Europees recht en beleid

Laatste update: 1 december 2022

Contact:


Energie-efficiëntie zorgt ervoor dat minder energie wordt verbruikt om hetzelfde resultaat te behalen. Dit kan bijvoorbeeld door energiezuinige technische oplossingen of maatregelen die energieverspilling tegengaan. Betere isolatie en verlichting op sensoren zorgen er bijvoorbeeld voor dat minder energie nodig is. Ook gedragsveranderingen kunnen bijdragen. Zo geeft een slimme meter en een energielabel inzicht in het relatieve energieverbruik.

De Europese Unie heeft verschillende energie-efficiëntie doelstellingen en regels opgesteld. Energie-efficiëntie draagt namelijk bij aan het realiseren van de energie- en klimaatdoelstellingen. Er zijn daarom regels voor sectoren die veel energie gebruiken, zoals de gebouwen- en vervoersector. Decentrale overheden kunnen bijvoorbeeld verplicht zijn om een energie-audit uit te voeren. Ook zijn er regels voor de energieprestaties van apparaten zoals lampen en airconditionings.

Deze pagina biedt een overzicht van de verschillende Europese regels voor energie-efficiënte en energieprestaties. Eerst worden de algemene energie-efficiëntie doelstellingen toegelicht. Daarna gaat deze pagina in op energie-efficiëntie voor gebouwen, warmte en koeling, vervoer en apparaten.

Europees beleid

Energie-efficiëntie: doelstellingen

De EU heeft verschillende energie-efficiëntie doelstellingen vastgelegd in Richtlijn 2018/2002 inzake Energie-efficiëntie (Energy-Efficiency Directive). Deze Richtlijn staat ook wel bekend als de EED-richtlijn. In de EED is een jaarlijkse energie-efficiëntie doelstelling en doel voor 2030 vastgelegd:

  • in 2030 moet de energie-efficiëntie 32 % hoger zijn dan de prognoses voor 2030 die zijn opgesteld in 2007;
  • jaarlijks moet er een energiebesparing van 0,8% gerealiseerd worden.

Energie-efficiëntie eerst-beginsel

De Europese Unie hanteert het principe ‘energie-efficiëntie eerst’ of ‘voorrang voor energie-efficiëntie’. Dit is opgenomen in de Strategie voor de energie-unie (2018/1999). Het principe stelt dat energiebesparing prioriteit moet hebben aangezien het de makkelijkste manier is om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen (boven bijvoorbeeld overgaan van energie uit fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energie). Dit principe wordt gebruikt in planning en beleidsvorming, bijvoorbeeld over investeringen in de Europese energie-infrastructuur staat het centraal. De Europese Commissie heeft richtsnoeren gepubliceerd die lidstaten moeten helpen het energie-efficiëntie eerst-beginsel toe te passen in het energiesysteem. Daarnaast zal de Commissie in de herziening van energiewetgeving het beginsel verder bevorderen.

Green Deal: herziening energie-efficiëntierichtlijn

Als onderdeel van de Green Deal presenteerde de Europese Commissie op 14 juli 2021 in het ‘Fit for 55’- pakket een voorstel voor een herziening van de EED-richtlijn, die in september 2022 door het Europees Parlement werd goedgekeurd. Hierin stelt de Commissie een nieuwe doelstelling voor energievermindering vast: In 2030 moeten het primaire en het finale energieverbruik dalen met respectievelijk 39% en 36%. Met primair energieverbruik wordt de hoeveelheid energie die in het land beschikbaar is voor omzetting of verbruik bedoeld, terwijl finaal energieverbruik het totale eindgebruik omvat.

Sectoren: gebouwen, specifieke elementen van gebouwen en vervoer

Om de energie-efficiëntiedoelstellingen te realiseren stelt de EU eisen aan specifieke sectoren en apparaten waar een energiebesparingspotentieel in zit. We gaan in op gebouwen, specifieke elementen van gebouwen zoals verwarming of koeling en vervoer.

