Zoeken

ALTIJD OP DE HOOGTE?

Welke ontwikkelingen in de EU zijn van belang voor gemeenten, provincies en waterschappen? En wat betekent dat voor de dagelijkse praktijk?

AG spreekt zich uit over de dienstenrichtlijn

6 juni 2017Dienstenrichtlijn

De Advocaat-Generaal (AG) Spunzar van het Hof van Justitie van de EU heeft zich uitgesproken over de toepassing van de dienstenrichtlijn bij het heffen van leges en bij detailhandelsbestemmingen. De AG adviseert het Hof onder andere de werkingssfeer van de dienstenrichtlijn te vergroten.

Naar aanleiding van eerdere prejudiciële vragen van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en Hoge Raad is de conclusie van AG Szpunar op 18 mei 2017 gepubliceerd. De AG spreekt zich uit over twee zaken:

  • In de zaak van de gemeente Appingedam tegen een vastgoedbedrijf vraagt de Raad van State zich af of de dienstenrichtlijn in deze zaak van toepassing is, en indien dit het geval is, hoe de dienstenrichtlijn moet worden uitgelegd.
  • In de zaak over de gemeente Amersfoort vraagt de Hoge Raad in de eerste plaats of de dienstenrichtlijn überhaupt van toepassing is op het heffen van leges. In dat kader vraagt de Hoge Raad zich af of de leges belastingen in de zin van de dienstenrichtlijn zijn.

Zaak gemeente Amersfoort: het heffen van leges

De gemeente Amersfoort heeft een overeenkomst gesloten met een onderneming voor het aanleggen van een glasvezelnetwerk in de gemeente. Voor de specifieke uitvoeringswerkzaamheden is de onderneming op grond van de Telecommunicatiewet verplicht de gemeente te verzoeken hiermee in te stemmen. Voor het in behandeling nemen van dergelijke aanvragen heft de gemeente leges en heeft de gemeente de legesnota’s aan de onderneming toegezonden. De ondernemer is het niet eens met de legesheffing.

Prejudiciële vragen aan Hof van Justitie zaak

De Hoge Raad stelde vragen aan het Hof van Justitie over de werkingssfeer van de dienstenrichtlijn. Ook stelt de Hoge Raad vragen over materiële bepalingen van deze richtlijn, zoals: is de richtlijn van toepassing op het heffen van leges, of bij zuiver interne situaties. In dit nieuwsbericht leest u meer informatie over de prejudiciële vragen van de Hoge Raad.

Conclusie AG

Uitgezonderd van dienstenrichtlijn?

Is het leggen van kabels met het oog op het aanleggen van een glasvezelnetwerk een aangelegenheid die is uitgezonderd van de dienstenrichtlijn? De dienstenrichtlijn is namelijk niet van toepassing op elektronische communicatiediensten en netwerken en bijbehorende faciliteiten en diensten, die onder andere vallen onder richtlijn 2002/20/EG.

De AG concludeert dat de leges in rekening zijn gebracht voor de aanleg van een faciliteit. Door kabels in particuliere of openbare gronden te leggen, maakt de onderneming namelijk gebruik van een doorgangsrecht. De AG legt uit dat in art. 13 richtlijn 2002/20 dit doorgangsrecht verbijzonderd wordt voor gevallen waarin het gaat om de aanleg van telecommunicatiefaciliteiten, een activiteit waar het leggen van kabels zonder twijfel deel van uitmaakt. De dienstenrichtlijn is volgens de AG in dit geval dus niet van toepassing. Echter, de vraag of nationale maatregelen zoals de bijdragen/vergoedingen die in het hoofdgeding zijn geheven verenigbaar zijn met artikel 13, een rechtstreeks toepasselijke bepaling waarop particulieren zich kunnen beroepen, vergt een feitelijke beoordeling door de verwijzende rechter. Het is bovendien niet het onderwerp van deze procedure.

Zijn leges belastingen?

