Zoeken
Staatssteun
Subonderwerpen

Landbouw

Wanneer decentrale overheden agrariërs steunen, krijgen zij te maken met staatssteunregels voor de landbouwsector. Deze staatssteunregels zijn strenger dan voor andere sectoren, dit komt door de sterke mate van regulering en subsidiëring in de landbouwsector.

Wanneer rekening houden met staatssteunregels?

Decentrale overheden moeten onder andere rekening houden met de staatssteunregels bij:

  • steun voor investeringen in landbouwbedrijven voor plattelandsontwikkeling (POP3);
  • het leveren van groenblauwe diensten;
  • milieudoeleinden;
  • bedrijfsverplaatsing;
  • instandhouding van historische gebouwen of landschappen.

Staatssteunregels voor de landbouw

Staatssteun aan agrariërs kan, op grond van de onderstaande instrumenten, in overeenstemming met de Europese staatssteunregels worden verleend:

Overige steunkaders

Steun voor activiteiten die geen invloed hebben op de primaire landbouw, kan ook staatssteunproof worden gemaakt op basis van andere steunkaders. Bijvoorbeeld:

Meer informatie over de verschillende vrijstellingen vindt u onder wet- en regelgeving.

MKB Landbouw Vrijstellingsverordening

De MKB Landbouw Vrijstellingsverordening (LVV) is voor decentrale overheden één van de meest praktische manieren om landbouwsteun staatssteunproof te maken. De LVV stelt veel verschillende steuncategorieën vrij van aanmeldingsplicht. Decentrale overheden kunnen met een kennisgeving over de maatregelen volstaan. Let wel, in tegenstelling tot bij de AGVV mag de steun pas worden verleend nadat de kennisgevingsprocedure is afgerond.

De-minimisvrijstelling Landbouw

Aan primaire producenten van landbouwproducten kan de-minimissteun verleend worden onder de de-minimisvrijstelling Landbouw. Een decentrale overheid mag maximaal € 15.000,- steun verlenen per onderneming over een periode van drie belastingjaren.

Wanneer de steunmaatregel niet ten goede komt aan primaire landbouwactiviteiten, kan ook gebruik worden gemaakt van de reguliere de-minimisverordening.

Richtsnoeren Landbouwsteun

Steun die niet onder de MKB Landbouwvrijstellingsverordening past, is mogelijk wel verenigbaar op grond van de richtsnoeren landbouw. Deze zijn van toepassing op steunmaatregelen voor activiteiten op het gebied van de productie, verwerking en afzet van landbouwproducten. De richtsnoeren bevatten meer steuncategorieën dan de LVV en de nadruk ligt meer op milieu- en klimaatmaatregelen. Bovendien zijn in veel gevallen de steunintensiteiten hoger. Steunmaatregelen op basis van de richtsnoeren Landbouw moeten formeel bij de Commissie worden aangemeld.

Meer informatie over de richtsnoeren landbouw en een uitleg van de voorwaarden vindt u hier.

Groenblauwe diensten en staatssteun

Om steun aan agrariërs staatssteunproof te maken, kunnen decentrale overheden ook gebruikmaken van de Catalogus Groenblauwe diensten (CGB). Groenblauwe diensten zijn activiteiten op het gebied van natuur- en milieubeheer door particuliere grondeigenaren en grondgebruikers. De CGB bevat een overzicht van diensten die door decentrale overheden mogen worden vergoed, waarbij steun niet aangemeld hoeft te worden bij de Commissie.

POP3

Via het Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014 – 2020 (POP3) kunnen activiteiten op het gebied van plattelandsontwikkeling gesubsidieerd worden. Het opstellen van een POP is een voorwaarde om subsidie uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) te kunnen verstrekken. Financiële middelen die door middel van het POP als subsidie worden verstrekt, zijn afkomstig vanuit het ELFPO en van nationale overheden (bestaande uit nationale cofinanciering naast de ELFPO middelen en voor het POP beschikbaar gestelde aanvullende nationale financiering).

