Europees recht en beleid

Laatste update: 21 juli 2022

Contact:


De circulaire economie is een economisch systeem waarin producten en grondstoffen zo veel mogelijk worden hergebruikt. Het is bedoeld om de waarde van stoffen zo veel mogelijk te maximaliseren en waardevernietiging te minimaliseren. Afval wordt dus zo veel mogelijk voorkomen omdat grondstoffen steeds opnieuw worden gebruikt. Een circulaire economie heet dan ook wel een kringloopeconomie.

De overgang naar een circulaire economie draagt bij aan het realiseren van de milieu- en klimaatdoelstellingen van de Europese Unie. Door het hergebruik van grondstoffen kan lucht-, bodem- en waterschade bijvoorbeeld worden verminderd.

Zowel vanuit de Europese Unie als vanuit Nederland zijn er initiatieven om de omslag van een lineaire naar een circulaire economie vorm te geven. Nationale en decentrale overheden maken deze overgang grotendeels mogelijk. De EU heeft een belangrijke rol in de ondersteuning van de transitie.

Green Deal

Als onderdeel van de Green Deal is in maart 2020 het EU actieplan voor een schoner en concurrerender Europa verschenen. Dit is het tweede actieplan voor de circulaire economie.

Europees beleid

Het Europese beleid rondom de circulaire economie is voornamelijk vastgelegd in twee actieplannen: het EU-actieplan maak de cirkel rond (2015) en het EU Actieplan voor een schoner en concurrerender Europa (2020). Daarnaast zijn er verschillende richtlijnen die de circulaire economie ondersteunen.

EU-Actieplan maak de cirkel rond (2015)

In 2015 publiceerde de Europese Commissie het eerste Actieplan voor de Circulaire Economie. Dit plan bevatte 54 maatregelen die ervoor moesten zorgen dat circulaire principes werden geïntegreerd in verschillende sectoren; zoals bij de productie en het gebruik van plastic, het waterbeheer, en het beheer van afval.

Inmiddels zijn alle 54 maatregelen uit dit plan ten uitvoer gebracht. Vanaf 2021 gelden bijvoorbeeld nieuwe ecologische normen voor producten en is een verbod op wegwerpplastics van kracht.

Het zwaartepunt van de maatregelen uit het actieplan lag bij het wijzigen van bestaande richtlijnen betreffende afvalstoffen. Bij de herziening van deze richtlijnen werd ingezet op het verlagen van de hoeveelheid afval, het vereenvoudigen van het wetgevingskader en de verhoging van het hergebruik- en recyclingpercentage van verschillende afvalsoorten.  Ook is het einde-afval criterium (end-of-waste) aangepast. Zo kunnen grondstoffen opnieuw worden gebruikt voor nieuwe producten. Hiermee moet het perspectief op afval verschuiven, van last naar waardevolle hulpbron. Meer informatie over het einde-afval criterium vindt u in onze praktijkvraag.

Afvalrichtlijnen die zijn herzien & geïntroduceerd:

  • Richtlijn 2018/851 tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen;
  • Richtlijn 2018/850 tot wijziging van Richtlijn 1999/31/EG van de Raad betreffende het storten van afvalstoffen;
  • Richtlijn 2015/720 tot wijziging van Richtlijn 94/62/EG betreffende de vermindering van het verbruik van lichte plastic draagtassen;
  • Richtlijn 2018/849 tot wijziging van de Richtlijnen 2000/53/EG betreffende autowrakken, 2006/66/EG inzake batterijen en accu’s, alsook afgedankte batterijen en accu’s, en 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur;
  • Richtlijn 2019/904 betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu.

Meer informatie en specifieke doelstellingen vindt u op onze onderwerppagina Afval

EU Actieplan voor een schoner en concurrerender Europa (2020)

In 2020 gaf de Commissie opvolging aan het eerste actieplan met het Actieplan voor een schoner en concurrerender Europa. Deze werd in het kader van de Green Deal gepresenteerd en moet ervoor zorgen dat duurzame producten de norm worden in Europa. Het voorkomen van afval en hergebruik van producten staat centraal. Meer informatie over het actieplan vindt u in onze praktijkvraag over dit onderwerp.

