Gunningscriteria

Decentrale overheden moeten bij aanbestedingen gunningscriteria opstellen. Op duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze moeten inhoudelijke criteria voor de keuze van de beste aanbieding worden opgesteld.

Wijziging aanbestedingsrichtlijn 2014/24

Voor de keuze van gunningscriteria is in de aanbestedingsrichtlijn 2014/24 het een en ander terminologisch gewijzigd ten opzichte van voormalige richtlijn 2004/18. De gunning van overheidsopdrachten moet op de economisch meest voordelige inschrijving gebaseerd worden (art. 67 richtlijn 2014/24). Als winnende inschrijving moet namelijk uiteindelijk altijd de volgens de afzonderlijke aanbestedende dienst economisch beste oplossing worden gekozen. Om verwarring te voorkomen met het voorheen gebruikte gunningscriterium ‘emvi’, wordt dit criterium onder richtlijn 2014/24 ‘beste prijs-kwaliteitsverhouding’ genoemd.

Drie gunningscriteria

De aanbestedende dienst kan kiezen tussen drie gunningscriteria:

  • beste prijs-kwaliteitsverhouding;
  • laagste kosten op basis van kosteneffectiviteit;
  • laagste prijs.

De aanbestedende dienst die de economisch meest voordelige inschrijving vaststelt op basis van de laagste prijs, moet dit motiveren (art. 2.114 Aanbestedingswet 2012). Verschillende criteria kunnen gehanteerd worden: kwaliteit, technische waarde, functionele of esthetische kenmerken, datum van levering, etc. Deze criteria moeten verband houden met het voorwerp van de opdracht.

Onder richtlijn 2014/24 kan ook de kwaliteit van het personeel als criterium worden gehanteerd (ar. 67 lid 2b en art. 2.115 lid 2 Aanbestedingswet 2012). Dit kan namelijk ook van invloed zijn op de kwaliteit van de uitvoering van de opdracht en daarmee ook op de economische waarde van de inschrijving.

Gunningscriteria vooraf bekendmaken

Decentrale overheden moeten in de aankondiging van de opdracht de gunningscriteria en het relatieve gewicht ervan bekendmaken (art. 67 richtlijn 2014/24). Daarnaast moeten de criteria objectief zijn. Kort gezegd moeten decentrale overheden ervoor zorgen dat gunningscriteria duidelijk, precies en ondubbelzinnig zijn.

Verschil gunningscriteria met selectiecriteria en geschiktheidseisen

Selectiecriteria en geschiktheidseisen worden in principe niet als gunningscriteria gebruikt. Ze hebben betrekking op de aanbieder, terwijl gunningscriteria betrekking hebben op het voorwerp van de opdracht en dus op de aanbieding. In sommige gevallen kunnen geschiktheidseisen wel als gunningscriteria toegelaten worden. Bijvoorbeeld bij een chauffeur die gehandicapte kinderen moet gaan vervoeren. In dit geval mag wel rekening gehouden worden met de ervaring van de chauffeur.

Beoordeling in twee fasen

De keuze voor de winnende inschrijver vindt plaats in twee fasen:

  1. Selectiefase: in deze fase beoordeelt de aanbestedende dienst de bekwaamheid en geschiktheid van de ondernemingen. Dit gebeurt aan de hand van uitsluitingscriteria en criteria van economische en financiële draagkracht, beroeps- en technische kennis en bekwaamheid.
  2. Gunningsfase: in deze fase onderzoekt de aanbestedende dienst de inschrijvingen en kiest daaruit de beste. Dit gebeurt aan de hand van objectieve criteria die verband houden met de kwaliteit van de aangeboden producten en diensten. Volgens de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie moeten de aanbestedende diensten een strikt onderscheid maken tussen selectie- en gunningscriteria.

Meer informatie over de nieuwe aanbestedingsrichtlijn en selectie en gunning vindt u onder wet- en regelgeving.

Bekendmaking gunning

In de kennisgeving van de gunningsbeslissing moeten decentrale overheden een motivatie opnemen. Zo worden afgewezen inschrijvers in staat gesteld om te bepalen of het zinvol is om beroep in te stellen. Ook moeten er minimaal twintig dagen zitten tussen de gunningsbeslissing en het sluiten van de overeenkomst. Op de pagina rechtsbescherming leest u hier meer over.

