Europees recht en beleid

Laatste update: 21 juli 2022

Contact:


CO2 is een van de belangrijkste broeikasgassen die bijdragen aan klimaatverandering. Om verdere klimaatverandering te voorkomen zijn er afspraken gemaakt om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. 

In de Nederlandse klimaatwet is vastgelegd dat Nederland in 2030 de helft minder broeikassen ten opzichte van 1990 moet uitstoten. Omdat CO2 niet aan landsgrenzen gebonden is, zijn er ook afspraken op EU-niveau gemaakt. In 2030 moeten er in Europa 55% minder broeikasgassen worden uitgestoten ten opzichte van 1990, dit is vastgelegd in de Europese Klimaatwet (Verordening 2021/1119). Deze tussenstap is noodzakelijk om de Europese Unie tegen 2050 klimaatneutraal te maken.

Europees Beleid

Het Europees beleid op het gebied van broeikasgasemissie is verdeeld in ETS en niet-ETS-emissies. Met name de doelstellingen van de niet-ETS-emissies hebben impact op decentrale overheden. 

ETS: Emission Trading System

Het belangrijkste instrument van de EU op het gebied van CO2-reductie is het emissiehandelssysteem (Emission Trading System, ETS; Richtlijn 2003/87/EG). Het systeem stelt een maximum aan de totale hoeveelheid geoorloofde uitstoot van broeikasgassen en verplicht bedrijven een vergunning te hebben voor broeikassen die ze uitstoten. 

Status ETS

In 2021 is een nieuwe fase van het systeem in werking getreden met een hogere jaarlijks reductie.

Green Deal

Als onderdeel van de Green Deal heeft de Commissie in juli 2021 een herziening van het ETS voorgesteld. De eerdere herziening van het ETS, die dateert uit 2018, draagt namelijk volgens de Commissie onvoldoende bij aan het doel van de EU om in 2030 de uitstoot van broeikasgassen met 55% te verminderen.

In deze herziening, waar u meer over leest in ons nieuwsbericht, wordt onder andere voorgesteld om het aantal emissierechten dat is uitgegeven onder het ETS, de ‘cap’, verder te verlagen. De Commissie-Von der Leyen wil het ETS verder uitbreiden naar de maritieme sector. Voor het verkeer en de bouwsector stelt de Commissie een afzonderlijk, maar aangrenzend emissiehandelssysteem voor zodat het bestaande ETS-systeem niet wordt beïnvloed. Dit zelfstandige systeem zal vanaf 2025 gelden. 

LULUCF-Sector

Landgebruik (bijvoorbeeld gras- en akkerland), verandering van landgebruik en bosbouw vormen gezamenlijk de zogenoemde LULUCF-sector. De afkorting LULUCF staat voor Land Use, Land Use Change and Forestry. Het is de enige sector waar netto verwijderingen van CO2 uit de atmosfeer mogelijk zijn door de opslag van koolstof in biomassa, zoals in hout, planten en in de bodem. De rol van de LULUCF categorieën wordt steeds belangrijker in het behalen van de klimaatdoelstellingen.

Om de prestaties van de LULUCF sector te monitoren, rapporteren en te beoordelen is Verordening 2018/841 opgesteld.

Green Deal: Herziening LULUCF-verordening

Als onderdeel van de Green Deal heeft de Europese Commissie voorgesteld de LULUCF Verordening te herzien. Het nieuwe voorstel moet de bijdrage van de LULUCF-sector aan de klimaatdoelen van 2030 vergroten en gaat daarmee verder dan de bestaande verordening. Zo stelt de Commissie voor om vanaf 2030 de landbouw op te nemen in de LULUCF-sector zodat het als één landsector kan worden beschouwd. Deze sector moet dan in 2035 klimaatneutraal zijn.

Green Deal: koolstofverwijdering

Om de CO2-reductie verder te stimuleren heeft de Europese Commissie aangekondigd een regelgevingskader voor een EU-certificeringssysteem van koolstofverwijdering te ontwikkelen. Dit moet de markt stimuleren om CO2-arme producten te ontwikkelen. Het voorstel wordt tegen 2023 gepubliceerd.

