De lidstaten hebben op Europees niveau normen vastgesteld, zodat drinkwater veilig geconsumeerd kan worden en voldoet aan kwaliteitsnormen. De Europese regelgeving voor drinkwater is met name opgenomen in de Drinkwaterrichtlijn. Ook de Kaderrichtlijn Water (KRW) is van belang.
Europees drinkwaterbeleid
De Drinkwaterrichtlijn
De Drinkwaterrichtlijn (Richtlijn 2020/2184) legt de minimum kwaliteitsnormen voor drinkwater vast. Deze normen hebben betrekking op de monitoring, beoordeling en handhaving van de drinkwaterkwaliteit. Drinkwater moet regelmatig worden gecontroleerd aan de hand van verschillende indicatoren en parameters. Ook stelt de Richtlijn eisen met betrekking tot veiligheid, duurzaamheid en toegankelijkheid van water.
Voorwaarden voor gezond en schoon drinkwater, minimumvereisten voor materialen en opkomende
Volgens artikel 4 lid 1 is drinkwater gezond en schoon wanneer het aan de volgende drie voorwaarden heeft voldaan:
- Het water bevat geen micro-organismen, parasieten of andere stoffen in hoeveelheden of concentraties die gevaar voor de gezondheid van de mens kunnen opleveren;
- Het water voldoet aan de minimumvereisten vermeld in delen A, B en D van bijlage I die parameterwaarden vaststellen om de kwaliteit van drinkwater te beoordelen;
- De lidstaten hebben alle andere nodige maatregelen genomen om aan de verplichtingen van artikelen 5 tot en met 14 te voldoen.
Onder artikel 5 mogen lidstaten aanvullende eisen opnemen of hogere normen aan de waterkwaliteit stellen. Indien water een potentieel gevaar voor de volksgezondheid vormt, moet de levering van water worden beperkt of verboden en moeten herstelmaatregelen worden getroffen. Verbruikers moeten worden geïnformeerd over de getroffen maatregelen.
Daarnaast stelt artikel 11 minimumvereisten met betrekking tot de hygiëne voor materialen die in contact komen met drinkwater. Met zulke materialen worden materialen bedoeld die gebruikt worden voor nieuwe of bestaande drinkwaterinstallaties. Daarnaast bevat artikel 12 ook minimumvereisten maar dan voor behandelingschemicaliën en filtermaterialen die in contact komen met drinkwater.
Risicogebaseerde benadering, risicobeoordeling en risicobeheer
Om de veiligheid van drinkwater te waarborgen introduceert artikel 7 van de Drinkwaterrichtlijn een ‘risicogebaseerde benadering’ voor de levering, behandeling en distributie van drinkwater. Hierbij worden de gevaren voor het drinkwater beoordeeld op basis van het geïdentificeerde risico. Deze risicogebaseerde benadering bestaat uit:
- een risicobeoordeling en risicobeheer van de gebieden waar drinkwater wordt onttrokken volgens artikel 8;
- een risicobeoordeling en risicobeheer door waterleveranciers van elk watervoorzieningssysteem volgens artikel 9; of
- een risicobeoordeling van huishoudelijke leidingnetten volgens artikel 10.
Bij de implementatie van de risicogebaseerde benadering moeten de lidstaten zorgen voor een duidelijke en passende verdeling van de verantwoordelijkheden tussen belanghebbenden, waaronder decentrale overheden en drinkwaterbedrijven, aldus artikel 7 lid 3.
Op basis van de resultaten van de risicobeoordeling moeten de lidstaten waar nodig passende preventieve en mitigerende risicobeheersingsmaatregelen nemen onder respectievelijk artikel 8 lid 4 (onttrekkingsgebieden), artikel 9 lid 3 (het watervoorzieningssysteem) en artikel 10 leden 2 en 3 (het huishoudelijk leidingnet).
Monitoring en herstelmaatregelen
De lidstaten moeten volgens artikel 13 actief en regelmatig de kwaliteit van het drinkwater monitoren om te controleren of het drinkwater voldoet aan de vereisten van de Drinkwaterrichtlijn. Deze monitoring gebeurt in overeenstemming met de vereisten in delen A en B van bijlage II. De monsters van het drinkwater voor de monitoring moeten representatief zijn voor de kwaliteit van het drinkwater gedurende het hele jaar.
Bovendien stelt de Commissie volgens artikel 13 lid 8 uitvoeringshandelingen vast om ‘aandachtstoffenlijst’ op te stellen. Deze lijst bestaat uit stoffen die een mogelijk risico vormen voor de gezondheid en aanleiding geven tot bezorgdheid bij het publiek en de wetenschappelijke gemeenschap, zoals geneesmiddelen, PFAS, hormoon-ontregelaarts en microplastics. In deze aandachtsstoffenlijst staan richtwaarden en meetmethoden voor elke stof of verbinding die daarin is opgenomen. De Commissie heeft in 2022 met haar Uitvoeringsbesluit 2022/679 de eerste aandachtstoffenlijst gepubliceerd. Daarnaast heeft de Commissie in het Gedelegeerde Besluit 2024/1441 een EU-brede methodologie vastgesteld om microplastics in drinkwater op een uniforme manier te meten. Deze methodologie vormt de basis voor monitoring en verdere beleidsontwikkeling met betrekking tot microplastics in drinkwater.
