Europees recht en beleid

Laatste update: 29 juni 2026

Contact:


Verpakkingen zijn producten die worden gebruikt om goederen te beschermen, in te sluiten, te verplaatsen, af te leveren of aan te bieden. Hieronder vallen onder meer verkoop-, groeps- en transportverpakkingen, zoals plastic bekers, flessen, blikjes en folie. Omdat een groot deel van deze verpakkingen uit kunststof bestaat, zijn verpakkingsafval en kunststofafval nauw met elkaar verbonden. Europees en nationaal beleid richt zich daarom niet alleen op het verminderen van verpakkingsafval, maar ook op het stimuleren van hergebruik en recycling van kunststoffen.

Verpakkingsafval heeft een grote impact op het milieu. Daarom gelden specifieke eisen voor verpakkingen, met als doel afval te beperken en duurzamer materiaalgebruik te bevorderen. Vooral kunststoffen vormen hierbij een uitdaging. Ze zijn goedkoop en veelzijdig in gebruik, maar breken moeilijk af en worden nog beperkt gerecycled. Daardoor kunnen kunststoffen langdurige schade aan het milieu veroorzaken.

Europees beleid

De Europese Unie stelt regels op om de milieubelasting van verpakkingen te verlagen. Deze regels zorgen ervoor dat alle lidstaten op dezelfde manier te werk gaan. Dit beschermt de natuur en zorgt dat de Europese markt eerlijk en efficiënt blijft functioneren. Hieronder volgt een uitleg bij de belangrijkste ontwikkelingen.

Verpakkingsrichtlijn 94/62/EG

Decennialang vormde de Verpakkingsrichtlijn 94/62/EG de basis voor het Europese verpakkingsbeleid. Deze richtlijn legde de eerste fundamentele regels vast voor het beheer van afval in de hele EU. Als belangrijkste punten kwamen er algemene eisen voor het gewicht en volume van verpakkingen. Ook werd het gebruik van gevaarlijke stoffen in verpakkingsmateriaal beperkt.

Richtlijn (EU) 2018/852

Richtlijn (EU) 2018/852 wijzigt en moderniseert de Verpakkingsrichtlijn 94/62/EG om de overgang naar een circulaire economie te versnellen. De richtlijn introduceerde strengere recyclingdoelstellingen voor verpakkingsafval, aangescherpte regels voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) te hebben opgezet en maatregelen om het gebruik van plastic draagtassen verder te verminderen. De richtlijn blijft de basis vormen voor de regelgeving omtrent verpakkingen en verpakkingsafval binnen de Europese Unie.

Verordening (EU) 2025/40

Voortbouwend op deze fundamenten zijn de regels inmiddels aangepast door de Verordening (EU) 2025/40. Dit is de nieuwste stap in het Europese beleid om de werking van de interne markt te harmoniseren en de milieubelasting te verlagen. Omdat dit een verordening is, gelden de regels direct en op dezelfde wijze in elke lidstaat, zonder dat nationale vertaling nodig is.

Belangrijke veranderingen zijn:

  • Verplichte recycleerbaarheid: Vanaf 2030 moeten álle verpakkingen recyclebaar zijn volgens strikte prestatieklassen (A, B of C). Verpakkingen die hier niet aan voldoen, mogen niet meer op de markt worden gebracht.
  • Strijd tegen overbodige verpakking: Voor transport- en e-commerceverpakkingen geldt een maximaal percentage van 50% aan loze ruimte. Ook worden specifieke wegwerpverpakkingen verboden, zoals plastic voor kleine hoeveelheden vers fruit en groenten of kleine toiletartikelen in hotels.
  • Inzet van gerecycled materiaal: Er komen bindende doelstellingen voor een minimaal aandeel gerecycled plastic in nieuwe verpakkingen (vanaf 2030) om de vraag naar secundaire grondstoffen te vergroten.
  • Uniforme sortering en inzameling: Er komt een EU-breed systeem met geharmoniseerde etiketten voor afvalscheiding. Daarnaast wordt een statiegeldsysteem voor plastic flessen en blikjes verplicht om een inzameling van 90% te garanderen.