POP3 en primaire landbouw

Subsidies voor primaire landbouw is onder POP3 vrijgesteld van de staatssteunregels. Voor steun aan niet-primaire landbouwondernemingen zijn de staatssteunregels wel van toepassing. Op dit moment wordt gewerkt aan het staatssteunproof maken van het concept-POP3 dat ter goedkeuring bij de Commissie is ingediend.


Beleid Landbouw

Landbouw beleid

De doelstellingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) zijn vastgesteld in art. 33 van het VWEU. De landbouwsector heeft specifieke kenmerken en een historische plaats in het Europees beleid. Daarom gelden er specifieke staatssteunregels voor de landbouwsector.

Plattelandontwikkelingsbeleid

In de Verordening plattelandsontwikkeling is het plattelandsontwikkelingsbeleid van 2007 tot 2013 vastgesteld en is de rol van plattelandsontwikkeling als tweede pijler van het GLB bevestigd.

Landbouw en staatssteun

In art. 88 en 89 van de Verordening staat specifieke staatssteunbepalingen. Steun voor plattelandsontwikkeling moet in overeenstemming zijn met het Verdrag (art. 5).

Nieuws Landbouw

Europees landbouwbeleid op de schop

De Europese Commissie presenteerde op 29 november de mededeling ‘De toekomst van landbouw en voeding’. Hierin worden de intenties van de Commissie voor het Europees landbouwbeleid na 2020 geschetst. De belangrijkste veranderingen zijn dat met deze plannen de regie grotendeels terugkeert naar de EU-lidstaten en de vergroeningsmaatregelen worden afgeschaft.

Lees het volledige bericht

Publieke consultatie over toekomst GLB begin 2017

Naar verwachting lanceert de Europese Commissie in januari 2017 een publieke consultatie over het hervormen van het Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) na 2020. De timing van deze consultatie maakt mogelijk de weg vrij voor eerste wetgevingsvoorstellen voor een nieuw GLB na 2020 van de Europese Commissie aan het einde van 2017.

Lees het volledige bericht

Onderzoek naar de effecten van handelsovereenkomsten op de landbouwsector

De Europese Commissie heeft onderzoek gedaan naar de mogelijke effecten van toekomstige handelsovereenkomsten op de landbouwsector in de Europese Unie. Uit het onderzoek blijkt dat er veel kansen liggen voor Europese landbouwproducten op de wereldmarkt, maar er worden ook de mogelijke nadelen van de handelsovereenkomsten gevonden. De Commissie vindt het belangrijk om de gevolgen van handelsovereenkomsten te analyseren, omdat bijna 30% van de uitvoer van de EU afhankelijk is van de landbouwsector.

Lees het volledige bericht

Nieuwe Cork-verklaring vormt basis voor discussies over toekomst GLB

Op 6 september jl. presenteerde een groot aantal Europese stakeholders de Cork 2.0 verklaring. Door deze verklaring wordt de regie teruggegeven aan projecten en initiatieven op lokaal en regionaal niveau. Er moet meer erkenning komen voor het potentieel van plattelandsgebieden om innovatieve en duurzame oplossingen aan te dragen voor maatschappelijk uitdagingen. Plattelandsgemeenschappen moeten daarnaast een actieve rol spelen in de kenniseconomie, o.a. door onderzoek en ontwikkeling.

Lees het volledige bericht

GLB na 2020; gelijk speelveld belangrijker dan EU subsidies

Het is goed om de discussies over de toekomst van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) vroegtijdig te beginnen, zo stelt Europarlementariër Jan Huitema. “De discussies in het Europees Parlement zouden hier meer over moeten gaan, maar door allerlei crises blijkt dat helaas onmogelijk.” Huitema was op 21 juni jl. tijdens het HNP seminar over de toekomst van het GLB mede gastheer en moderator.
Lees het volledige bericht