Wanneer het drinkwater niet voldoet aan de vastgestelde parameterwaarden onder artikel 5, moeten de lidstaten dit volgens artikel 14 lid 1 onmiddellijk onderzoeken om de oorzaak vast te stellen. Verder moeten zij zo snel mogelijk herstelmaatregelen treffen om de kwaliteit van het drinkwater weer op peil te brengen, zoals:
- het informeren van alle getroffen drinkwaterverbruikers over het potentiële gevaar voor de gezondheid, de oorzaak daarvan en de genomen herstelmaatregelen;
- het adviseren van de verbruikers over de voorwaarden van het gebruik van het drinkwater; en
- het op de hoogte stellen van de verbruikers wanneer het drinkwater geen potentieel gevaar meer vormt en de drinkwatervoorziening weer normaal functioneert.
Toegang tot drinkwater
Tot slot verplicht artikel 16 lid 1 de lidstaten om de toegang tot drinkwater voor iedereen, met name kwetsbare en gemarginaliseerde groepen, te verbeteren. De lidstaten moeten er onder andere voor zorgen dat zij weten welke personen geen of beperkte toegang tot drinkwater hebben en de nodige en passende maatregelen treffen om de toegang tot drinkwater voor dergelijke personen te waarborgen. Verder moeten de lidstaten volgens artikel 16 lid 2 ervoor zorgen dat buiten en binnen in openbare ruimten drinkwatertappunten worden geplaatst om het gebruik van kraanwater te stimuleren. Meer gebruik van kraanwater kan bijvoorbeeld het gebruik van plastic flessen verminderen.
De Kaderrichtlijn Water
De Kaderrichtlijn Water (ookwel ‘KRW’, Richtlijn 2000/60/EG) legt het Europese kader voor de bescherming van grond- en oppervlaktewater vast. Voor de productie van drinkwater wordt grond- en oppervlaktewater gebruikt. De kwaliteits- en kwantiteitseisen uit de KRW zijn dus ook voor drinkwater van belang, omdat de KRW eisen stelt aan de bron van drinkwater, bijvoorbeeld het beperken van de emissie van chemische stoffen in het water. Artikel 7 van de KRW stelt verdere eisen aan drinkwater. De lidstaten moeten de waterlichamen aanwijzen waar drinkwaterwinning plaatsvindt en zij dragen zorg voor de bescherming daarvan. Deze beschermde waterlichamen en de daarbij horende kwaliteitseisen moeten door de lidstaten worden opgenomen in waterbeheer- en stroomgebiedbeheerplannen. Verder moet de kwaliteit van deze waterlichamen zodanig worden beschermd en gewaarborgd dat het niveau van waterzuivering voor de productie van drinkwater kan worden verlaagd. Meer informatie over de KRW en stroomgebiedbeheerplannen vindt u op onze pagina waterbeheer.
Nationaal drinkwaterbeleid
In Nederland zijn de Europese richtlijnen met betrekking tot drinkwater geïmplementeerd in de Drinkwaterwet en de daarbij horende besluiten, waaronder het Drinkwaterbesluit en de Drinkwaterregeling. Daarnaast speelt de Omgevingswet een belangrijke rol bij de aanwijzing van bevoegdheden en verantwoordelijkheden van decentrale overheden in het drinkwaterbeleid. Het Rijk is verantwoordelijk voor het drinkwatervoorzieningsbeleid. De Rijksoverheid stelt de kaders en voorwaarden voor de drinkwatervoorziening vast en houdt toezicht op de uitvoering van de drinkwaterregelgeving. Artikel 5 van de Drinkwaterwet voorziet dat de minister voor elk drinkwaterbedrijf een distributiegebied vastlegt. Onder artikelen 21 en 22 van de Drinkwaterwet zijn drinkwaterbedrijven verantwoordelijk voor de goede kwaliteit van het drinkwater en het monitoren en controleren daarvan. Daarnaast moet elk drinkwaterbedrijf de woninginstallaties, collectieve watervoorzieningen, collectieve leidingnetten en andere installaties die zijn aangesloten op het leidingnet van het drinkwaterbedrijf controleren op het gevaar voor de verontreiniging van zijn leidingnet.
Decentrale relevantie
Het Rijk, de provincies, gemeenten en waterschappen zijn volgens artikel 2 van de Drinkwaterwet verantwoordelijk voor de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening. Provincies bewaken de kwaliteit en kwantiteit van het grondwater en verlenen watervergunningen aan bijvoorbeeld drinkwaterbedrijven om grondwater te onttrekken voor het bereiden van drinkwater.
Waterschappen zijn hoofzakelijk betrokken bij de waarborging van de kwaliteit en kwantiteit van oppervlaktewater en ondiep grondwater. De minimumvereisten op het gebied van verschillende microbiologische, chemische en indicatorparameters en de opkomende stoffen in de aandachtlijst zijn dan ook voor waterschappen van belang, bijvoorbeeld bij het zuiveren van het afvalwater.
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de bescherming van de drinkwatervoorziening. Ze moeten ervoor zorgen dat activiteiten in de openbare ruimte geen risico vormen voor de drinkwatervoorziening, bijvoorbeeld bij het afgeven van milieu- en bouwvergunningen. Daarnaast zijn gemeenten betrokken bij de toegang tot veilig en voldoende drinkwater. Zo dragen gemeenten zorg voor de nooddrinkwatervoorziening en spelen ze een rol bij het plaatsen van drinkwatertappunten en informatiecampagnes.