Voorschriften ruimtelijke ordening

Wetgeving onder de vlag van ‘voorschriften voor ruimtelijke ordening’ kan eisen bevatten waarmee dienstenactiviteiten specifiek worden gereguleerd. In die gevallen valt de wetgeving onder de Dienstenrichtlijn. Hieronder kunt u lezen wanneer regeling op het gebied van ruimtelijke ordening wel onder de Dienstenrichtlijn valt en wanneer niet. Daarnaast kunt u lezen wanneer regelgeving op het gebied van ruimtelijke ordening die onder de Dienstenrichtlijn valt te rechtvaardigen is.

Generieke eisen

Dienstenrichtlijn niet van toepassing

Op eisen die de dienstenactiviteit niet specifiek regelen of daarop specifiek van invloed zijn, maar door dienstverrichters bij de uitvoering van hun economische activiteit wel moeten worden nageleefd op dezelfde wijze als natuurlijke personen die als particulier handelen (overweging 9). Met andere woorden: wanneer regels voor iedereen gelden en dus niet alleen voor dienstverleners, is de Dienstenrichtlijn niet van toepassing.

Dit betekent dat de Dienstenrichtlijn in algemene zin geen gevolgen heeft voor bijvoorbeeld verkeersregels, regels voor ontwikkeling of gebruik van land, voorschriften inzake ruimtelijke ordening en stedenbouw of voor bouwnormen.

Dienstenrichtlijn wél van toepassing

Wanneer voorschriften van ruimtelijke ordening eisen bevatten die dienstverleners belemmeren in de toegang tot of bij de uitoefening van een dienst, dan vallen deze wel degelijk onder de reikwijdte van de Dienstenrichtlijn. Zo vallen bijvoorbeeld voorschriften over de maximale oppervlakte van bepaalde winkelbedrijven, ook wanneer zij zijn opgenomen in algemene wetgeving voor ruimtelijke ordening, onder de verplichtingen van het vestigingshoofdstuk van de richtlijn.

Brancheringsregels

Wat zijn brancheringsregels?

Het nemen van een brancheringsbesluit houdt in dat per markt wordt vastgesteld welke branches of artikelgroepen op de markt worden toegelaten en hoeveel staanplaatsen per branche of artikelgroep worden toegewezen.

Vallen brancheringsregels in bestemmingsplannen onder de Dienstenrichtlijn?

Het toekennen van algemene bestemmingen zoals detailhandel, maar ook wonen of horeca. Dit kan worden beschouwd als een generieke eis. Daarmee vallen brancheringsregels in bestemmingsplannen niet onder de Dienstenrichtlijn. Immers, het bestemmingsplan geldt voor een ieder en maakt op dit punt geen onderscheid naar dienstverrichters.

Het toekennen van een subbestemming kan wel worden beschouwd als een eis die zich specifiek richt tot een dienstverrichter. Hiermee valt deze in principe onder de Dienstenrichtlijn. Een voorbeeld is een subbestemming voor detailhandel in auto’s. Een dergelijke eis valt echter mogelijk wel te rechtvaardigen.

Brancheringsregelingen al dan niet te rechtvaardigen onder Dienstenrichtlijn?

Niet te rechtvaardigen onder de Dienstenrichtlijn zijn

Het stellen van economische criteria voor toetreding tot de markt (artikel 14 lid 5 van de Dienstenrichtlijn). Een voorbeeld is het slechts verlenen van een vestigingsvergunning wanneer uit marktonderzoek gebleken is dat er voldoende vraag is naar een bepaalde dienstverleningsactiviteit. Ook de Raad van State heeft aangegeven dat een ruimtelijk besluit niet mag zijn ingegeven door overwegingen van economische ordening.

Wel te rechtvaardigen onder de Dienstenrichtlijn zijn:

Brancheringsregels in bestemmingsplannen. Wanneer zij non-discriminatoir, te rechtvaardigen op grond van (niet-economische) dwingende redenen van algemeen belang– denk aan ruimtelijke ordening, bescherming van de consument, van het (stedelijk) milieu e.d. – evenredig en noodzakelijk zijn. De eis dat een beroep op de uitzonderingen op het verbod gebaseerd moet zijn op niet-economische doelstellingen vinden we ook terug in de rechtspraak van het Hof van Justitie over de uitzonderingen op de Verdragsverboden.