Eerste aanpassing POP3 bekendgemaakt

De Europese Commissie heeft op 6 januari 2016 ingestemd met de eerste aanpassing van het derde Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 (POP3). In de eerste aanpassing komt onder meer een grote wijziging op het gebied van agrarisch natuurbeheer, meer EU-middelen voor water en aanvullende ondersteuning voor een aantal knelsectoren. De Nederlandse provincies zijn verantwoordelijk voor het verstrekken van POP3-subsidies.
Lees het volledige bericht

Nieuwe staatssteunregels landbouw verruimen decentrale mogelijkheden

Per 1 juli hebben decentrale overheden verruimde mogelijkheden om steun te verlenen aan landbouw, bosbouw en plattelandsontwikkeling. Dit komt door de nieuwe Landbouw Groepsvrijstellingsverordening en nieuwe richtsnoeren voor steun aan landbouw, bosbouw en plattelandsontwikkeling die afgelopen week in werking traden. De nieuwe regelgeving sluit aan bij het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en het nieuwe Europese beleid voor plattelandsontwikkeling.
Lees het volledige bericht

Nieuwe consultatie herziening staatssteunregels landbouw

Decentrale overheden kunnen tot 24 maart reageren op twee nieuwe openbare raadplegingen in het kader van de herziening van de staatssteunregels. De Europese Commissie heeft daarvoor een oproep geplaatst. Het gaat om de herziening van de MKB landbouwvrijstellingsverordening (ABER) en de richtsnoeren voor staatssteun binnen het landbouwbeleid.

Lees het volledige bericht

Praktijk Landbouw

Landbouw praktijk

Bedrijfsbeëindiging grondgebonden agrarische gebieden

Steunmaatregel SA 31586. De provincie Groningen had op basis van titel 4:2 Awb, de provinciale kaderverordening subsidies en de provinciale beleidsregel bedrijfsbeëindiging grondgebonden agrarische gebieden een subsidie verleend voor het beëindiging van de bedrijfsactiviteiten van tuinbouwers.

Steun aan een bepaalde sector in een bepaalde regio is altijd selectief en een subsidie levert een niet-marktconform voordeel op. Er is daarom sprake van staatssteun. De Commissie keurt echter de steun goed om de volgende redenen:

– De steun draagt bij aan een milieudoelstelling. Het voornaamste doel van de subsidie voor bedrijfsbeëindiging is natuurontwikkeling in het kader van de EHS en biodiversiteit;
– De grond mag niet meer voor landbouwdoeleinde worden gebruikt en krijgt een milieubestemming. Het einde van het landbouwgebruik heeft geen negatieve gevolgen voor het milieu;
– De productielocatie is de afgelopen vijf jaar in bedrijf geweest;
– De onderneming verkeert niet in moeilijkheden;
– De steunmaatregel is voor alle marktdeelnemers in de sector toegankelijk zijn;
– De gronden zijn getaxeerd. Er is niet meer dan 20 % van de waarde van de betrokken grond gesubsidieerd.

Subsidieverordening inrichting landelijk gebied

Een voorbeeld van kennisgeving onder de MKB-Vrijstelling, is de subsidieverordening inrichting landelijk gebied van de provincie Utrecht.

De provincie heeft een subsidieregeling voor o.a. opleidingssteun, kennisdeling, technische ondersteuning en het organiseren van bijeenkomsten voor fruittelers ingericht, op basis van art. 15 MKB-Vrijstelling. Het doel van de subsidieregeling is het mogelijk maken van een duurzame bestrijdingsmethode voor fruitteeltondernemingen tegen fruitmot.

Subsidieregeling investeringen in duurzame stallen

De subsidieregeling van het ministerie van EL&I (toen LNV) is succesvol onder de landbouwrichtsnoeren geschaard. De regeling is van toepassing op de extra kosten die primaire landbouwbedrijven maken voor investeringen in dierenwelzijn, milieu en de gezondheid van dieren. Deze extra kosten maken de bouw, inrichting of verbetering van duurzame dierenstallen mogelijk.

Volgens de Europese Commissie draagt de subsidieregeling bij aan doelstellingen op het gebied van kwaliteitsverbetering en duurzaamheid. De steunmaatregel draagt ook bij aan de oplossing van problemen op het gebied van duurzaamheid in de Nederlandse veehouderijsector. Het effect van de subsidieregeling werd aan het Europese plattelandsontwikkelingsprogramma gekoppeld.

