ETS

Decentrale overheden kunnen over de grens samenwerken om zo economische, sociale en territoriale verschillen in EU-regio’s te verkleinen. Dit is een van de doelen van het regionaal beleid van de EU. De Europese Territoriale Samenwerking (ETS), voorheen ook wel bekend als het programma Interreg, levert hieraan een bijdrage door kansrijke samenwerkingsverbanden tussen partners uit verschillende landen te ondersteunen.

Decentrale overheden

Ook decentrale overheden kunnen over de grens samenwerken om gemeenschappelijke uitdagingen aan te gaan. Vanuit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) zijn hiervoor financieringsinstrumenten ter beschikking gesteld middels het programma Interreg. Het vijfde Interreg programma is gestart in het najaar van 2014. Daarnaast bestaat er een rechtsinstrument ter bevordering van grensoverschrijdende samenwerking: de Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking (EGTS). Interreg en EGTS worden hieronder toegelicht.

Drie subprogramma´s/Interreg

De bepalingen voor steun uit het EFRO voor de doelstelling ETS zijn vastgelegd in verordening 1299/2013. De doelstelling ETS is onderverdeeld in drie subprogramma’s, te weten: grensoverschrijdende samenwerking (Interreg V A), transnationale samenwerking (Interreg V B) en interregionale samenwerking (Interreg Europe).  De programma’s kenmerken zich door de omvang van het samenwerkingsgebied, de in aanmerking komende regio’s en de doelstellingen. Het beschikbare ETS-budget voor Nederland in de periode 2014-2020 bedraagt € 348 miljoen.

Grensoverschrijdende samenwerking (Interreg V A)

In grensgebieden staan decentrale overheden vaak voor kenmerkende uitdagingen. Verschillen in cultuur en wetgeving liggen hier veelal ten grondslag aan knelpunten op uiteenlopende beleidsterreinen, denk aan: slechte toegankelijkheid op het gebied van vervoersinfrastructuur, een ongeschikt bedrijfsklimaat, gebrek aan netwerken tussen regionale overheidsinstanties en milieuvervuiling. Door grensoverschrijdende samenwerking (GROS) kunnen decentrale overheden deze gemeenschappelijke problemen samen oplossen. Het doel van grensoverschrijdende samenwerking is het verminderen van de negatieve effecten van grenzen, door het wegnemen van administratieve, juridische en fysieke barrières.

GROS-programma’s

In totaal zijn er in Europa 53 verschillende programma’s voor grensoverschrijdende samenwerking, waarvan Nederland  bij vier programma’s is betrokken. De doelstellingen van deze vier programma’s kunnen onderling verschillen, maar ondersteunen veelal: innovatie, de transitie naar een koolstofarme economie en arbeidsmobiliteit. Raadpleeg de specifieke programma’s voor een compleet overzicht van mogelijkheden:

Transnationale samenwerking (Interreg V B)

De transnationale programma’s voegen een belangrijke extra Europese dimensie toe aan regionale ontwikkeling. Belangrijk onderscheid met het Interreg A programma is dat de focus ligt op regionale uitdagingen die niet direct met grens barrières samenhangen, zoals bijvoorbeeld bescherming tegen klimaatverandering (watermanagement) en milieubescherming. De acties die onder dit programma vallen moeten bijdragen aan een geïntegreerde territoriale samenwerking die aansluit op het EU-cohesiebeleid, en moet tevens maritieme samenwerking omvatten die niet bestreken wordt door grensoverschrijdende samenwerkingsprogramma’s.