Gebouwen

Energieprestaties Overheidsgebouwen

De grootste energieverbruikers zijn gebouwen: ze gebruiken zo’n 40% van de energie in de Europese Unie. Gebouwen hebben daarmee een groot energiebesparingspotentieel, bijvoorbeeld door energiebesparende renovaties zoals isolatie en het plaatsen van zonnepanelen. De overheid moet hierbij het goede voorbeeld geven: jaarlijks moet 3% van het totale oppervlakte van de gebouwen van de overheid energie-efficiënt gerenoveerd worden. Nieuwe (overheids-)gebouwen moeten bijna Energie neutraal zijn (BENG). Uiteindelijk moet voor het einde van 2050 het gehele nationale gebouwenbestand, dus zowel openbare als particuliere gebouwen, energie-efficiënt zijn.

Energieprestaties Gebouwen in het kader van de Green Deal

In oktober 2020 publiceerde de Europese Commissie als onderdeel van de Green Deal de Renovatiegolfstrategie (Renovation Wave) en de EU-strategie voor de integratie van het energiesysteem. Hierin stelt de Commissie dat de uitrol van hernieuwbare energie in gebouwen, de elektrificatie van verwarming van gebouwen (door middel van warmtepompen) en de uitrol van oplaadpunten voor elektrische voertuigen moet worden bevorderd.

Wet- en regelgeving voor energieprestaties gebouwen

De regels op het gebied van de energieprestaties van gebouwen zijn voornamelijk vastgelegd in Richtlijn 2010/31/EU betreffende de energieprestatie van gebouwen. Deze staat ook wel bekend als de REPG-Directive – of in het Engels: de EPDB-richtlijn. Hierin zijn minimumeisen voor de energiebehoefte en het energiegebruik van gebouwen opgenomen. Zo moeten sinds 31 december 2020 alle nieuwe gebouwen bijna energie neutraal zijn (BENG) en voldoen aan de zogenaamde BENG-normen. Zie voor meer informatie onze praktijkvraag over dit onderwerp. Daarnaast zijn er in de Richtlijn energie-efficiënte (2012/27) en de Richtlijn elektriciteitsmarkt (2019/944) afspraken gemaakt over specifieke elementen van gebouwen. De regelgeving voor gebouwen bevat dus ook verplichtingen voor verwarmings- en airconditioningssystemen en oplaadpunten.

Energieprestaties gebouwen en de Green Deal

In het voorstel voor de herziening van het ETS-systeem wil de Europese Commissie gebouwen opnemen in een apart emissiehandelssysteem. Dit betekent dat emissierechten gekocht moeten worden om een bepaalde hoeveelheid broeikasgassen uit te stoten. Hierdoor komt een prijs voor CO2 tot stand. Dit spoort bedrijven aan hun CO2-uitstoot te verminderen en te investeren in CO2-beperking. Daarnaast zijn in het kader van de Green Deal herzieningen van de Richtlijn hernieuwbare energie (RED) en de Richtlijn energie-efficiëntie (EED) aangekondigd (zie hierboven). In het voorstel voor de herziening van de Richtlijn hernieuwbare energie (RED), dat het Europees Parlement in september 2022 heeft goedgekeurd, stelt de Commissie voor dat in 2030 minstens 49% van het energieverbruik in gebouwen afkomstig moet zijn van hernieuwbare energie. Eind 2021 wordt een herziening van de Richtlijn energieprestatie gebouwen verwacht.

Energieaudits

Gebouwen met de slechtste energieprestaties moeten voorrang krijgen bij renovatie. Een energie-audit geeft inzicht in het energieverbruik van een gebouw en de mogelijkheden voor energiebesparing. Deze is verplicht voor grote ondernemingen. De audit moet om de vier jaar worden uitgevoerd door een onafhankelijke instantie. Decentrale overheden kunnen energie-auditplichtig zijn wanneer zij vallen onder de definitie ‘grote onderneming’. Dit is het geval als:

  • de decentrale overheid een economische activiteit beoefent in een marktomgeving. Het exploiteren van een zwembad, een sportveld, een vastgoedbedrijf kan worden gezien als een economische activiteit. Activiteiten die worden uitgevoerd in het kader van openbaar gezag vallen niet onder de richtlijn;
  • de economische activiteit wordt óf door 250 of meer medewerkers uitgevoerd;
  • óf noteert een omzet van € 50 miljoen of meer per jaar én een jaarlijks balanstotaal van meer dan € 43 miljoen.

Op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) vindt u meer informatie over energie-audits. Zie ook onze praktijkvraag over energie-audits voor onderwijsinstellingen.