Boerderijeducatie (Taskforce Multifunctionele Landbouw)

Decentrale overheden kunnen tot € 200.000,= steun aan boerderijeducatie verlenen, dit hoeft niet gemeld te worden bij de Commissie. Boerderijeducatie wordt niet gezien als onderdeel van het productieproces van landbouwproducten, daardoor kan het profiteren van een hoger steunplafond onder de reguliere De-minimisvrijstelling.

Taskforce Multifunctionele Landbouw heeft hier onderzoek naar laten doen. Aanleiding voor het onderzoek was een amendement van Provinciale Staten uit 2008, waarbij geld was uitgetrokken voor boerderijeducatie aan basisscholen. Onderzocht is hoe decentrale overheden boerderijeducatie kunnen financieren zonder staatssteunregels te overtreden. De resultaten zijn verwerkt in de Handreiking boerderijeducatie uit publieke middelen.

Volgens de handreiking groeit het besef dat het leerzaam is kinderen te leren waar voedsel vandaan komt, wat een verantwoordelijke omgang met dieren is en hoe voedselproductie zich verhoudt tot de natuurlijke omgeving waarin die plaatsvindt. Scholen hebben hier vaak geen budget voor, terwijl er decentrale overheden zijn die dit willen financieren.

Bij deze financiering moet rekening gehouden worden met Europese regelgeving over staatssteun en aanbesteding. Voor overheidsbetalingen aan agrariërs gelden strikte eisen. Betalingen voor boerderijeducatie vallen niet onder staatssteun en kunnen daarom vallen onder de De-minimisvrijstelling. Er mag dus maximaal € 200.000,= steun per drie belastingjaren per onderneming worden verleend.

Beschikking Boeren voor Natuur

In juli 2006 heeft de Commissie staatssteun goedgekeurd aan het project ‘Boeren voor Natuur’. Op twee plaatsen in Nederland gaan boerenbedrijven landbouw en natuur- en landschapsmaatregelen combineren. Het project wordt financieel gesteund door het Rijk, de provincies Overijssel en Zuid-Holland, de gemeenten Delft, Hof van Twente en Pijnacker-Nootdorp, het stadsgewest Haaglanden, het Hoogheemraadschap van Delfland en het waterschap Regge en Dinkel.

Het project wijkt sterk af van de gangbare agrarische bedrijfsvoering, omdat de boeren milieuvriendelijker en duurzamer manier van werken. De bedrijfsvoering is gesloten, op het bedrijf worden geen (kracht)voer en meststoffen van buiten het bedrijf aangevoerd en er worden geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. De bedrijven maken op hun grond landschapselementen, zoals hagen en houtwallen. Dit is een nieuwe vorm van bedrijfsvoering: landschap, natuur en agrarische productie worden in verband met elkaar ontwikkeld voor het hele bedrijf.

De steunmaatregel betreft twee submaatregelen:

1. Extensief en milieuvriendelijk boeren
Volgens de Commissie is er sprake van staatssteun die verenigbaar verklaard kan worden met het EG-Verdrag. De Commissie heeft deze maatregel beoordeeld in het ligt van de (oude) Communautaire richtsnoeren voor staatssteun aan de landbouwsector (punt 5.3.1.) en principes van hoofdstuk VI Verordening 1257/1999.

2. Verandering van landbouwgrond in natuurterrein
De Commissie concludeert dat er geen sprake is van staatssteun in de zin van het Verdrag betreffende de werking van de EU, onder meer omdat de betrokken landbouwer elke mogelijkheid verliest om een economische activiteit op een deel van zijn land uit te oefenen.

Praktijkvragen Landbouw

Is de verplaatsing van een landbouwbedrijf voor de ontwikkeling van natuur in het algemeen belang?