Partners – onder wie decentrale overheden – uit verschillende landen kunnen in een bepaalde regio samenwerken door middel van transnationale samenwerking. De programma’s die hieronder vallen richten zich vooral op het toepassen van nieuwe technieken en methoden. In totaal zijn er in Europa dertien transnationale programma’s, waarvan er twee relevant zijn voor Nederland:

Interregionale samenwerking (Interreg V C)

Interregionale samenwerking vindt plaats op pan-Europees niveau: het is toegankelijk voor alle 28 lidstaten, Noorwegen en Zwitserland. Het doel van dit programma is het uitwisselen van kennis en ervaring, het ontwikkelen van best practices en het verbeteren van de implementatie van beleid en programma’s voor regionale ontwikkeling. Centraal staan de thematische doelstellingen en stadsontwikkeling, met inbegrip van de koppelingen tussen stedelijke- en plattelandsgebieden. De interregionale samenwerking bestaat uit vier programma’s:

EGTS

Het al sinds 2006 ingevoerde instrument van een rechtspersoonlijkheid die de uitvoering van grensoverschrijdende, transnationale en interregionale samenwerking programma’s vergemakkelijkt is de Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking (EGTS). Dit rechtsinstrument, vastgelegd in de Europese verordeningen 1082/2006 en 1302/2013, stelt regionale overheden van verschillende lidstaten in staat samenwerkingsverbanden met een eigen rechtspersoonlijkheid op te kunnen richten, met zeggenschap, een eigen organisatie, staf en budget. Hiermee biedt het regio’s uit verschillende landen de mogelijkheid zich te verenigen  en sneller te handelen zonder tussenkomst van nationale parlementen. Deze verbanden geven uitvoering aan projecten die deels met Europees geld worden gesteund en functioneren daarmee als uitvoeringsautoriteit.

Het EGTS is een instrument om vorm te geven aan grensoverschrijdende samenwerking (GROS). Raadpleeg onze website over GROS voor meer informatie over en voorbeelden van grensoverschrijdende samenwerking in Nederland.

Europese subsidies Europaproof

Let op: de Europese fondsen zijn niet automatisch Europaproof als het bijvoorbeeld gaat om de naleving van interne marktregels. Net als bij een ‘gewone’ subsidie, moeten middelen uit de Europese fondsen altijd conform de staatssteun- en aanbestedingsregels worden besteed. Dit is ook vaak een expliciete voorwaarde die wordt gesteld bij de verlening van Europese subsidies. Als decentrale overheden een Europese subsidie hebben gekregen en die vervolgens ‘doorgeven’ aan een onderneming (bijvoorbeeld in de vorm van een opdracht of een subsidie in het kader van de uitvoering van het project), moeten zij daarbij zelf de Europese regels over aanbesteden en staatssteun in acht nemen. Binnen de staatssteun- en aanbestedingsregels bestaan verschillende mogelijkheden om interregionale samenwerkingsprojecten of te steunen of opdrachten uit te zetten. Meer informatie over het toepassen van deze regels bij het aanvragen en besteden van Europese subsidies vindt u op onze webpagina Europese subsidies Europaproof.

Subsidiewijzer

De VNG heeft de beschikbare informatie over de Europese fondsen gebundeld in een subsidiewijzer. Hierin staan de mogelijkheden voor decentrale overheden om in aanmerking te komen voor de verschillende fondsen overzichtelijk weergegeven.

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG


Nieuws ETS

ITEM Jaarconferentie: Frisse wind voor grensoverschrijdende samenwerking (GROS)

Zowel binnen de gehele Europese Unie, als in de grensregio’s neemt de aandacht voor grensoverschrijdende samenwerking (GROS) toe. Dit blijkt onder meer uit de Grenseffectenrapportage 2017 die op de jaarconferentie van het Institute for Transnational and Euregional Crossborder Cooperation and Mobility (ITEM) werd gepresenteerd. Deze jaarconferentie vond plaats op 10 november 2017.

Lees het volledige bericht

Praktijk ETS

Praktijkvragen ETS

Hoe kunnen we als gemeente gebruik maken van het samenwerkingsinstrument EGTS?

Onze gemeente werd door een van onze partners bij de uitvoering van een programma voor territoriale samenwerking gewezen op de mogelijkheid om te kiezen voor het samenwerkingsinstrument ‘Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking’. Wat is dit voor instrument en wat zijn de voorwaarden en voordelen om er gebruik van te maken?

Bekijk het antwoord

X