Abnormaal lage inschrijving

Aanbestedende diensten kunnen bij de (prijs)controle van de inschrijvingen op een aanbesteding geconfronteerd worden met zogenaamd ‘abnormaal lage inschrijvingen’. Dergelijke inschrijvingen kunnen worden afgewezen (art. 69 richtlijn 2014/24). Van een abnormale inschrijving is bijvoorbeeld sprake als een aanbestedende dienst een zodanig lage inschrijfsom tegenkomt, dat gevreesd kan worden dat de inschrijver een fout heeft gemaakt of een irreële prijs heeft geboden om zo de opdracht te verkrijgen.

Het is niet precies aan te geven wanneer een inschrijving abnormaal laag is, maar uit jurisprudentie blijkt dat het gaat om inschrijvingen die ‘lager zijn dan gewoon laag’. Een inschrijving onder de kostprijs hoeft dus niet automatisch als abnormaal laag te worden aangemerkt. De aanbestedende dienst mag een inschrijving die abnormaal laag is onder bepaalde voorwaarden afwijzen (art. 69 richtlijn 2004/18 en art. 2.116 Aanbestedingswet 2012). Een abnormaal lage inschrijving mag pas worden afgewezen nadat de aanbestedende dienst de inschrijver schriftelijk heeft verzocht om zijn inschrijving te verduidelijken.

Abnormaal lage inschrijving en overlap met andere regels

Bij het vraagstuk van de abnormaal lage inschrijvingen kunnen ook andere interne markt vraagstukken spelen. Bijvoorbeeld of de aanbestedende dienst zelf wel een reële waarderaming van de opdracht heeft gemaakt, of de mededingingsregels worden overtreden door irreële prijsopgaven of eventuele aanwezigheid van staatssteun.

Een inschrijving kan abnormaal laag zijn doordat de inschrijver overheidssteun ontvangen heeft (art. 69 lid 2f richtlijn 2014/24). Wanneer er sprake is van onrechtmatige steun, kan de inschrijving op deze grond worden afgewezen. Een inschrijving mag echter pas worden afgewezen wanneer de inschrijver desgevraagd niet binnen de door de aanbestedende dienst bepaalde (voldoende lange) termijn kan aantonen dat de betrokken steun rechtmatig (en dus niet in strijd met art. 107/108 VWEU) is toegekend. Wanneer de aanbestedende dienst een inschrijving afwijst op vermoeden van staatssteun, stelt hij de Europese Commissie daarvan in kennis.

Meer informatie over de nieuwe aanbestedingsrichtlijn en abnormaal lage inschrijvingen vindt u onder wet- en regelgeving.

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG


Jurisprudentie Gunningscriteria

Ambisig tegen Nersant (POR)

HvJ-EU, 25 maart 2015. Zaak C-601/13. In deze zaak gaat het Hof in op de vraag of de kwaliteit van het team als gunningscriterium gehanteerd mag worden. Bij dit criterium wordt rekening gehouden met de samenstelling, de ervaring en de curricula van (de leden van) het team. Het Hof maakt duidelijk dat de kwaliteit van het team als gunningscriterium mag worden opgenomen in de aankondiging van de opdracht.

Lees meer

Centrum Doornakkers Eindhoven

HvJ-EU, 11 juli 2013. Zaak C‑576/10. In deze uitspraak wordt bevestigd dat Nederland en de gemeente Eindhoven voor de gunning van de opdracht geen oproep tot mededinging hoefden te doen. De adviesnota waar de opdracht op is gebaseerd is al in 2002 goedgekeurd. Op dat moment was richtlijn 2004/18 nog niet vastgesteld en de richtlijn is dus niet van toepassing.

Lees meer

Commissie tegen Ierland

HvJ-EU, 18 november 2010. Zaak C-226/09. Bij een overheidsopdracht voor tolk- en vertaaldiensten (IIB-diensten) heeft Ierland van te voren gunningscriteria gespecificeerd, en pas na indiening van de offertes daaraan een wegingsfactoren toegekend. Het Hof komt tot de conclusie dat Ierland door de weging van de gunningscriteria te wijzigingen na een eerste onderzoek van de ingediende offertes, in strijd handelt met het beginsel van gelijke behandeling en de daaruit voortvloeiende transparantieverplichting.

Lees meer

Computer Resources International (Luxembourg) SA v. Europese Commissie

HvJ-EU, 5 november 2014. Zaak T-422/11. In het arrest Computer Resources International heeft het Gerecht van Eerste Aanleg uitleg gegeven over de te volgen procedure voor aanbestedende diensten bij abnormaal lage inschrijvingen. De Commissie heeft een ondernemer van een aanbesteding uitgesloten, waarnaar de ondernemer beroep aantekent. Vervolgens heeft het Gerecht uitleg gegeven over de motiveringsplicht van de aanbestedende dienst, de procedurele voorschriften en het begrip misbruik van bevoegdheid.

