Uitzonderingen goederen

Art. 36 VWEU kent alleen uitzonderingen op het verbod op non-tarifaire belemmeringen, niet op tarifaire en fiscale belemmeringen. De volgende limitatieve belangen kunnen een non-tarifaire belemmering van het vrij verkeer van goederen rechtvaardigen:

– Openbare zedelijkheid;
– Openbare orde;
– Openbare veiligheid;
– De gezondheid en het leven van personen, dieren of planten;
– Het nationaal artistiek historisch en archeologisch bezit;
– Het industriële of commerciële eigendom.

Beroep op art. 36 VWEU

Voor een geslaagd beroep op art. 36 VWEU moet:

– De maatregel binnen één van de uitzonderingsgronden vallen die in art. 36 expliciet genoemd staan;
– En de maatregel mag geen middel tot willekeurige discriminatie, noch een verkapte beperking van de handel tussen lidstaten vormen.

Rule of reason

Buiten deze genoemde verdragsuitzonderingen kunnen er nationale regels zijn, die op grond van ‘dwingende redenen van algemeen belang’ voor kunnen gaan op de bepalingen van vrij verkeer. Deze bepalingen moeten redelijk zijn, dit is bepaald in het arrest Cassis de Dijon. Daarom staat deze rechtspraak bekend als de rule of reason.

Verschil verdragsuitzonderingen en rule of reason

Er is een belangrijk verschil in gebruiksmogelijkheid tussen de verdragsuitzonderingen en de rule of reason. De verdragsuitzonderingen kunnen worden ingeroepen voor direct discriminerende, indirect discriminerende en niet discriminerende maatregelen.

Een beroep op de rule of reason is alleen mogelijk bij een niet-discriminerende maatregel. Daarnaast mag de maatregel niet verder gaan dan noodzakelijk om het nagestreefde doel te bereiken en moet deze evenredig zijn aan het doel. Lidstaten moeten het middel kiezen dat het vrije handelsverkeer het minst belemmert.

Verkoopmodaliteiten

Er moet onderscheid gemaakt worden tussen producteisen die onder het verbod van art. 34 vallen en verkoopmodaliteiten die buiten dit verbod vallen en daarom niet gerechtvaardigd hoeven te worden. Dit is bepaald in de zaak Keck.

Bij verkoopmodaliteiten gaat het niet om wetgeving die betrekking heeft op het product (gewicht, grootte, samenstelling, etc.), maar om de voorwaarden waaronder het mag worden verhandeld. Op grond van de Keck-uitspraak kan worden aangenomen dat de Winkeltijdenwet als niet-discriminerende verkoopmodaliteit is toegestaan en niet onder het verbod van art. 34 valt.

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over de vrij verkeer-regels? Neem dan contact op met onze helpdesk.

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG

 


X