Zoeken
Staatssteun
Subonderwerpen

Rentepercentages

Wanneer een decentrale overheid onder gunstige voorwaarden een lening verstrekt aan een onderneming, kan er sprake zijn van ongeoorloofde staatssteun. Deze onterechte steun moet, inclusief rente, worden teruggevorderd. Om dit rentepercentage te berekenen heeft de Europese Commissie een methode vastgesteld. Bij de verlening en terugvordering van staatssteun moet hier rekening mee gehouden worden.

Mededeling referentie- en disconteringspercentages

Ook bij steun die in delen wordt uitgekeerd, moet rekening gehouden worden met rente. In de Mededeling referentie- en disconteringspercentages wordt een methode vastgesteld om de steuncomponent te verduidelijken.

Niet marktconforme leningen

Decentrale overheden krijgen op verschillende manieren met referentie- en disconteringspercentages te maken, bijvoorbeeld bij verstrekking van leningen. De lening mag geen voordeel opleveren dat onder normale marktomstandigheden niet zou zijn verstrekt. Voorbeelden van niet marktconforme leningen zijn:

  • een renteloze lening;
  • een lening tegen een lagere rente dan de marktrente;
  • een lening met een langere looptijd;
  • een rentevergoeding.

Het staatssteundeel van deze rente is het verschil tussen de marktconforme rente (bijvoorbeeld bij een lening van een bank) en de rente die werkelijk is betaald. Deze renteberekening wordt als indicatie voor de marktrente gebruikt.

Mededeling herziening methode referentie- en disconteringspercentages

Volgens de Mededeling herziening methode is steun in de vorm van een lening doorzichtig wanneer voor het berekenen van het bruto subsidie-equivalent (BSE) het referentiepercentage is gebruikt. Afhankelijk van de toepassing van het referentiepercentage, moet dit basispercentage met passende opslagen worden verhoogd.

Bruto subsidie-equivalent (BSE)

Omdat steun op verschillende wijze kan worden verleend en het daadwerkelijke voordeel niet altijd overeenkomt met het bedrag dat feitelijk ter beschikking wordt gesteld, maakt de Commissie gebruik van de term bruto subsidie-equivalent (BSE). Het BSE is de contante waarde van de steun, oftewel de totale waarde van het voordeel van de steunmaatregel (voor de begunstigde). In het geval van een garantie is het BSE dan het verschil tussen de specifieke marktrente die de onderneming zonder de garantie had moeten betalen en het rentepercentage dat dankzij de staatsgarantie wordt betaald, rekening houdend met eventueel betaalde premies.

Voorbeeld van een BSE

Hieronder een vereenvoudigd voorbeeld:

  • lening € 800.000,-
  • marktrente 4% = € 32.000,- per jaar
  • gemeentelijke rente 1.5% = € 12.000,- per jaar
  • per jaar een voordeel  van € 20.000,-
  • BSE over periode van drie jaar is drie maal € 20.000,- is € 60.000,- (om en nabij)

Let wel, in de praktijk zijn er nog andere factoren waar rekening mee gehouden moet worden ten opzichte van het bovenstaande voorbeeld. De discontorente van het moment van steun verlenen moet men ook weer ‘door-disconteren’ in de jaren daarna, als een soort inflatiecorrectie. Pas dan krijg je de netto contante waarde van het rentevoordeel. Meer specifieke informatie hierover is in te winnen via onze helpdesk.

Berekening Algemene Groepsvrijstellingsverordening

Het referentiepercentage vormt ook de basis voor berekeningen van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening. Sommige categorieën worden hier vrijgesteld van melding van de steun vooraf bij de Commissie. Het disconteringspercentage wordt gebruikt om de actuele geldwaarde te berekenen.

Basispercentage

Er geldt niet één rentepercentage per land, maar bij de berekening wordt rekening gehouden met de specificiteit van de onderneming of het project. Vanaf 1 juni 2012 moet er rekening gehouden worden met deze specifieke berekeningsmethode. Op de website van de Commissie wordt het nieuwe basispercentage bekend gemaakt.

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG


X