Zoeken
Staatssteun
Subonderwerpen

Lokale en regionale omroepen

Provincies zijn sinds 2006 verantwoordelijk voor de bekostiging van regionale omroepen. Zij bekostigen ten minste één regionale omroep in de provincie (art. 2.107 Mediawet). Gemeenten keren middelen die door het Rijk in het gemeentefonds worden gestort uit aan lokale omroepen (art. 2.170a Mediawet).

Staatssteun aan omroepen

Volgens de Europese Commissie is staatssteun aan omroepen toegestaan, voor zover het de kosten van de vervulling van een publieke taak compenseert. Ontplooit de omroep activiteiten die niet passen bij de publieke taak, dan is er mogelijk sprake van ongeoorloofde staatssteun.

Staatssteunproof

Subsidie aan omroepen kan staatssteunproof worden gemaakt door deze vorm te geven als Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB). Als dit niet mogelijk is, kan staatssteun worden voorkomen door kleine steunbedragen uit te keren als de-minimissteun.

Staatssteunproof maken van steun aan omroepen

Om steun aan regionale en lokale omroepen staatssteunproof te maken, kunnen decentrale overheden gebruikmaken van de volgende regels:

1. Vormgeven als DAEB

De steun kan worden vormgegeven als Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB). Per 2012 gelden hiervoor nieuwe regels. Zo mogen overheden over een periode van drie jaar tot € 500.000,- steun geven aan een onderneming die een DAEB uitvoert, zonder dat dit als staatssteun wordt aangemerkt (DAEB-deminimis).

Als de compensatie van een DAEB niet meer bedraagt dan € 15 miljoen per jaar, dan hoeft deze onder voorwaarden niet te worden aangemeld bij de Europese Commissie.

2. Uitkeren als de-minimissteun

Als een DAEB niet mogelijk is, kunnen steunbedragen worden uitgekeerd als reguliere de-minimissteun. Decentrale overheden mogen op basis van deze vrijstelling over een periode van drie belastingjaren één onderneming tot € 200.000,- steunen, in welke vorm dan ook.

De Commissie stelt specifieke voorwaarden aan het opleggen van een DAEB aan omroepen.

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG


Jurisprudentie Lokale en regionale omroepen

Publicaties Lokale en regionale omroepen

Wet- en regelgeving Lokale en regionale omroepen

Lokale en regionale omroepen wet- en regelgeving

Aansluiten bij Mededeling openbare omroepen

Bij de omschrijving van de publieke taak van ‘hun’ omroep kunnen decentrale overheden aansluiting zoeken bij de Mededeling openbare omroepen uit 2009. Hierin zet de Europese Commissie uiteen wat de publieke taak inhoudt en hoe compensatie daarvan staatssteunproof te maken valt:

1. Gevarieerde programmering

De omroep krijgt de opdracht een evenwichtige en gevarieerde programmering aan te bieden en daarbij een bepaald percentage van het publiek aan te trekken. De taak kan ook audiovisuele diensten via digitale platforms omvatten. De doelstelling van de opdracht moet voldoen aan de democratische, sociale en culturele behoeften van de maatschappij. Hierbij moet het pluralisme gewaarborgd blijven.

2. Duidelijke opdracht

De opdracht moet heel duidelijk omschreven zijn door een officiële, daartoe gerechtigde autoriteit (de steunverlener).

3. Netto kosten

Anders dan bij het opleggen van een ‘gewone’ DAEB, mag de financiering van omroepen geen winst omvatten, maar alleen de netto kosten van de publieke taak compenseren.

4. Geen overcompensatie

Om overcompensatie en kruissubsidiëring te voorkomen is een gescheiden boekhouding van belang. Een scheiding tussen activiteiten, die binnen en buiten de openbare dienst vallen, kan de financiële transparantie nog meer versterken. Als toch sprake is van overcompensatie, mogen publieke omroepen een deel houden om de uitvoering van de openbare dienstverplichting te waarborgen.

5. Monitoren

De uitvoering van de publieke taak moet effectief worden gemonitord door een onafhankelijk toezichthoudend orgaan.

Steun voor gebruik nieuwe media en online diensten

De Commissie wilde met de mededeling uit 2009 de voorwaarden aanpassen aan de technologische ontwikkelingen in medialand en de toenemende dienstverlening via internet. Mits de democratische, sociale en culturele behoeften van een brede doelgroep gewaarborgd blijven mogen:

– betaaldiensten (zoals toegang tot archieven tegen betaling, pay-per-view, toegang tot mobiele diensten tegen een bedrag, betalen voor online-content etc.) ook onderdeel uitmaken van de publieke taak;
– omroepen staatssteun gebruiken om via de digitale weg audiovisuele diensten te leveren.

Implementatie in Nederland

Op nationaal niveau wordt via een goedkeuringsprocedure op grond van de Awb beoordeeld of een nieuwe of voorgenomen (digitale) activiteit van de publieke media-instelling concurrentievervalsend is (markttoets).

Voor lokale en regionale omroepen is het van belang of digitale activiteiten tot de hoofdtaak kunnen worden gerekend of een nevenactiviteit zijn (art. 2.1 Mediawet 2008). Het verzorgen van radio- en televisieprogramma’s via internet is onderdeel van de publieke mediaopdracht.

Nevenactiviteiten van lokale en regionale omroepen moeten worden goedgekeurd door het Commissariaat van de Media. Zie hiervoor afdeling 2.5.6 van de Mediawet inzake nevenactiviteiten.

Rol Europese Commissie

De Commissie spreekt zich niet uit over de vraag of een programma moet worden aangeboden als DAEB. Evenmin kan zij de aard of kwaliteit van een product ter discussie stellen. In het geval van DAEB’s is de rol van de Commissie beperkt tot de controle op ‘kennelijke fouten’.

Voldoet de publieke taak niet aan de culturele, sociale en democratische behoeften van de samenleving? Dan is er sprake van een kennelijke fout. Volgens de Commissie is dat normaliter het geval bij reclame, e-commerce, telewinkelen, sponsoring, merchandising en dure inbelnummers bij belspellen.

X