Energielabels gebouwen

Om inzicht te krijgen in de energieprestaties van gebouwen moeten EU-landen volgens de REPG-Richtlijn beschikken over een systeem voor energieprestatiecertificering. In Nederland staat dit systeem bekend als een energielabel. De verschillende klassen van het energielabel geven aan hoe energiezuinig een gebouw is in vergelijking met soortgelijke gebouwen. Het energielabel loopt van A++++ (zeer zuinig) tot en met G (zeer onzuinig). Vanaf 1 januari 2023 geldt in Nederland de verplichting dat kantoorpanden energielabel C moeten hebben. Verder moet het energielabel van een overheidsgebouw dat veel door het publiek wordt bezocht zichtbaar zijn voor de bezoekers.

Specifieke elementen gebouwen

Naast minimumeisen voor gebouwen op het gebied van energie zijn er ook afspraken over specifieke energie-elementen van gebouwen zoals oplaadpunten, metersystemen en verwarming en koeling.

Oplaadpunten

Oplaadpunten dragen bij aan de elektrificatie van de vervoerssector. Om het gebruik van elektrische auto’s mogelijk te maken staan er in de REPG-richtlijn verplichtingen voor oplaadpunten van gebouwen. Parkeerterreinen van nieuwe gebouwen of gebouwen die een ingrijpende renovatie ondergaan, moeten minimaal één oplaadpunt voor elektrische auto’s hebben. Dit geldt voor parkeerterreinen met meer dan tien auto’s van gebouwen die niet voor bewoning bestemd zijn. Bij het plaatsen van deze laadinfrastructuur moet rekening gehouden worden met de latere installatie van meerdere oplaadpunten. Zie ook onze praktijkvraag over laadpalen.

Metersystemen

Metersystemen geven inzicht in het energieverbruik. Om de energie-efficiëntie te bevorderen bevatten de Richtlijn energie-efficiëntie (EED, 2012/27) en de Richtlijn elektriciteitsmarkt (2019/944)  regels voor individuele meters voor gas en elektriciteit en slimme metersystemen. In de bijlage van de Richtlijn elektriciteitsmarkt is vastgelegd dat eind 2020 80% van de eindafnemers van energie een slimme meter moeten hebben. Ook gaat de Richtlijn elektriciteitsmarkt in op het recht op een slimme of individuele meter. Meer hierover leest u in de praktijkvraag over dit onderwerp.

Verwarming en koeling

De REPG-Richtlijn stelt verder specifieke eisen aan de verwarming, airconditioning en waterverwarming in gebouwen. De richtlijn energie-efficiënte (2012/27) bevat afspraken over het bevorderen van hoogrenderende warmtekrachtkoppeling en efficiënte stadsverwarming en -koeling. Efficiënte stadsverwarming en -koeling kan bestaan uit hernieuwbare energie, afvalwarmte en warmte uit warmtekrachtkoppeling.

Stadsverwarming en Green Deal

In het voorstel voor de herziening van de EED-Richtlijn staat dat het gebruik van warmte uit een warmtekrachtkoppeling vanaf 2035 niet meer zal vallen onder de term ‘efficiënte stadsverwarming en koeling.’ Vanaf 2035 kan volgens het voorstel alleen hernieuwbare energie en afvalwarmte worden gebruikt. Het gebruik van afvalwarmte van datacenters wordt aangemoedigd. Ook staat in het voorstel dat gemeenten met meer dan 50.000 inwoners lokale verwarmings- en koelingsplannen moeten opstellen.

Vervoer

De vervoerssector verbruikt 30% van de energie in Europa en biedt daarmee kansen voor energiebesparing. De Richtlijn schone wegvoertuigen (2009/33) legt verplichtingen op met betrekking tot energie-efficiëntie voor (de aanbesteding van) bepaalde wegvoertuigen. Meer informatie hierover vindt u in onze praktijkvraag en op onze pagina’s duurzame mobiliteit en vervoer en aanbesteden.

Nationale implementatie

De Richtlijn energie-efficiëntie is onder andere geïmplementeerd in de Elektriciteitswet 1998, de warmtewet, de Wet implementatie EU-richtlijnen energie-efficiëntie en de Tijdelijke regeling implementatie artikelen 8 en 14 Richtlijn energie-efficiëntie. De Richtlijn Energieprestatie van Gebouwen is onder andere geïmplementeerd in de Woningwet, Besluit energieprestatie gebouwen, en de Regeling energieprestatie gebouwen.