Onze provincie wil bijdragen aan de ontwikkeling van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Hiertoe wil de provincie een landbouwbedrijf steun verlenen om naar een nieuwe locatie te verhuizen zodat de huidige locatie in de EHS kan worden opgenomen. Onze vraag is of de versterking van de EHS een algemeen belang oplevert in de zin van artikel 16 van de Landbouw Groepsvrijstellingsverordening (LGVV)?

Bekijk het antwoord

Is provinciale steun aan agrariërs na rupsenplaag mogelijk?

Bij ons in de provincie heeft een groot aantal agrariërs als gevolg van een rupsenplaag schade aan hun gewassen geleden. De provincie wil de getroffen agrariërs helpen door financiering te verschaffen voor de bestrijding van de plaag en voor het herstel van geleden schade. Past dergelijke financiële steun binnen de Europese staatssteunregels?

Bekijk het antwoord

Waar ligt de grens tussen landbouw- en milieusteun?

Een veehouderij heeft een subsidie aangevraagd onder een provinciale stimuleringsregeling duurzame energie. De boer wil een nieuw te bouwen stal te voorzien van een warmteopslag in de bodem en om de mest op een bepaalde manier te bewerken.

Bekijk het antwoord

Publicaties Landbouw

Landbouw publicaties

Boek Pluk de vruchten van de interne markt, Europa decentraal en Universiteit Utrecht
Boek 1001 vragen over staatssteun, Europa decentraal

Artikelen Europa decentraal uit de reeks In 10 stappen op de hoogte:

Andere publicaties

Regiebureau POP over het nieuwe GLB
Programmadocument POP2, met in tabel 9 de specificaties van de staatssteunkaders waarbinnen POP2 viel
Handreiking Boerderijeducatie uit publieke middelen, mogelijkheden voor decentrale overheden

 

Wet- en regelgeving Landbouw

Landbouw wet- en regelgeving

De voorwaarden voor landbouwsteun zijn opgenomen in de volgende vrijstellingen en richtsnoeren:

Staatssteunregels voor de landbouwsector zijn van toepassing op:

  • ondernemingen die actief zijn in de primaire productie van landbouwproducten;
  • ondernemingen die landbouwproducten verwerken en afzetten;
  • ondernemingen die actief zijn in de landbouwsector en die steun voor plattelandsontwikkeling (POP3) krijgen.

Steun voor activiteiten die geen invloed heeft op de primaire landbouw mag ook staatssteunproof worden gemaakt op basis van andere steunkaders, zoals de Algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV), de reguliere de-minimisvrijstelling en het Milieusteunkader (MESK).

Definities productie, verwerking en afzet van landbouwproducten

De definities vindt u in paragraaf 2.4 van de Richtsnoeren. De producten die als landbouwproduct worden gedefinieerd, staan opgesomd in Bijlage I van het VWEU.

1. Vrijstellingsverordening MKB Landbouw

Met de MKB Landbouwvrijstelling (ABER, Nr. 702/2014) kan steun aan agrariërs staatssteunproof worden gemaakt. De oude ABER (Nr. 1857/2006) gold tot eind 2013. Daarna is deze met een half jaar verlengd. Per 1 juli 2014 is de herziene verordening in werking getreden. Onder de ABER gelden overgangsbepalingen, dezelfde als onder de nieuwe AGVV.

Verbreding reikwijdte, maar meer controle

Veel bestaande categorieën hebben nu hogere maxima en soepelere voorwaarden. De ABER is uitgebreid met nieuwe categorieën, zoals energie- en agromilieumaatregelen, cultuur, natuurlijk erfgoed en plattelandsontwikkeling. De Commissie legt wel meer nadruk op verslaglegging en monitoring.

Reikwijdte

De ABER is van toepassing op MKB bedrijven die actief zijn in de landbouwsector, met name de primaire landbouwproductie. De nieuwe ABER is nu ook grotendeels van toepassing op de verwerking en de afzet van landbouwproducten.

