Europees recht en beleid

Laatste update: 21 juli 2022

Contact:


Decentrale overheden hebben veel te maken met het Europees luchtbeleid. Omdat luchtverontreiniging zich over landsgrenzen heen verplaatst, is er coördinatie op EU-niveau bij het aanpakken van luchtverontreiniging. Dit betekent dat er Europese doelstellingen zijn aangenomen die ervoor moeten zorgen dat voor alle Europese burgers schone lucht beschikbaar is. Hiervoor stelt de EU onder andere minimale grenswaarden voor de luchtkwaliteit. 

Deze doelstellingen dienen op nationaal, maar zeker ook op decentraal niveau gehandhaafd te worden. Ook binnen Nederland zijn provincies en gemeenten van elkaar afhankelijk bij de aanpak van luchtverontreiniging.

Naast de Europese grenswaarden hebben tientallen Nederlandse gemeenten en provincies in januari 2020 het Schone Lucht Akkoord (SLA) ondertekend. Hierin staan aanvullende afspraken over de vermindering van de uitstoot van fijnstof en stikstof. 

Europees beleid

Het EU-beleidskader ten aanzien van de luchtkwaliteit bestaat uit drie pijlers. De eerste beslaat normen voor luchtkwaliteit, de tweede nationale emissiereductiedoelstellingen en de derde emissienormen voor bronnen van verontreiniging.

Normen voor luchtkwaliteit in Europa

De Europese normen op het gebied van luchtkwaliteit zijn hoofdzakelijk vastgelegd in de Richtlijn betreffende luchtkwaliteit (Richtlijn 2008/50/EG) en de Richtlijn betreft arseen, cadmium, kwik, nikkel en polycyclische aromatische koolwaterstoffen in de lucht (Richtlijn 2004/107/EG). 

Het doel van de richtlijnen is om luchtvervuiling in Europa terug te dringen en stelt daarbij eisen aan concentraties van bepaalde stoffen. De richtlijn maakt daarbij een onderscheid tussen grenswaarden, streefwaarden en alarmdrempels. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen normen voor de bescherming van de gezondheid van mensen en normen voor de bescherming van de natuur. Voor het behalen van de luchtkwaliteitsnormen is monitoring vereist. 

Nationale emissiereductiedoelstellingen

Voor bepaalde luchtverontreinigende stoffen zijn naast grenswaarden ook emissieplafonds geformuleerd. De Nationale Emissieplafonds Nationale Emissieplafonds Richtlijn (NEC-Richtlijn) stelt emissiereductieverbintenissen vast voor zwaveldioxiden, stikstofoxiden, ammoniak, vluchtige organische stoffen en fijnstof. Het gaat hierbij om nationale emissieplafonds waarboven de emissie van bovengenoemde stoffen niet mag uitkomen. Voor 2030 zullen er nieuwe plafonds worden afgesproken.  

Emissienormen voor bronnen van verontreiniging

Onderdeel van de wetgeving op het gebied van luchtkwaliteit is de regelgeving voor de bronnen voor luchtverontreiniging. Deze pijler beslaat een breed terrein, van uitstoot van voertuigen tot de industriële sector en zijn vastgelegd in diverse EU-richtlijnen.

Zo is er wetgeving om de verontreiniging door wegvoertuigen aan te pakken. Met Richtlijn 2009/33/EG inzake de bevordering van schone wegvoertuigen ter ondersteuning van emissiearme mobiliteit wordt er bijvoorbeeld ingezet op emissievrije stadsbussen. De provincies en de Rijksoverheid zijn in 2016 tot overeenstemming gekomen dat er in 2025 wordt overgestapt op 100 procent uitstootvrije bussen. 

Andere belangrijke EU-wetgeving gaat in op de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen door schepen, oplosmiddelen- en verfproducten en de energiesector. Op onze pagina industriële emissies is meer informatie te vinden over de EU-wetgeving die ingaat op de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen door de industriële sector. De bovengenoemde NEC-richtlijn bevat ook maatregelen om de luchtverontreiniging vanuit de landbouw te verminderen. 