Ook in de Wet ruimtelijke ordening is het uitgangspunt vastgelegd dat bestemmingsplannen worden vastgesteld ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. De Raad van State heeft in zijn rechtspraak laten zien dat besluiten, die bijvoorbeeld de vestiging van een grote bouwmarkt tegenhouden, pas gerechtvaardigd zijn wanneer de komst van de bouwmarkt zou leiden tot duurzame ontwrichting van de voorzieningenstructuur. Daarbij gaat het erom dat inwoners van de gemeente op een aanvaardbare afstand van hun woonplaats hun geregelde inkopen kunnen doen. Dat bijvoorbeeld de bestaande winkeliers zullen lijden onder de komst van een grote concurrent betekent volgens de Raad van State nog niet dat de voorzieningenstructuur duurzaam ontwricht is. Duurzame ontwrichting wordt dan ook niet snel aangenomen. Wanneer er dus dwingende redenen van algemeen belang ten grondslag liggen aan een brancheringsregeling in een bestemmingsplan zal deze te rechtvaardigen zijn mits zij proportioneel is.

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG


Praktijk Voorschriften ruimtelijke ordening

Ruimtelijke ordening

Voorbeeld: kleine gemeente verbiedt komst groot warenhuis

Een kleine gemeente weigert de vergunning voor de vestiging van een groot warenhuis. De gemeente stelt dat de komst van het warenhuis ervoor zal zorgen dat alle kleinere winkels in de kernen daarmee zullen verdwijnen en inwoners niet meer dichtbij huis hun boodschappen kunnen doen. Is dit gerechtvaardigd op basis van de Dienstenrichtlijn?

Niet-discriminerende werking

Er is geen sprake van discriminerende werking. We gaan ervan uit dat de gemeente dezelfde beslissing zou nemen bij een vergunningaanvraag van een Nederlands bedrijf als wanneer de vergunning door een bedrijf uit een andere lidstaat zou worden aangevraagd.

Dwingende reden van algemeen belang, niet zijnde een economisch motief

Aangezien het hier een kleine gemeente betreft waar waarschijnlijk geen ruimte is voor een groot warenhuis naast kleinere winkeltjes in de kernen, kan in dit geval een beroep op bescherming van het voorzieningenniveau gerechtvaardigd zijn. Waarschijnlijk leidt de komst van het warenhuis daadwerkelijk tot duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau.

In een grotere gemeente zal dit niet snel aangenomen worden en een beroep van de ondernemer op handelen van de gemeente in strijd met art. 14 lid 5 Dienstenrichtlijn kans van slagen hebben. Dat de komst van een groot warenhuis de bestaande winkeliers in economische problemen kan brengen mag geen reden zijn.

Vergunning vooraf evenredig?

Wanneer er inderdaad sprake zou zijn van een dwingende reden van algemeen belang, moet vervolgens gekeken worden of dit belang niet ook met minder vergaande maatregelen dan een vergunning gerealiseerd zou kunnen worden. Mogelijk zou men in dit geval kunnen stellen dat maatregelen achteraf te laat komen omdat de kleinere winkels dan al vertrokken zijn.

Conclusie

De bovengenoemde brancheringsregel kan dus mogelijk gerechtvaardigd worden, maar het voorbeeld toont wel aan dat het moeilijk kan zijn motieven van verboden bescherming van de zittende winkeliers buiten de overwegingen te houden. Dit is echter afhankelijk van de omstandigheden van het geval en zal zeker niet altijd mogelijk zijn.

Praktijkvragen Voorschriften ruimtelijke ordening

Is de Dienstenrichtlijn van toepassing op detailhandel in supermarkten?

Onze gemeente heeft de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het vestigen van een supermarkt geweigerd. De reden is dat er al een supermarkt gevestigd is in het winkelcentrum waarvoor de aanvraag gedaan werd. Met de komst van een tweede supermarkt zou de maximale verkoopvloeroppervlakte van supermarkten zoals vastgelegd in ons bestemmingsplan en de bijbehorende planregels worden overschreden. De supermarkt stelt nu dat de afwijzing in strijd is met de Europese Dienstenrichtlijn. Klopt het dat de Dienstenrichtlijn van toepassing is op detailhandel in supermarkten?

Bekijk het antwoord

X