De Europese Commissie wil hiervoor de gehele levenscyclus van producten te verduurzamen. Het actieplan omvat daarom initiatieven om zowel het productieontwerp van producten, als ook het samenstellen, het (her)gebruiken en het recyclen van producten en grondstoffen te vergroenen. Zo moet er bijvoorbeeld een ‘recht op reparatie’ komen, en een betere toegang tot betrouwbare informatie over de duurzaamheid van producten. Ook ligt er nadruk op het voorkomen, verminderen en recyclen van afval.

Het plan richt zich met name op sectoren die veel grondstoffen gebruiken, zoals elektronica en ICT, batterijen en voertuigen, verpakkingen, kunststoffen, textiel, constructie en gebouwen en levensmiddelen. Daarnaast betrekt dit tweede actieplan meer sectoren bij de circulaire economie zoals de IT-, elektronica-, vervoers- en textielsector.

Specifiek voor gebouwen is de online tool LEVEL(S) gelanceerd. De bouwsector maar ook lokale en regionale overheden kunnen op deze website een checklist vinden met vragen, die als doel hebben om de duurzaamheid van een gebouw in te schatten en de gevolgen van bijvoorbeeld een renovatie voor de duurzaamheid in kaart te brengen. Het biedt daarmee een kader voor de inspectie van en rapportage over de duurzaamheid van gebouwen.

Relevante richtlijnen

Ecodesign Richtlijn

De Ecodesignrichtlijn (2009/125/EG) schept een kader voor het ecologisch ontwerp van energie gerelateerde producten. Dit betekent dat milieuaspecten in het productontwerp worden geïntegreerd om de milieuprestaties van het product te verbeteren. Deze gestelde vereisten hebben betrekking op alle stadia in de levenscyclus van een product, zoals de verwachte productie van afvalstoffen, de mogelijkheden voor hergebruik, recycling en terugwinning. Op producten die aan de vereisten voldoen, wordt de CE-markering aangebracht. Die producten kunnen dan in de hele EU worden verkocht.

Binnen dit kader zijn er specifieke ecodesignrichtlijnen voor bijvoorbeeld koelkasten, wasmachines, vaatwassers, lichtbronnen, lasapparatuur en elektrische motoren. Deze bevatten onder andere bepalingen om deze apparaten energiezuiniger te maken.

Energie-etiketteringsrichtlijn

De Energie-etiketteringsrichtlijn (2017/1369) maakt het verplicht om het energieverbruik te vermelden op etiketten en in de standaard productinformatie van huishoudelijke, commerciële en industriële producten. Op het etiket moet staan binnen welke energieklasse het product valt (A++ t/m G). Dit moet gebruikers stimuleren een keuze te maken op basis van het energieverbruik van producten.

Samen met de Ecodesignrichtlijn biedt de richtlijn een wetgevingskader dat tot extra energiebesparingen en milieuvoordelen leidt. Meer informatie over energie-efficiëntie maatregelen vindt u op onze pagina energie-efficiëntie.

Single Use Plastics Richtlijn

De Single Use Plastics Richtlijn (2019/904) bevordert een duurzame en circulaire benadering van kunststoffen door bepaalde kunststofproducten te reguleren. De richtlijn introduceert bijvoorbeeld een voor de hele EU geldend verbod op kunstproducten voor eenmalig gebruik, zoals bestek, borden, roerstaafjes en rietjes. Meer informatie over deze richtlijn en specifieke recycling doelstellingen voor plastic vindt u op onze pagina kunststofafval.

