Slimme energiemeters: welke Europese regels zijn van toepassing?

juni 2017

Steeds meer woningen in onze gemeente krijgen slimme energiemeters. Hierdoor kan efficiënter met energie omgegaan worden. Kent het Europese recht ook voorschriften over slimme energiemeters waar de gemeente rekening mee dient te houden? Hoe zit het met de  bescherming van gegevens van burgers uit onze gemeente? Bijvoorbeeld wanneer de gemeente de data die deze slimme meters creëren zou willen gebruiken  om te sturen op efficiënter met energie om gaan?

Antwoord in het kort:

Ja, er bestaat diverse Europese wet- en regelgeving om het gebruik van slimme meters aan te moedigen die relevant kan zijn voor de gemeente om in acht te nemen. Omdat er veel data verzameld wordt door deze slimme meters, moeten bijvoorbeeld de Europese regels omtrent gegevensbescherming door de gemeente in acht genomen worden.

Slimme meter

Een ‘slimme meter’ is een nieuw soort energiemeter. Onder een slimme meter (ook wel ‘intelligent metersysteem’) wordt verstaan: ‘een elektronisch systeem dat het energieverbruik kan meten, meer informatie levert dan een traditionele meter, en data kan doorgeven en ontvangen middels een vorm van elektronische communicatie.’ (artikel 1 sub 28 van richtlijn 2012/27 betreffende energie-efficiëntie).

Richtlijn energie-efficiëntie

Richtlijn 2012/27 betreffende energie-efficiëntie legt een gemeenschappelijk kader met maatregelen vast voor de bevordering van energie-efficiëntie binnen de EU. De richtlijn moet ervoor zorgen dat de EU de kerndoelstelling van 20% meer energie-efficiëntie in 2020 haalt en om de weg te effenen voor verdere verbeteringen van de energie-efficiëntie na die datum. In de richtlijn staan ook verplichtingen voor (decentrale) overheden, bijvoorbeeld met betrekking tot het energieverbruik in overheidsgebouwen en de aanschaf van energie-efficiënte producten en diensten. Overheidsgebouwen hebben een voorbeeldfunctie wanneer het gaat om energie-efficiëntie.

Richtlijn betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit

Richtlijn 2009/72/EG betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit stelt gemeenschappelijke regels voor de productie, de transmissie, de distributie en de levering van elektriciteit, en regels voor de bescherming van de consumenten. Artikel 3 lid 11 beveelt lidstaten aan om de energie-efficiëntie te bevorderen. Elektriciteitsbedrijven kunnen het gebruik van elektriciteit optimaliseren, bijvoorbeeld door de invoering van slimme metersystemen of slimme netwerken (smart grids). Ingevolge de richtlijn moet 80% van de consumenten in 2020 beschikken over slimme metersystemen.

Implementatie Nederland

De implementatiegeschiedenis van bovenstaande richtlijnen in nationale wetgeving heeft enige discussie met zich meegebracht. In het wetsvoorstel van de Tweede Kamer in 2008, zou de plaatsing van slimme meters verplicht worden. De Eerste Kamer besloot echter dat de invoering op vrijwillige basis zou moeten geschieden. Uiteindelijk kondigde minister Kamp van Economische Zaken op 10 maart 2014 in een Kamerbrief aan dat men start met de invoering van slimme meters, zodat Nederland op 31 december 2020 voldoet aan de Europese eis dat minimaal 80% van de aansluitingen over een slimme meter beschikt.

Nieuwe richtlijnen

Momenteel onderhandelen de instanties van de EU over het winterpakket Energie. Dit pakket bestaat uit acht wetsvoorstellen, waaronder voorstellen met betrekking tot een nieuwe richtlijn energie-efficiëntie en een verordening en richtlijn betreffende de interne markt voor elektriciteit.

De Commissie stelt in de verordening betreffende de interne markt voor elektriciteit voor dat elke consument het recht krijgt om een slimme meter te verzoeken. De hervorming voorziet ook in de gegevensbescherming die nodig is, aangezien de slimme meters grote hoeveelheden energiegegevens genereren die van grote commerciële waarde zijn.