Europese Green Deal

Het doel van de Green Deal is dat in 2050 lucht-, bodem- en waterverontreiniging teruggebracht is tot een niveau dat niet schadelijk is voor mens en natuur. Hiervoor heeft de Europese Commissie het ‘Zero pollution’ actieplan gepresenteerd. Onderdeel van dit actieplan is het herzien van de normen voor luchtkwaliteit en het ondersteunen van lokale overheden. De Commissie zal hier in 2022 een wetsvoorstel over indienen. Bestaande regelgeving over monitoring, modellering en over luchtkwaliteitsplannen wordt daarbij aangescherpt en verduidelijkt om decentrale overheden te helpen bij toepassing en handhaving daarvan.

Verder wil de Commissie luchtverontreiniging bestrijden door strengere eisen in te voeren voor landbouw-, industrie- en vervoerssectoren. Ze gaat bijvoorbeeld na of verdere maatregelen nodig zijn om ammoniakemissies aan banden te leggen. Dit zal worden meegenomen in de herziening van de Richtlijn Industriële Emissies. Verder zal de Commissie zich inzetten voor de vermindering van luchtverontreiniging door gebouwen en voor het verbeteren van de luchtkwaliteit binnenshuis.

Daarnaast gaat de Commissie samen met de lidstaten zorgen voor een vervolg op de nationale programma’s ter bestrijding van luchtverontreiniging (National Air Pollution Control Programmes; NACP). Dit moet ervoor zorgen dat tegen 2030 de luchtverontreiniging in ecosystemen met 25% is gedaald, wat de biodiversiteit ten goede komt.

Nationaal beleid

De Luchtkwaliteitseisen en verplichtingen uit de Europese richtlijnen zijn opgenomen in de Wet milieubeheer.

Nationaal samenwerkingsplan luchtkwaliteit 

Om aan de Europese grenswaarden te voldoen trad in 2009 het Nationaal samenwerkingsplan Luchtkwaliteit (NSL) in werking. Het NSL is een samenwerkingsprogramma van de Rijksoverheid en decentrale overheden. Het NSL blijft van kracht tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Schone lucht akkoord

Om naast de Europese grenswaarden ook aan de advieswaarden van de Wereld Gezondheidsorganisatie te voldoen werd in januari 2020 door de rijksoverheid en tientallen provincies en gemeenten het Schone Lucht Akkoord (SLA) ondertekend. Het Schone Lucht Akkoord betreft maatregelen ter vermindering van de uitstoot van fijnstof, en stikstofdioxide door wegverkeer, mobiele werktuigen, landbouw, scheepvaart, industrie en huishoudens. Met dit beleid verschuift de focus in Nederland van het behalen van de Europese normen naar het verbeteren van de luchtkwaliteit ten behoeve van de volksgezondheid. Het SLA loopt tot 2030. 

Rol van decentrale overheden

Decentrale overheden zijn logischerwijs betrokken bij plannen om luchtverontreiniging aan te pakken. Luchtverontreiniging wordt immers veroorzaakt door onder andere (openbaar) vervoer, bouwprojecten en industrie. Daarnaast zijn de Europese normen voor luchtkwaliteit ook van belang bij ruimtelijke ordening. Decentrale overheden spelen dus een belangrijke rol in het verminderen van luchtverontreiniging en het behalen van Europese doelstellingen. Provincies en gemeenten zijn dan ook betrokken bij de monitoring van de luchtkwaliteit.  

Daarnaast is er een rol voor decentrale overheden als bevoegd gezag onder de Wet Milieubeheer. Uit artikel 5.6 lid 1 van deze wet kan een project (bijvoorbeeld een bouwproject) dat luchtverontreiniging veroorzaakt alleen doorgang vinden als het aan een of meerdere van onderstaande voorwaarden voldoet:

  • Er geen overschrijding of waarschijnlijke overschrijding is van een grenswaarde;
  • Er per saldo geen verslechtering optreedt van de luchtkwaliteit;
  • Er ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) wordt bijgedragen aan luchtverontreiniging; en
  • Het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma (NSL), Schone Lucht Akkoord (SLA) of andere lokale dan wel regionale plannen.

Verder werken decentrale overheden samen met de Rijksoverheid in het NSL en het SLA om ervoor te zorgen dat de uitstoot van onder andere fijn stof en stikstofoxide onder de Europese drempelwaarden blijft.