De EU zet in op schone lucht voor alle Europese burgers ter bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu. Het Europese luchtkwaliteitsbeleid bouwt voort op de doelstellingen onder de Europese Green Deal om milieuverontreiniging tegen te gaan en sluit aan bij de aanbevelingen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).
De WHO voert in haar richtsnoeren wetenschappelijk bewijs aan dat schadelijke effecten op de gezondheid zich al voordoen bij lagere niveaus van blootstelling aan luchtverontreiniging. Daarbij worden onder meer voor fijnstof (PM10 en PM2,5) en voor stikstofdioxide (NO2) lagere advieswaarden geformuleerd dan voorheen.
De EU stelt in lijn met deze richtsnoeren en andere wetenschappelijke inzichten strengere grens- en streefwaarden vast om luchtverontreiniging op de korte termijn en daarna tegen te gaan. De Europese normen dienen op nationaal, maar zeker ook op decentraal niveau gehandhaafd te worden.
Europese richtlijn luchtkwaliteit (herschikking)
De Richtlijn (EU) 2024/2881 (hierna: de richtlijn luchtkwaliteit) die in 2024 is aangenomen vormt het primaire Europese wettelijke kader voor luchtkwaliteit en schone lucht in Europa. De richtlijn luchtkwaliteit scherpt Europese luchtkwaliteitsnormen aan, voortbouwend op meest recente wetenschappelijke inzichten.
De richtlijn luchtkwaliteit vervangt de voormalige kaders voor luchtkwaliteit, Richtlijn 2004/107/EG en Richtlijn 2008/50/EG, die ingrijpend zijn gewijzigd. De twee richtlijnen worden met ingang van 12 december 2026 ingetrokken. Dit is ook de deadline voor het doorvoeren van de nieuwe regels in nationale wetgeving. Hieronder worden relevante punten uit de richtlijn luchtkwaliteit besproken.
Waar gaat de richtlijn over?
De richtlijn luchtkwaliteit
- voorziet in bepalingen voor de verbetering van de luchtkwaliteit zodat de luchtverontreiniging op de lange termijn tot nul wordt teruggebracht en bijdraagt aan een gifvrij milieu in 2050. De richtlijn wil hiermee ook bijdragen aan de verwezenlijking van Europese milieudoelstellingen en beleid.
- geeft waarborgen zodat een goede luchtkwaliteit wordt behouden en waar nodig wordt verbeterd. Daartoe worden luchtkwaliteitsnormen vastgesteld in Bijlage I van de richtlijn, die regelmatig worden herzien. Zo zijn de grenswaarden per 2030 voor onder meer fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) aanzienlijk strenger geworden.
Gemeenschappelijke methoden en criteria
De richtlijn luchtkwaliteit hanteert gemeenschappelijke methoden en criteria om de luchtkwaliteit te beoordelen. Denk aan gestandaardiseerde meettechnieken of gemeenschappelijke criteria met betrekking tot het aantal bemonsteringspunten en de plaats van meetstations. Hiermee waarborgt de richtlijn luchtkwaliteit dat de verzamelde gegevens over de luchtkwaliteit in de hele EU vergelijkbaar zijn en inzichtelijk voor de bevolking.
Belangrijke definities
Artikel 4 van de richtlijn luchtkwaliteit voorziet in definities van verschillende luchtkwaliteitsnormen, waaronder grenswaarden en streefwaarden.
Luchtkwaliteitsnormen
grenswaarden, streefwaarden, verplichtingen om de gemiddelde blootstelling te verminderen, concentratiedoelstellingen voor gemiddelde blootstelling, kritieke niveaus, alarmdrempels, informatiedrempels en langetermijndoelstellingen.
Grenswaarde
een niveau dat op basis van wetenschappelijke kennis wordt vastgesteld met als doel schadelijke gevolgen voor de gezondheid van de mens of het milieu te vermijden, te voorkomen of te verminderen en dat binnen een bepaalde termijn moet worden bereikt en, wanneer het eenmaal is bereikt, niet meer mag worden overschreden.
Streefwaarde
een niveau dat op basis van wetenschappelijke kennis is vastgesteld met het doel om schadelijke gevolgen voor de gezondheid van de mens of het milieu te vermijden, te voorkomen of te verminderen en dat voor zover mogelijk binnen een bepaalde termijn moet worden bereikt.
Luchtkwaliteitsplan
een plan met beleidslijnen en maatregelen om de grenswaarden, streefwaarden of verplichtingen om de gemiddelde blootstelling te verminderen, na te leven wanneer die worden overschreden.
Routekaart
een luchtkwaliteitsplan dat is vastgesteld vóór het tijdstip waarop aan de grenswaarden en streefwaarden moet worden voldaan, met beleidslijnen en maatregelen om uiterlijk op dat tijdstip aan die grenswaarden en streefwaarden te voldoen.
Luchtkwaliteitsplannen en routekaarten raken direct aan de verantwoordelijkheden van lidstaten om te voldoen aan de genoemde grens- en streefwaarden.
Verantwoordelijkheden van lidstaten
(Monitorings)verplichtingen
Lidstaten moeten zich houden aan de aangescherpte luchtkwaliteitsnormen in Bijlage I van de richtlijn, waaronder de grens- en streefwaarden. Lidstaten zijn onder andere verplicht om op passende niveaus bevoegde autoriteiten en organen aan te wijzen die (monitoring)verplichtingen uitvoeren. Denk aan taken als het nauwkeurig meten en beoordelen van de luchtkwaliteit met een adequaat werkend monitoringsysteem.