De dienstenrichtlijn is niet van toepassing op het gebied van belastingen (art. 2 lid 3). De AG is van mening dat nationale maatregelen zoals leges niet gelijk zijn aan belastingen. Zij worden namelijk in casu geheven voor de gemeentelijke dienst en bestaan uit kosten voor het in behandeling nemen van de aanvraag om instemming omtrent tijdstip, plaats en de wijze van uitvoering van graafwerkzaamheden. De AG concludeert dat de leges zoals in het geding onder de werkingssfeer vallen van de dienstenrichtlijn (art. 2 lid 2 sub c) en dus niet als belastingen in de zin van art. 2 lid 3 kwalificeren

Zaak Appingedam: uitzonderen van schoenen- en kledingwinkels

Door de gemeenteraad van Appingedam is een bestemmingsplan vastgesteld voor het Woonplein dat in Appingedam ligt. Het Woonplein is bedoeld als winkelgebied voor grote detailhandelszaken voor bijvoorbeeld meubels, keukens en bouwmaterialen. De gemeenteraad stelt dat op het Woonplein geen schoenen- en kledingwinkels gevestigd mogen worden, om het centrum te beschermen tegen leegstand en de leefbaarheid van de binnenstad te beschermen. Een vastgoedbedrijf is het hier niet mee eens en vindt dat de gemeenteraad in strijd handelt met de Europese dienstenrichtlijn.

Prejudiciële vragen Hof van Justitie

De Raad van State vraagt zich via een drietal vragen aan het Hof van Justitie af of de dienstenrichtlijn in casu van toepassing is. De vragen gaan over de definitie van een dienst, het toepassingsgebied van de dienstenrichtlijn en het begrip ‘zuiver interne situatie’. De Raad van State wil daarnaast weten of de regels omtrent het vrij verkeer gelden, wanneer de dienstenrichtlijn niet van toepassing en of die aan de voorschriften van het bestemmingsplan in de weg staan. In dit nieuwsbericht leest u meer over de vragen van de Raad van State.

Conclusie AG

Dienst en definitie dienst

De AG concludeert dat de detailhandel in de vorm van verkoop aan consumenten van goederen zoals schoenen en kleding, valt onder de definitie van ‘dienst’ en dus valt onder de dienstenrichtlijn. De AG concludeert daarnaast dat het primaire Unierecht niet van belang is voor de vraag of detailhandel een dienst is in de zin van art. 4 punt 1 van de dienstenrichtlijn.

Zuiver interne situatie?

Met betrekking tot de vraag of er sprake is van een zuiver interne situatie, stelt de AG dat de bepalingen over vrijheid van vestiging van dienstverrichters van de richtlijn (hoofdstuk III) van toepassing zijn op situaties zoals in de zaak Appingedam, ongeacht of alle factoren zijn beperkt tot één lidstaat. De AG stelt dat: ‘een letterlijke, systematische en teleologische uitlegging van de bepalingen van richtlijn 2006/123 [pleit] ervoor dat hoofdstuk III inzake de vrijheid van vestiging van dienstverrichters niet enkel toepasselijk is in grensoverschrijdende situaties, maar ook in zuiver interne’.

Bestemmingsplan een vergunningstelsel?

De AG concludeert dat het bestemmingsplan in casu geen vergunningstelsel is in de zin van art. 4 punt 6 dienstenrichtlijn. Een bestemmingsplan dat een territoriale beperking bevat en bepaalde soorten detailhandel uitsluit, kan, volgens de AG, gerechtvaardigd worden indien kan worden aangetoond dat daarmee op evenredige wijze de bescherming van het stedelijke milieu wordt nagestreefd (art. 15 lid 2 sub a).

Over het advies van de Advocaat-Generaal

De AG brengt een onafhankelijke conclusie uit over zaken, voordat het Hof uitspraak doet. Het Hof kan deze conclusies overnemen, maar kan deze ook naast zich neer leggen.

Bron:

Conclusie AG Szpunar

Door:

Femke Salverda en Tessa de Vries, Europa decentraal

Meer informatie:

Raad van State wil uitleg over Dienstenrichtlijn, nieuwsbericht Europa decentraal
Dienstenrichtlijn, Europa decentraal
Eerdere prejudiciële vragen Raad van State en uitspraak Hof van Justitie, nieuwsbericht Europa decentraal
Prejudiciële vragen Hoge Raad over dienstenrichtlijn, nieuwsbericht Europa decentraal

X