De nationale plannen en de renovatiestrategie zijn opgenomen in de Nederlandse Lange Termijn Renovatie Strategie.

Klimaatakkoord

In het Nederlandse Klimaatakkoord zijn er al afspraken gemaakt over het verduurzamen van gebouwen. Voor 2030 moeten ongeveer 1,5 miljoen woningen verduurzaamd worden.

Decentrale relevantie

Overheidsgebouwen: energieneutraal en energieaudits

Decentrale overheden zijn nauw betrokken bij de uitvoering van energie-efficiëntiedoelstellingen. Overheidsgebouwen hebben een voorbeeldfunctie en sinds 2019 moeten alle nieuwe overheidsgebouwen daarom bijna energie-neutraal zijn. Een gebouw is een overheidsgebouw:

  • wanneer het eigendom van het rijk, de provincie, de gemeente of het waterschap is, en:
  • wordt gebruikt door rijk, provincie, gemeente, waterschap, zelfstandig bestuursorgaan of adviesraad.

Meer informatie over de eisen waaraan nieuwe overheidsgebouwen moeten voldoen vindt u op de website van de RVO.

Daarnaast moeten overheidsgebouwen met een oppervlakte van 250 m2 of meer hun energieprestatiecertificaat op een opvallende plaats bevestigen, en moeten overheidsinstanties die onder de definitie ‘grote onderneming’ vallen een energieaudit uitvoeren.

Warmte en koeling: Transitievisie warmte en aardgasvrij wonen

Gemeenten spelen daarnaast een rol in het realiseren van de warmte- en koelingsdoelstellingen. Ze moeten in hun Transitievisie Warmte plannen maken voor een nieuwe manier van verwarmen van woningen en gebouwen. Dit moet ervoor zorgen dat woningen en gebouwen van het aardgas af kunnen en Nederland aardgasvrij kan worden. In de Transitievisie Warmte moeten alternatieven zoals stadsverwarmingssystemen en de incorporatie van restwarmte aan de orde komen.

Duurzame verlichting

Ook in verlichting zit een energiebesparingspotentie voor gemeenten. Het toepassen van duurzame openbare verlichting leidt niet alleen tot energiebesparing maar ook tot lichtreductie. Dit kan ook voordelen hebben voor de natuur en biodiversiteit. Voorbeelden zijn bijvoorbeeld de keuze voor groene straatverlichting of verlichting op basis van sensoren.

Financiering renovatie

Er zijn verschillende financieringsinstrumenten om de renovatie van gebouwen te ondersteunen. In de EU-begroting voor 2021-2027 heeft de aangekondigde renovatiegolf uit de Europese Green Deal een sterk financieringscomponent. Ook heeft de Europese Commissie een leenfaciliteit aangekondigd voor leningen aan de publieke sector voor bijvoorbeeld investeringen in stadsverwarmingsnetten en de renovatie van gebouwen.

Energie-efficiëntie als vergunningscriterium

Energie-efficiëntie speelt daarnaast in de vergunningsverlening een rol. In verschillende richtlijnen is dit als een vergunningscriterium opgenomen. Het bevoegd gezag dient bij het vaststellen van de vergunningsvoorwaarden onder de Richtlijn industriële emissies bijvoorbeeld rekening te houden met de kosten-batenanalyse (kba) en de best beschikbare technieken. Ook kan energie-efficiëntie zelf een vergunningscriterium zijn. De Richtsnoeren van de Europese Commissie helpen beleidsmakers het ‘energie-efficiëntie eerst’-beginsel toe te passen.

Gevolgen van de Green Deal voor decentrale overheden

De herziening van de EED-richtlijn zal gevolgen hebben voor decentrale overheden. Het voorstel bevat namelijk een nieuwe verplichting voor de publieke sector om het jaarlijkse energieverbruik met 1,7% te verminderen (artikel 5 van het voorstel). Daarnaast voorziet het in verscherping van verplichtingen. Het gaat dan om de verplichting om 3% van overheidsgebouwen te renoveren (artikel 6 van het voorstel) en het opnemen van energie-efficiëntie bij aanbestedingsprocedures (artikel 7 van het voorstel).

Overzicht Europese Energie-efficientie wetgeving

Energieprestaties gebouwen

• Richtlijn energieprestaties gebouwen | 2010/31

Energie-Efficientië

• Richtlijn energie efficientie (EED) | 2012/27