De ABER bevat een apart gedeelte voor steunmaatregelen, die niet van invloed zijn op de primaire productie van landbouwproducten, en die worden verstrekt op basis van het POP3 programma. Het gaat zowel om subsidies die worden gefinancierd mét een bijdrage uit het Europees Landbouwfonds (ELFPO) als om subsidies gefinancierd vanuit aanvullende nationale financiering (top-ups) bij het POP3-programma.

Normaalgesproken mag geen steun worden verleend aan ondernemingen in financiële moeilijkheden. De ABER bevat een uitzondering op deze regel als het gaat om steun voor schade veroorzaakt door natuurrampen.

Categorieën

De verordening stelt de volgende categorieën vrij van melding:

  • steun ten behoeve van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen;
  • steun voor investeringen voor de instandhouding van cultureel en natuurlijk erfgoed op landbouwbedrijven;
  • steun voor het herstel van de schade als gevolg van natuurrampen in de landbouwsector;
  • steun voor onderzoek en ontwikkeling in de landbouw- en de bosbouwsector;
  • steun voor de bosbouw.

Kennisgeving

Steunmaatregelen die onder de verordening vallen, hoeven niet gemeld te worden bij de Commissie. Kennisgeving en rapportage zijn wel verplicht.

2. Algemene groepsvrijstellingsverordening

Decentrale overheden kunnen ook op basis van de AGVV steun aan ondernemingen in de landbouwsector staatssteunproof maken. De AGVV bevat meer categorieën dan de ABER en kan een nuttig instrument zijn als de steun niet onder de ABER past.

Reikwijdte

De AGVV is helemaal van toepassing op de verwerking en afzet van landbouwproducten, mits de steun niet direct is gerelateerd aan de primaire productie.

Primaire landbouwbedrijven zijn in principe van de AGVV uitgesloten. Steun daarvoor valt alleen onder de AGVV voor categorieën die niet direct zijn gerelateerd aan activiteiten in de primaire landbouw.

De AGVV mag worden toegepast voor steun aan de primaire landbouwproductie voor:

  • consultancysteun voor het MKB
  • risicofinancieringssteun
  • onderzoek en ontwikkeling, en innovatiesteun voor het MKB
  • milieusteun
  • opleidingssteun
  • steun voor kwetsbare werknemers en werknemers met een handicap.

Kennisgeving

Steunmaatregelen die onder de AGVV vallen, hoeven niet gemeld te worden bij de Commissie. Kennisgeving en rapportage zijn wel verplicht.

3. De-minimisvrijstelling Landbouwsector

Steun die onder de de-minimisdrempel blijft, heeft zo’n beperkt effect op het handelsverkeer tussen de lidstaten, dat de Europese Commissie het niet als staatssteun beschouwd. Dit is een optie om steun staatssteunproof te maken, als het om een laag bedrag gaat en steun niet onder een andere vrijstelling past.

Aan primaire producenten van landbouwproducten kan ook de-minimissteun verleend worden. Vanaf 1 januari 2014 geldt de herziene de-minimisverordening voor de primaire landbouw (Nr. 1408/2013).

NB: Let u wel op alle voorwaarden.

De-minimis primaire productie

Decentrale overheden kunnen op basis van de maximaal 15.000 euro aan steun binnen een periode van drie belastingjaren per zelfstandige onderneming in de primaire productie verlenen. Voorheen was deze drempel 7500 euro.

Het totaalbedrag van de-minimissteun in Nederland over drie belastingjaren aan de landbouwproductiesector, mag niet hoger zijn dan 165.322.500 euro.

De-minimis voor verwerking en afzet

De verwerking en afzet van landbouwproducten valt (onder voorwaarden) onder de reguliere de-minimisvrijstelling. Deze drempel bedraagt 200.000 euro. Kruissubsidiëring met primaire landbouwactiviteiten moet worden voorkomen. Dat kan middels een gescheiden boekhouding.

Geen melding/kennisgeving

Decentrale overheden hoeven de-minimissteun niet te melden of ter kennis geven bij de Commissie. Ondernemingen moeten wel een verklaring tekenen.

