Zoeken
Staatssteun
Subonderwerpen

Opleidingssteun

Er bestaan verschillende mogelijkheden om opleidingssteun aan werkgevers te verstrekken ten behoeve van de opleiding van werknemers, zonder dat daarbij de staatssteunregels worden overtreden. De AGVV biedt ruime toepassingsmogelijkheden en daarnaast kan er eventueel gebruik worden gemaakt van de de-minimisverordening, of kan er een DAEB worden vastgesteld.

AGVV

De AGVV kent een specifiek deel wat is gewijd aan opleidingssteun. Decentrale overheden mogen onder bepaalde voorwaarden staatssteun verlenen aan ondernemingen ter bevordering van opleiding. Dergelijke steun kan onder de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (art. 31) vallen en hoeft dan niet bij de Europese Commissie te worden aangemeld. Decentrale overheden dienen deze steun enkel aan de Europese Commissie kennis te geven.

Bepalingen artikel 31 AGVV

Art. 31 lid 2 AGVV bepaalt dat enkel steun kan worden toegekend ten behoeve van opleidingen die niet gebonden zijn aan nationale opleidingsnormen.

Art. 31 lid 3 AGVV stelt dat de volgende kosten gesteund kunnen worden:

  • De personeelskosten van de opleiders, reis- en verblijfkosten voor opleiders en cursisten;
  • Materialen benodigd voor de opleiding, de adviseringskosten voor het opleidingsproject;
  • De begeleidings- en adviseringskosten van het project;
  • De personeelskosten van degenen die de opleiding volgen en de algemene indirecte kosten.

De AGVV biedt ook nog de mogelijkheid om de steunintensiteit te vergroten in bepaalde situaties. Hierover is meer te vinden onderaan deze pagina. Ook zijn hier voorbeelden van kennisgevingen te vinden die gebruik maken van artikel 31 AGVV.

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG


X