Niet-ETS-sectoren: Effort Sharing Regulation

Niet alle sectoren vallen onder het ETS. Vervoer, gebouwen en land- en tuinbouw, kleinschalige industrie en afval zijn op dit moment bijvoorbeeld nog uitgezonderd van het handelssysteem. Voor een deel van de sectoren die geen deel uitmaken van het ETS of de LULUCF-sector is de Effort Sharing Regulation (ESR, ook wel de “Verordening verdeling inspanningen” genoemd) opgesteld. Deze verordening stelt broeikasgasemissiereducties van 2021 tot 2030 vast per lidstaat.

Green Deal: herziening Effort Sharing Regulation

In de Green Deal stelt de Commissie ook een herziening van Effort Sharing verordening voor.  De doelstellingen uit  de oorspronkelijke Verordening sluiten namelijk niet meer aan bij de klimaatdoelstellingen van de EU. In het voorstel worden per lidstaat nieuwe reductiedoelstellingen geformuleerd voor 2030. Het aantal sectoren wordt niet uitgebreid.

Nationaal beleid

Het emissiehandelsysteem is opgenomen in de wet Milieubeheer. Het uitvoeren van het ETS is vooral een taak van de Rijksoverheid. De Nederlandse Emissieautoriteit (NEA) is het bevoegde gezag inzake de Nederlandse emissiehandel. De NEA houdt toezicht op de emissiehandel en is bevoegd tot het verstrekken van vergunning. 

De emissiereductie-doelstellingen voor de niet-ETS sectoren zijn in Nederland opgenomen in het Klimaatakkoord. Hierin staat dat Nederland de uitstoot van broeikasgassen moet halveren ten opzichte van 1990.

Het Klimaatakkoord richt zich op de sectoren elektriciteit, gebouwde omgeving, industrie, landbouw & landgebruik en mobiliteit. De belangrijkste afspraken uit het Klimaatakkoord zijn:

  • elektriciteit: in 2030 komt 70 % van alle elektriciteit uit hernieuwbare bronnen.
  • gebouwde omgeving: in 2050 moeten 7 miljoen woningen en 1 miljoen gebouwen van het aardgas af. Als eerste stap dienen in 2030 de eerste 1,5 miljoen bestaande woningen verduurzaamd te zijn.
  • industrie: in 2050 is de industrie circulair en stoot vrijwel geen broeikasgas meer uit. De fabrieken draaien dan op duurzame elektriciteit uit zon en wind of energie uit aardwarmte, waterstof en biogas.
  • landbouw en landgebruik: in 2050 moet de landbouw en het landgebruik klimaatneutraal zijn.
  • mobiliteit: mobiliteit in 2050 is emissieloos en van hoge kwaliteit.

Decentrale relevantie

Decentrale overheden spelen een rol bij het behalen van de nationale CO2-reductiedoelstellingen die zijn opgenomen in het klimaatakkoord. De sectoren die zijn opgenomen vallen namelijk ook gedeeltelijk onder de bevoegdheden van decentrale overheden. Denk bijvoorbeeld aan de doelstelling van nul emissie voor doelgroepenvervoer binnen de sector mobiliteit of het verlenen van omgevingsvergunningen voor wind- en zonneparken om de energietransitie te bevorderen. 

Om de CO2-reductiedoelstellingen te halen zijn voor decentrale overheden ook andere Europese instrumenten van belang. De EU biedt bijvoorbeeld mogelijkheden om de energietransitie te bevorderen in het staatssteunrecht. Verder kunnen er in (Europese) aanbestedingsprocedures criteria of uitvoeringsvoorwaarden worden gehanteerd die gerelateerd zijn aan de energietransitie. Ook zijn er binnen de financiële instrumenten van de EU mogelijkheden om CO2-reductie te ondersteunen. Meer informatie over Europese fondsen en subsidies is te vinden in onze EU-fondsenwijzer.

Het Just Transition Mechanism is binnen de Green Deal het financiële instrument dat steun biedt aan regio’s die economisch relatief sterk afhankelijk zijn van inkomsten en werkgelegenheid van fossiele brandstoffen. Het Just Transition Fund (JTF) is een fonds waar ook decentrale overheden aanspraak op kunnen maken en maakt deel uit van dit mechanisme.