit vertegenwoordigers van EU-lidstaten en de Europese Commissie. Nederland wordt vertegenwoordigd door de Directie Digitale Overheid van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Ook het Comité van de Regio’s, ENISA en het Europees Cybersecurity Centrum nemen deel als waarnemers.

De raad:

  • Adviseert over de toepassing van de verordening
  • Ontwikkelt richtsnoeren en aanbevelingen
  • Stelt een interoperabel Europa-agenda op

Daarnaast ontwikkelt de raad het Europees interoperabiliteitskader (EIF), met 47 aanbevelingen over principes en praktische toepassingen. Ook kan de raad projecten voorstellen ter ondersteuning van grensoverschrijdende interoperabiliteit.

Ondersteunende maatregelen

De verordening introduceert ondersteunende maatregelen en tools. Een belangrijk instrument is het Interoperabel Europa-portaal, dat fungeert als centraal toegangspunt voor informatie en oplossingen.

Daarnaast biedt artikel 11 ruimte voor testomgevingen (regulatory sandboxes), waarin samenwerking wordt bevorderd en inzicht ontstaat in kansen en belemmeringen voor interoperabiliteit.

Nationale bevoegde autoriteiten

Nationale bevoegde autoriteiten spelen volgens de verordening ook een belangrijke rol bij de implementatie. Zij ondersteunen openbare lichamen bij interoperabiliteitsbeoordelingen en het delen van oplossingen. In Nederland vervult de Directie Digitale Overheid van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties deze rol.

Decentrale relevantie

Voor decentrale overheden is de Interoperabel Europa Verordening van toepassing wanneer er sprake is van grensoverschrijdende dienstverlening. In dit geval moeten decentrale overheden een interoperabiliteitsoplossing ter beschikkingstellen als hierom wordt gevraagd. De verordening biedt ondersteuning via onder andere het EIF, dat definities, principes en praktische toepassingen bevat. Dit helpt lokale bestuurders bij het oplossen van grensoverschrijdende vraagstukken, zonder dat decentrale overheden zelf oplossingen hoeven te ontwikkelen.

Meer informatie

Veelgestelde vragen Interoperable Europa Act, Digitale overheid