Europees recht en beleid

Laatste update: 20 juli 2022

Contact:


Energiegemeenschappen: energiecoöperaties en andere energiecollectieven

Burgers kunnen deelnemen aan de energietransitie door zelf energie te produceren. Bijvoorbeeld door het plaatsen van zonnepanelen op hun dak. Burgers kunnen dit alleen doen, of als collectief. Zo zijn er burgercoöperaties die samen windturbines bezitten om windenergie te produceren, of die samen zonnepanelen op een appartementencomplex hebben om zonne-energie op te wekken.

Om burgerparticipatie in hernieuwbare energieprojecten verder te stimuleren heeft de EU het concept ‘energiegemeenschappen’ geïntroduceerd in de energiewetgeving. Via energiegemeenschappen kunnen burgers, lokale overheden en kleine ondernemingen samen energie opwekken, delen en verkopen.

Europees beleid over energiegemeenschappen

In het Pakket Schone Energie (Clean Energy Package; CEP) heeft de Europese Commissie erkend dat burgers een rol kunnen spelen in de energietransitie. Voor die tijd werden in Europese energiewetgeving consumenten vooral als passieve actoren in de energiemarkt beschouwd, die slechts energie afnamen. Er was bijvoorbeeld geen wet- en regelgeving die burgers en particuliere collectieven erkende als actieve deelnemers op de markt die zelf ook energie opwekken.

De Richtlijn Hernieuwbare Energie (RED-II, Richtlijn 2018/2001)en de Richtlijn Interne Markt voor Elektriciteit (2019/944; ook wel de Elektriciteitsrichtlijn) erkennen verschillende nieuwe actoren op de energiemarkt, zoals individuele zelf-consumenten, collectieve zelf-consumenten en energiegemeenschappen. Kort gezegd bieden de Richtlijnen het recht aan actoren die hun eigen energie produceren, om de zelf opgewekte elektriciteit te consumeren, op te slaan en te verkopen aan de markt. Burgers kunnen daardoor op gelijke voet met andere marktdeelnemers participeren op de energiemarkt.

Energiegemeenschappen

Energiegemeenschappen zijn een vorm van samenwerking tussen burgers, al dan niet met deelname van lokale overheden zoals gemeenten en kleine ondernemingen. De Richtlijnen introduceren twee vormen van energiegemeenschappen, de energiegemeenschap van burgers en de hernieuwbare energiegemeenschappen. Energiegemeenschappen van burgers worden geïntroduceerd in de Elektriciteitsrichtlijn (2019/944) en hernieuwbare energiegemeenschappen in de Richtlijn Hernieuwbare Energie (2018/2001).

Er is een aantal overeenkomsten tussen deze twee vormen van energiegemeenschappen. Zo zijn ze allebei:

  • een juridische entiteit. Welke rechtsvorm energiegemeenschappen precies krijgen , wordt overgelaten aan de lidstaten. Burgerinitiatieven die niet de vorm van een rechtspersoon hebben kwalificeren dus niet als energiegemeenschap.
  • gebaseerd op vrijwillige en open deelname. Hiermee onderscheiden energiegemeenschappen zich van bepaalde andere gemeenschapsvormen zoals bepaalde publiek-private partnerschappen.
  • gericht op het bieden van milieu-, economische of sociale gemeenschapsvoordelen aan haar leden of aan de lokale gebieden waar ze actief zijn.

Er zijn ook verschillen tussen deze twee energiegemeenschappen. Het meest in het oog springende verschil is dat hernieuwbare-energiegemeenschappen zich specifiek richten op het opwekken gebruiken en verhandelen van hernieuwbare energie, terwijl energiegemeenschappen van burgers niet uitsluitend op hernieuwbare energie gericht hoeven te zijn. Daarnaast is het zogenaamde ‘nabijheidsprincipe’ voor hernieuwbare-energiegemeenschappen van belang. Zij moeten bestuurd worden door aandeelhouders of leden die zich in de buurt van het hernieuwbare energieproject bevinden. Het concept ‘nabijheid’ moet daarbij door lidstaten zelf nader worden gedefinieerd. Het nabijheidsprincipe geldt dus niet voor energiegemeenschappen van burgers.

Verder is het faciliterend kader van de beide typen energiegemeenschappen verschillend. Lidstaten moeten voor energiegemeenschappen van burgers een gelijk speelveld garanderen zodat deze kunnen deelnemen aan de elektriciteitsmarkt. Zo moeten zij toegang kunnen krijgen tot transportnetwerken. Voor hernieuwbare energiegemeenschappen gaat het faciliterend kader een stap verder: de ontwikkeling van hernieuwbare energiegemeenschappen moeten specifiek worden bevorderd. Zo moeten lidstaten rekening houden met hernieuwbare energiegemeenschappen bij het ontwerpen van hun nationale steunregelingen voor hernieuwbare energie. Ook verplicht de RED-II-Richtlijn de lidstaten ertoe om te zorgen dat er instrumenten zijn om de toegang tot financiering en informatie voor hernieuwbare energiegemeenschappen te vergemakkelijken.

Afhankelijk van de omvang kunnen projecten van de energiegemeenschappen worden onderworpen aan een milieueffectrapportage (MER). Meer informatie hierover leest u op onze pagina Milieueffectrapportage.