Passende maatregelen
Lidstaten treffen passende maatregelen als de luchtkwaliteitsnormen niet gehaald dreigen te worden, of niet zijn gehaald. Indien er sprake is van een overschrijding, zijn overheden verplicht om de periode van overschrijding zo kort mogelijk te houden. Om de naleving van grens- of streefwaarden te garanderen nemen lidstaten beleidslijnen en maatregelen op in hun luchtkwaliteitsplannen en routekaarten. Zo moeten lidstaten op korte termijn een routekaart vaststellen, indien de niveaus van verontreinigende stoffen in een zone of territoriale eenheid in de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2029 de grens- of streefwaarden overschrijden die uiterlijk op 1 januari 2030 moeten zijn bereikt.
Handhaving
Lidstaten zijn verantwoordelijk voor de handhaving van normen die voortvloeien uit het EU-recht. Zij zijn verplicht om voorschriften vast te stellen ten aanzien van sancties op inbreuken, en moeten de nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat die sancties worden uitgevoerd.
Grensoverschrijdende samenwerking
Lidstaten worden gestimuleerd samenwerking te zoeken, gezien de grensoverschrijdende aard van luchtverontreinigende stoffen als ozon en fijnstof. Zo kunnen gecoördineerde maatregelen worden getroffen.
Implementatie in Nederland
De implementatie van de richtlijn luchtkwaliteit heeft gevolgen voor de Omgevingswet en onderliggende regelgeving, zoals het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl) en de Omgevingsregeling. Primair worden bepalingen uit het Besluit kwaliteit leefomgeving en de Omgevingsregeling gewijzigd. De wijzigingen van de Omgevingswet en de Awb zullen beperkt en technisch van aard zijn.
Samenwerking tussen Rijk, provincies en gemeenten
De verantwoordelijkheid voor de implementatie van de richtlijn luchtkwaliteit ligt bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het ministerie zoekt daarbij samenwerking met gemeenten en provincies. Ook worden samenwerkingsvormen zoals een programmatische aanpak verkend.
De partijen werken samen aan routekaarten. Daarin wordt aangegeven hoe Nederland met beleid en maatregelen aan de grens- en streefwaarden voor 2030 gaat voldoen. Zowel lokale als nationale maatregelen zijn naar verwachting nodig. De verantwoordelijkheidsverdeling tussen het Rijk en decentrale overheden zoals omschreven in de Omgevingswet is daarbij het uitgangspunt.
Veel overheden op verschillende niveaus werken al samen via initiatieven als het Schone Lucht Akkoord om de luchtkwaliteit te verbeteren. Toch constateerde het RIVM in zijn tussenrapportage uit augustus 2025, dat met de strengere EU-grenswaarden in 2030, er naar verwachting overschrijdingen zullen plaatsvinden. Het op tijd behalen van de grenswaarden vraagt dus om voortdurende gezamenlijke inzet.
Monitoring in aandachtsgebieden:
Overheden zijn op grond van artikel 20.1 van de Omgevingswet verplicht tot het monitoren van omgevingswaarden in de fysieke leefomgeving. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is, op grond van artikel 11.19, lid 3, van het Bkl, belast met het monitoren van de omgevingswaarden van de luchtkwaliteit. Decentrale overheden spelen een rol bij de monitoring van de luchtkwaliteit, zeker in gebieden waar de overschrijding van grenswaarden dreigt.
In aandachtsgebieden verzamelen gemeenten en provincies gegevens in het kader van de monitoring van concentraties stikstofdioxide en PM10, zoals verankerd in artikel 11.22, lid 1 en 2, van het Bkl. Deze verstrekken ze jaarlijks uiterlijk op 31 maart aan het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat op grond van het Omgevingsbesluit. De Omgevingsregeling geeft technische details over de uitwerking van de monitoringverplichtingen van overheden.
Handhaving
Decentrale overheden moeten de naleving van de luchtkwaliteitsnormen handhaven overeenkomstig het bestaande stelsel van vergunningverlening en toezicht voor milieubelastende activiteiten. Voor meer informatie, zie onze natuur en biodiversiteit pagina’s.
Bronnen
- Richtlijn (EU) 2024/2881
- WHO global air quality guidelines: particulate matter (PM2.5 and PM10), ozone, nitrogen dioxide, sulfur dioxide and carbon monoxide, Wereldgezondheidsorganisatie (WHO)
- Memorie van toelichting (36879-3), Tweede Kamer der Staten Generaal
- Tussenrapportage overschrijdingen EU-grenswaarden in 2030, RIVM
- Richtlijn (EU) 2024/2881 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2024 betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa (herschikking)
- Implementatie Europese Richtlijn Luchtkwaliteit, Informatiepunt Leefomgeving
- Programma’s met een programmatische aanpak, Informatiepunt Leefomgeving
- Kamerbrief over monitoringsrapportage Luchtkwaliteit | Kamerstuk | (16 december 2025, Rijksoverheid
- Kamerbrief over implementatie herziene EU-richtlijn (30 september 2025), Rijksoverheid