De verordening is in werking getreden op 11 februari 2025 en is vanaf 12 augustus 2026 van toepassing.

Single Use Plastic Richtlijn (EU) 2019/904

De Single Use Plastics Richtlijn (SUP-richtlijn) is een belangrijke aanvulling op het Europese kunststofbeleid. De richtlijn richt zich op kunststofproducten voor eenmalig gebruik die vaak in het zwerfafval terechtkomen, zoals rietjes, bestek, borden en voedselverpakkingen. Om een duurzamere en circulaire omgang met kunststoffen te stimuleren, worden bepaalde wegwerpproducten verboden of beperkt.

Daarnaast verplicht de richtlijn lidstaten om het gebruik van deze producten te verminderen, consumenten bewuster te maken van herbruikbare alternatieven en producenten meer verantwoordelijkheid te geven voor afvalbeheer. Voor drankflessen gelden bovendien inzamelingsdoelstellingen en eisen voor het gebruik van gerecycled kunststof.

Nederlands beleid

Los van de verplichtingen van (EU) 2025/40 die ook in Nederland gelden, zet Nederland Europese ambities verder om naar de nationale praktijk. Het overkoepelende kader hiervoor is het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE), dat als doel heeft dat Nederland in 2050 volledig circulair is. Het juridische fundament onder dit beleid is de Wet milieubeheer, die momenteel wordt gemoderniseerd om de overstap van enkel afvalbeheer naar volledige circulariteit nog beter te ondersteunen.

Regeling Beheer Verpakkingen en SUP

De Europese Verpakkingsrichtlijn is in Nederland geïmplementeerd via de Regeling beheer verpakkingen. Nederland heeft daarbij gekozen voor een verbod op gratis plastic draagtassen. Alleen lichte plastic draagtassen die noodzakelijk zijn om redenen van hygiëne of die dienen als primaire verpakking voor losse levensmiddelen ter voorkoming van voedselverspilling, zijn hiervan uitgezonderd.

 Ook de Single Use Plastics-richtlijn is in juni 2021 in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. Daartoe zijn onder meer de Wet milieubeheer en het Besluit beheer verpakkingen 2014 aangepast. Hiermee zijn de Europese regels voor kunststofproducten voor eenmalig gebruik verankerd in het nationale afval- en verpakkingenbeleid.

Circulair Materialenplan (CMP)

Een belangrijk instrument binnen dit beleid is het Circulair Materialenplan (CMP), de opvolger van het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP). Waar het LAP zich vooral richtte op afvalverwerking, kijkt het CMP naar de volledige levenscyclus van materialen. Dit betekent dat al in de ontwerp- en productiefase wordt gestuurd op circulariteit, in lijn met de focus van de nieuwe Europese verordening. Van overheden wordt verwacht dat zij het CMP toe te passen bij besluitvorming over afvalstoffen en bij het verlenen van vergunningen aan bedrijven.

Decentrale relevantie

Hoewel de regels over verpakkingen en kunststofproducten grotendeels op Europees en nationaal niveau worden vastgesteld, ligt de regie en uitvoering van de inzameling grotendeels bij decentrale overheden. De nieuwe Verordening (EU) 2025/40 en het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) geven gemeenten en provincies een actievere rol als regisseur, opdrachtgever en handhaver binnen de circulaire keten. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de inzameling en scheiding van verpakkingsafval, waaronder kunststof verpakkingen, en moeten zorgen voor een gelijkwaardig niveau van afvalscheiding wanneer nascheiding wordt toegepast. Daarnaast zijn zij verantwoordelijk voor de gescheiden opslag van harde kunststoffen bij milieustraten. Ook spelen gemeenten een belangrijke rol bij het behalen van de Europese inzamelingsdoelstelling van 90% voor plastic flessen en metalen blikjes in 2029 en bij de invoering van uniforme etiketten en pictogrammen op publieke afvalbakken. Via het Circulair Materialenplan (CMP) zijn decentrale overheden bovendien verplicht om circulariteit mee te nemen in vergunningverlening, handhaving en maatschappelijk verantwoord inkopen. Daarmee vormen zij de schakel tussen Europese doelstellingen en de praktische uitvoering daarvan.