Europees recht en beleid

Laatste update: 21 juli 2022

Contact: en


Invasieve uitheemse soorten of exoten zijn dieren of planten die van oorsprong niet voorkomen in het gebied waar ze aangetroffen worden en schadelijk zijn voor de natuur. Voorbeelden zijn de muskusrat, de Japanse duizendknoop en de reuzenberenklauw. Ze verdringen namelijk inheemse dieren en planten. Ook kunnen ze schade veroorzaken aan gebouwen, leidingen en infrastructuur. De Europese Unie heeft regels opgesteld om invasieve exoten te bestrijden. Dit moet schade door deze soorten zo veel mogelijk voorkomen. Provincies, waterschappen en gemeenten zijn betrokken bij de bestrijding van deze exoten.  

Europees exotenbeleid 

De Europese regels zijn vastgelegd in Verordening 1143/2014 inzake invasieve uitheemse soorten (de IAS-Verordening; Invasive Alien Species). De verordening is gericht op enerzijds het voorkomen, beperken en verminderen van de negatieve invloeden van invasieve uitheemse soorten op biodiversiteit en ecosysteemdiensten en anderzijds het beperken van de sociale en economische schade. 

De kern van de Verordening is een lijst van invasieve uitheemse soorten die zorgwekkend zijn voor de EU. Deze lijst heet ook wel de Unielijst. De lijst is vastgelegd in Uitvoeringsverordening 2016/1141. Lidstaten kunnen deze lijst op nationaal niveau aanvullen. Ook de Europese Unie kan deze lijst op basis van een risicobeoordeling aanvullen. Een plantensoort die op deze lijst staat is bijvoorbeeld de reuzenberenklauw. 

Lidstaten moeten maatregelen nemen tegen de soorten op de Unielijst. Deze maatregelen zijn gericht op preventie, beheer en het voorkomen van verspreiding. Zo geldt er voor de exoten op de lijst een verbod op bezit, handel, kweek, transport en import. Ook moeten lidstaten in de natuur aanwezige populaties opsporen en verwijderen. Als dat niet lukt, moeten ze verspreiding en schade zoveel mogelijk voorkomen.

De Commissie publiceerde in 2021 een voorzichtig positieve evaluatie van de Verordening inzake invasieve uitheemse soorten. Daarin wordt echter benadrukt dat het prematuur is om conclusies te trekken over de meeste aspecten van de Verordening, aangezien de termijnen voor uitvoering van de diverse verplichtingen geleidelijk zijn ingegaan tussen 2016 en 2019. Daarom is het voor sommige aspecten nog te vroeg voor een volledige analyse. 

Biodiversiteitsstrategie 2030

In de Biodiversiteitsstrategie voor 2030 wijst de Commissie erop dat de implementatie van de Europese Verordening invasieve uitheemse soorten van belang is voor natuurbescherming en herstel. Daarnaast wil de EU het aantal soorten dat op ‘rode lijst’ van bedreigde soorten staat en die worden bedreigd door invasieve exoten met 50% verminderen. 

Nationale Implementatie Exotenbeleid

Verordening 1143/2014 is opgenomen in de Wet Natuurbescherming, de Regeling Natuurbescherming en de Regeling Gewasbeschermingsmiddelen en biociden. 

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) houdt een overzicht bij van invasieve landplanten en invasieve oever- en waterplanten. Een deel van de landplanten staat op de Unielijst. Dat betekent dat voor deze soorten EU-regels van toepassing zijn. Voor de overige genoemde soorten, bijvoorbeeld de Japanse duizendknoop en de ambrosia, gelden deze regels niet. Deze soorten kunnen echter wel schade veroorzaken. Daarom adviseert de overheid om maatregelen te nemen om te voorkomen dat deze invasieve exoten in de natuur terechtkomen of zich verder verspreiden. 

Decentrale Relevantie

Provincies, gemeenten en waterschappen zijn betrokken bij de aanpak van invasieve exoten. Provincies dragen op basis van de Wet natuurbescherming zorg voor het beheer van de invasieve exoten van de Unielijst. Dit betekent dat de provincie verantwoordelijk is voor uitroeiings-, beheersmaatregelen en herstelmaatregelen. Maatregelen moeten in overeenstemming zijn met andere natuurwetgeving zoals de Vogel- en Habitatrichtlijn.  

Waterschappen bestrijden op basis van de Wet natuurbescherming de muskus- en beverrat. Deze staan op de Unielijst van invasieve exoten. Dit betekent dat de soort moet worden opgespoord, verwijderd en zodanig beheerd dat verspreiding wordt voorkomen.  

Gemeenten zijn verder betrokken bij de uitvoering van het invasieve soortenbeleid, bijvoorbeeld door het bestrijden van invasieve planten in openbaar gebied.

Invasieve uitheemse soorten en gewasbescherming

Voor de bestrijding van invasieve exoten kunnen pesticiden worden gebruikt. In principe* geldt er sinds 2016 een verbod op professioneel gebruik van alle gewasbeschermingsmiddelen op verharde oppervlakken en in overig groengebied buiten landbouwgebieden. Dit verbod geldt bijvoorbeeld voor het beheer van plantsoenen, parken, wegbermen en natuurgebieden. Op het verbod is een aantal uitzonderingen van toepassing. Een van de uitzonderingen is de gerichte toepassing van gewasbeschermingsmiddelen die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de gezondheid van mens, dier of milieu. In de Regeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden is een lijst opgenomen van soorten die met bestrijdingsmiddelen gericht bestreden mogen worden. De Japanse duizendknoop en ambrosia vallen hieronder.  

*Stand van Zaken: Op 24 November 2020 heeft het gerechtshof Den Haag in een uitspraak in hoger beroep het verbod onverbindend verklaard. Het verbod had een ontoereikende wettelijke grondslag. Een voorstel voor een wetswijziging is in maart 2021 gedaan.