In het voorstel voor de richtlijn betreffende de interne markt voor elektriciteit stelt de Commissie dat burgers, door de mogelijkheid tot het hebben van een slimme meter, kunnen bijdragen aan het efficiënter omgaan met energie. Daarnaast stelt de Commissie voor dat de nationale besluitvoering over de invoering van slimme meters gebaseerd moet kunnen worden op economische evaluatie. De slimme meter moet aan een aantal eisen voldoen, bijvoorbeeld dat burgers goed beschermd moeten worden tegen cybercriminaliteit. Daarnaast moet  de privacy van de eindafnemers goed beschermd worden.

Privacy en slimme meters

Bij de implementatie van de huidige Europese regels omtrent slimme meters waren er vanuit de Eerste en Tweede Kamer veel vragen omtrent privacy. Bijvoorbeeld over de gevolgen van een slimme meter voor de persoonlijke levenssfeer van de Nederlandse burger. In 2012 heeft de European Data Protection Supervisor, de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, een opinie over slimme meters en privacy gepubliceerd.

De Europese regels omtrent slimme meters stellen momenteel al dat de slimme meters en het dataverkeer moeten worden beveiligd en dat de privacy van de eindafnemer moet worden beschermd (art. 9 lid 2 sub b richtlijn energie-efficiëntie). Ook de voorstellen van de Commissie voor herziening van de regelgeving bevatten dergelijke verplichtingen. Deze gegevensbescherming moet overeenkomen met de Uniewetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens en van de persoonlijke levenssfeer. Slimme meters zorgen er namelijk voor dat massaal gegevens verzameld worden die informatie geven over het doen en laten van burgers, bijvoorbeeld door hun huishoudelijke apparaten door middel van hun specifieke stroomverbruik te identificeren.

Uniewetgeving

De huidig geldende Europese wetgeving omtrent gegevensbescherming is de richtlijn bescherming persoonsgegevens (95/46/EG). Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Daarnaast is in 2016 de Algemene verordening gegevensbescherming (2016/679) (AVG) aangenomen. Deze hoeft echter pas per 25 mei 2018 nageleefd te worden. Tot dan is de Wet bescherming persoonsgegevens geldend recht. Vanaf 25 mei 2018 moet de AVG dus gebruikt worden voor de toepassing van privacyregels bij slimme meters.

Nederland

In Nederland mogen de meterstanden alleen worden gebruikt worden voor de wettelijke taken van de netbeheerder en energieleverancier. Bijvoorbeeld voor het toesturen van de tweemaandelijkse verbruiksoverzichten en kostenoverzichten. De netbeheerder en leverancier mogen meetgegevens niet aan anderen doorgeven. Het doorgeven van deze gegevens mag alleen als de burger daar zelf nadrukkelijk toestemming voor heeft gegeven.

Big data

Slimme meters genereren veel informatie. Data over bijvoorbeeld het energieverbruik en tijdstippen wanneer het meest energie verbruikt wordt. Het analyseren en combineren van deze datasets kan nuttig zijn. Big data refereert naar de grote hoeveelheid data die geproduceerd wordt door een groot aantal verschillende bronnen. Grote datasets worden ook wel ‘big data’ genoemd. De privacy-regelgeving moet echter wel in acht genomen worden.

Proeftuinen

Diverse decentrale overheden zijn betrokken bij zogenaamde proeftuinen waar de gegevens die slimme meters genereren gebruikt worden. Zo wordt bijvoorbeeld gekeken of de energieconsumptie verlaagd en afgestemd kan worden op de woningen en de wijk. In dit rapport van de RVO vindt u voorbeelden.

Door:

Femke Salverda, Europa decentraal

Meer informatie:

Milieu en klimaat, Europa decentraal
Energie-efficiëntie, Europa decentraal
Themapagina privacy, Europa decentraal

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG

X