Energie-efficientië Richtlijn

De energie-efficiëntie richtlijn (EER) voorziet in een aantal verplichtingen om de energie-efficiëntie stapsgewijs te verhogen en is complementair aan het circulaire economie plan uit 2020. In de huidige richtlijn (2012/27) heeft de Commissie zich tot doel gesteld in 2030 een energie-efficiëntie percentage van 32,5% te bereiken. In het kader van het in 2021 gepresenteerde ‘fit for 55’-pakket is dit streefdoel verhoogd, het voorstel bedraagt nu 39% voor primair en 36% voor finaal energiegebruik. Volgens het nieuwe voorstel inzake energie-efficiëntie dient meer rekening gehouden te worden met circulaire aspecten bij zaken zoals aanbestedingsprocedures.

Meer informatie over deze richtlijn en de relevantie voor de circulaire economie vindt u op onze pagina energie-efficiëntie en in het nieuwsbericht over het Fit for 55-pakket.

Nationaal beleid

Nederland is de voortrekker in Europa op het gebied van de circulaire economie. In 2020 kwam 31% van de gebruikte materialen in Nederland uit gerecycleerd afvalmateriaal. Er bestaat dan ook een breed scala aan initiatieven om een circulair economisch model te bevorderen. In een groot deel van deze circulaire maatregelen spelen provincies, gemeenten en waterschappen een centrale rol. Hieronder volgt een aantal van deze nationale circulaire initiatieven.

Het rijksbrede programma circulaire economie

In het Rijksbrede programma circulaire economie (2016) stelt het kabinet de ambitie om in 2050 een circulaire economie te realiseren. Hiervoor moet in 2030 50% minder primaire grondstoffen worden verbruikt. Om dit te realiseren neemt de Rijksoverheid verschillende maatregelen. De prioriteiten hierbij zijn biomassa en voedsel, kunststoffen, de maakindustrie en consumptiegoederen.

In het uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2019-2023 staat beschreven welke stappen er de eerste vijf jaar worden gezet voor een volledig circulaire economie in 2050.

Grondstoffenakkoord

In januari 2017 werd het Nationaal Grondstoffenakkoord gesloten. Hierin staan afspraken om de Nederlandse economie te laten draaien op herbruikbare grondstoffen. Onder andere de VNG, het IPO en de UvW hebben het akkoord ondertekend. Ook bedrijven, NGO’s, financiële instellingen, kennisinstituten en overheden nemen deel aan het akkoord.

Green Deal en Circulair inkopen

Een ander initiatief waarmee wordt ingezet op de circulaire economie is de Green Deal Circulair Inkopen. In 2011 is in Nederland het concept Green Deal in het leven geroepen om duurzame samenwerking tussen decentrale overheden, maatschappelijke organisaties, ondernemers en de Rijksoverheid te faciliteren. De Green Deal helpt om duurzame plannen uit te voeren, doordat knelpunten door deze gezamenlijke aanpak uit de weg kunnen worden genomen. De rol die overheden hebben binnen deze initiatieven verschilt. Bijvoorbeeld:

  • het wegnemen van belemmeringen in wet- en regelgeving;
  • het toegankelijk maken van netwerken;
  • het ondersteunen van toegang tot de kapitaalmarkt;
  • het inbrengen van kennis.

Decentrale relevantie

Aanbesteden

Overheidsopdrachten vertegenwoordigen een grote koopkracht. Decentrale overheden hebben dan ook de potentie om de circulaire economie te bevorderen. De Europese Commissie wil de rol van overheden ten aanzien van de circulaire economie stimuleren. Zo zijn in het eerste circulaire economie actieplan duurzaamheidscriteria ontwikkeld als handvat voor duurzaam aanbesteden. Meer informatie hierover vindt u op onze onderwerppagina circulair aanbesteden. In het tweede circulaire actieplan stelt de Commissie voor om een minimaal percentage voor verplichte groene overheidsopdrachten te introduceren.

Fondsen

In het meerjarig financieel kader – de EU-begroting – van 2021-2027 is circulaire economie erg relevant, bijvoorbeeld in het kader van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) of het LIFE-programma voor milieu en klimaatactie. Voor verdere informatie over Europese fondsen en subsidies, zie onze EU-fondsenwijzer