Stand van zaken

Als onderdeel van de Green Deal en het Fit for 55-pakket heeft de Commissie in 2021 een voorstel voor de herziening van de Richtlijn hernieuwbare energie gepubliceerd. Hierin wil de Commissie dat lidstaten hernieuwbare energiegemeenschappen en zelf-consumptie van hernieuwbare energie verder stimuleren. Lidstaten zouden hiervoor maatregelen moeten opnemen in hun bouwvoorschriften. Lees hier meer over in ons nieuwsbericht.

Nationaal beleid energiegemeenschappen

In het Nederlandse Klimaatakkoord staat de doelstelling dat in 2030 voor meer dan 11,5 miljoen huishoudens energie moet worden opgewekt met zonne- en windenergie. Hierbij is afgesproken dat burgers en kleine plaatselijke bedrijven voor minstens de helft moeten kunnen profiteren van een lokaal duurzaam energieproject.

Nationale implementatie energiegemeenschappen

De Elektriciteitsrichtlijn en Richtlijn Hernieuwbare Energie laten vrij veel ruimte voor nadere invulling door de lidstaten. Het is bijvoorbeeld aan de lidstaten om te bepalen wat voor soort rechtspersoonlijkheid energiegemeenschappen kunnen hebben. Hierbij moet duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen energiegemeenschappen en andere vormen van burgerparticipatie in de energiemarkt. Ook moeten lidstaten vaststellen wat nabijheid voor hernieuwbare energiegemeenschappen betekent. Verder kunnen lidstaten aanvullende rechten en plichten toekennen aan hernieuwbare energiegemeenschappen, bijvoorbeeld of energiegemeenschappen open staan voor deelname door partijen uit aangrenzende lidstaten.

Stand van zaken

Op dit moment zijn energiegemeenschappen nog niet in de Nederlandse wetgeregeld. Ze zullen worden opgenomen in de gewijzigde Energiewet. Hiervoor is begin 2021 een wetsvoorstel gepubliceerd . In dit voorstel introduceert de Nederlandse wet energiegemeenschappen in het algemeen en onderscheidt dus niet per sé twee vormen zoals de Europese richtlijnen dat doen. De memorie van toelichting van het wetsvoorstel licht hierover expliciet toe dat de wet straks één energiegemeenschap kent, waar zowel de ‘energiegemeenschap van burgers’ als de ‘hernieuwbare energiegemeenschap’ onder vallen.

Subsidieregeling Coöperatieve Elektriciteitsopwekking (SCE)

In 2021 is een subsidieregeling gestart die invulling geeft aan de eisen uit de Elektriciteitsrichtlijn en de Richtlijn Hernieuwbare Energie. De subsidieregeling coöperatieve energieopwekking maakt het mogelijk dat subsidie wordt verstrekt aan energiecoöperaties en Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) voor het lokaal en gezamenlijk opwekken van hernieuwbare elektriciteit. De subsidieregeling beschouwt de rechtsvormen van coöperaties en als vormen van energiegemeenschappen. Een coöperatie moet dan wel het principe van open en vrijwillige deelname hanteren, zoals voorgeschreven in de Elektriciteitsrichtlijn en de Richtlijn hernieuwbare energie.

De subsidieregeling geeft invulling aan het nabijheidsprincipe, dat geldt voor hernieuwbare-energiegemeenschappen, door gebruik te maken van de zogenoemde postcoderoos. Een postcoderoos bestaat uit een 4-cijferig postcodegebied plus de direct daaraan grenzende postcodegebieden. Volgens de rijksoverheid is dit een werkbare definitie en geschikte geografische maat voor lokaliteit. De leden van de betreffende coöperatie of VvE moeten gevestigd zijn in de postcoderoos; dan is voldaan aan het nabijheidsvereiste.

Decentrale relevantie energiegemeenschappen

Aangezien provincies, gemeentes en waterschappen betrokken zijn bij de energietransitie krijgen zij te maken met energiegemeenschappen. Zij kunnen energiegemeenschappen stimuleren en ondersteunen.  Op basis van de RED-II Richtlijn kunnen lokale overheden en autoriteiten, waaronder gemeenten zelf, bijvoorbeeld lid worden van energiegemeenschappen. Decentrale overheden kunnen daarnaast hun eigen subsidieregeling opzetten. Hierbij dient wel gelet te worden op de staatssteunregels; steun aan energiegemeenschappen is niet zonder meer uitgezonderd van  het staatssteunregime. Wel zijn er vrijstellingsmogelijkheden voor steun voor groene energie op grond van de AGVV.

De minister kan op aanvraag subsidie verstrekken voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met een productie-installatie aan:

  • een coöperatie die zich richt of mede richt op het opwekken van hernieuwbare energie; of
  • een vereniging van eigenaars.

De Unie van Waterschappen heeft een specifieke handreiking opgesteld met informatie over hoe samen te werken met energiecoöperaties.

Overzicht Richtlijnen Energiegemeenschappen

Interne Markt voor Elektriciteit (Elektriciteitsrichtlijn) 2019/944
Hernieuwbare Energie Richtlijn (RED-II) 2018/2001)