4. Richtsnoeren landbouw

Steun aan agrariërs die niet onder een vrijstellingsverordening past, moet worden aangemeld op basis van de Richtsnoeren Landbouw. Per 1 juli 2014 zijn de herziene Richtsnoeren van kracht. Deze leggen grotere nadruk op milieu- en klimaatmaatregelen. Ze bevatten meer steuncategorieën dan de ABER en de steunintensiteiten zijn vaak hoger. Maar een formele aanmeldingsprocedure is dus verplicht.

Reikwijdte

De richtsnoeren zijn van toepassing op steunmaatregelen voor activiteiten op het gebied van zowel de productie als de verwerking en afzet van de landbouwproducten. De Richtsnoeren bevatten een nieuw deel voor steun voor plattelandsontwikkeling (POP3).

De Richtsnoeren zijn niet van toepassing op de visserij- en aquacultuursector. Voor steun voor onderzoek en ontwikkeling in de landbouwsector, die moet worden aangemeld, kunnen decentrale overheden ook gebruikmaken van de Kaderregeling OO&I. Dat geldt ook voor milieusteun.

Algemene voorwaarden

De Commissie zal een steunmaatregel alleen als verenigbaar beschouwen en goedkeuren indien deze aan elk van de volgende criteria voldoet (zie Hoofdstuk 3 van de Richtsnoeren):

  • de maatregel moet gericht zijn op een doelstelling van gemeenschappelijk belang in overeenstemming met artikel 107, lid 3, VWEU;
  • de maatregel moet noodzakelijk zijn en zijn gericht op situaties waar steun kan zorgen voor een wezenlijke verbetering die de markt zelf niet tot stand kan brengen;
  • de maatregel moet een geschikt beleidsinstrument zijn om de doelstelling van gemeenschappelijk belang te helpen bereiken;
  • de steun moet stimulerend effect hebben en het gedrag van de betrokken onderneming of ondernemingen zodanig veranderen dat deze bijkomende activiteiten onderneemt of ondernemen die deze zonder de steun niet zou of zouden uitvoeren, dan wel in beperktere mate of op een andere wijze of locatie zou of zouden uitvoeren;
  • het steunbedrag moet beperkt blijven tot het minimum dat nodig is om aan te zetten tot de bijkomende investering of activiteit in het betrokken gebied;
  • de negatieve effecten van de steun op de concurrentie moeten voldoende beperkt zijn, zodat de maatregel per saldo positief is;
  • maatregelen moeten transparant zijn; de lidstaten, de Commissie, marktdeelnemers en het publiek moeten gemakkelijk toegang kunnen krijgen tot alle desbetreffende besluiten en relevante informatie over de op grond van die besluiten toegekende steun.

Categorieën

De richtsnoeren bevatten gedetailleerde regels voor steunmaatregelen voor:

  • Plattelandsontwikkeling (POP3)
  • Investeringssteun in landbouwbedrijven
  • Aanloopsteun voor jonge landbouwers en voor de ontwikkeling van kleine landbouwbedrijven
  • Overdracht van landbouwbedrijven
  • Aanloopsteun voor producentengroeperingen en ‐organisaties
  • Agromilieuklimaatverbintenissen en dierenwelzijnsverbintenissen
  • Opvangen van nadelen in verband met Natura 2000-gebieden en met de kaderrichtlijn water (KRW)
  • Gebieden met natuurlijke of andere specifieke beperkingen
  • Biologische landbouw
  • Deelname aan een kwaliteitsregeling
  • Technische bijstand (kennisoverdracht en voorlichting, adviesdiensten, bedrijfsvervangingsdiensten)
  • Samenwerking
  • Risico- en crisisbeheer, waaronder schade veroorzaakt door natuurrampen
  • Steun voor sluiting van productiecapaciteit
  • Overige categorieën, waaronder ruilverkaveling, dierlijke productie, reddings- en herstructureringssteun en OO&I

Melding

Steunmaatregelen die onder de Richtsnoeren vallen, moeten worden gemeld bij de Commissie. De Europese Commissie past de Richtsnoeren toe bij haar afweging om een voorgenomen steunmaatregel al dan niet goed te keuren.

X