Lees meer

eVigilo Ltd tegen Priešgaisrinės apsaugos ir gelbėjimo departamentas prie Vidaus reikalų ministerijos

HvJ-EU, 12 maart 2015. Zaak C-538/13. Aanbestedende diensten zijn verplicht opdrachten te gunnen op basis van objectieve criteria waarbij het discriminatieverbod en de beginselen van transparantie en gelijke behandeling in acht moeten worden genomen. Het Hof van Justitie EU heeft zich in deze zaak over onder andere de naleving van deze beginselen gebogen. De vraag die centraal stond was of een inschrijving onwettig kan worden verklaard, omdat de gekozen inschrijver nauwe banden heeft met door de aanbestedende dienst aangewezen deskundigen die de inschrijving hebben beoordeeld.

Lees meer

Evropaïki Dynamiki tegen EIB

Het Gerecht, 20 september 2011. Zaak T-461/08. In deze zaak spreekt het Gerecht zich onder andere uit over de door de EIB gestelde gunningscriteria. EIB heeft in de gunningscriteria opgenomen dat het personeel uit eigen capaciteitsbron van de opdrachtgever moet komen. Het Gerecht overweegt dat dit criterium te vaag en niet precies is geformuleerd en daarom in strijd met de beginselen van proportionaliteit en gelijke behandeling.

Lees meer

Evropaïki Dynamiki tegen EMSA

HvJ-EU, 21 juli 2011. Zaak C-252/10. Het Hof komt in deze zaak tot de conclusie dat gunningscriteria en de wegingsfactor daarvan in de bieding opgenomen moeten worden en dat de gunningscriteria duidelijk verband moeten hebben met het voorwerp van de aanbesteding. Wel mogen er, na het verstrijken van de inschrijftermijn, wegingsfactoren voor subcriteria vastgesteld worden, die corresponderen met de essentie van de eerder bekend gemaakte criteria, indien voldaan wordt aan een aantal voorwaarden.

Lees meer

Lianakis AE e.a. tegen Dimos Alexandroupolis e.a.

HvJ-EG, 24 januari 2008. Zaak C-532/06. In deze zaak doet de vraag zich voor of een aanbestedende dienst in het kader van een aanbestedingsprocedure, achteraf wegingscoëfficiënten en subcriteria voor de in het bestek of in de aankondiging van de opdracht vermelde gunningscriteria mag vaststellen. Het Hof oordeelt dat de beginselen van gelijke behandeling en transparantie vereisen dat deze vooraf bekend moeten worden gemaakt.

Lees meer

SAG ELV Slovensko e.a. tegen NDS

HvJ-EU, 29 maart 2012. Zaak C-599/10. Het Hof oordeelt dat een aanbestedende dienst de gegadigden mag verzoeken om hun inschrijving nader toe te lichten. Hierdoor mag echter geen wijziging van de inschrijving tot stand komen. De aanbestedende dienst moet bij het verzoek om nadere toelichting de gegadigden gelijk en op loyale wijze te behandelen, zodat het verzoek niet overkomt als ten onrechte in het voordeel of nadeel van de gegadigde(n) tot wie het verzoek was gericht.

Lees meer

Nieuws Gunningscriteria

Decentrale overheden presteren goed als opdrachtgever

Decentrale overheden hebben een inhaalslag gemaakt ten aanzien van de uitvoering van het aanbesteden van bouw en infra opdrachten. Het gat tussen het rijk en decentrale overheden wordt daarom steeds kleiner. De invoering van de Aanbestedingswet is door decentrale overheden aangegrepen om hun aanbestedingspraktijk aan te passen en te verbeteren. Dit staat in de jaarlijkse aanbestedingsanalyse van de stichting Aanbestedingsinstituut Bouw & Infra.
Lees het volledige bericht

Praktijkvragen Gunningscriteria

Moeten de wegingsfactoren van de subgunningscriteria bij een aanbesteding altijd vooraf worden bekendgemaakt?

Het is voor onze gemeente onduidelijk wat er in de publicatie die voorafgaat aan een aanbesteding bekend moet worden gemaakt over de gunningscriteria. Wij hebben bij een aanbesteding de subgunningscriteria en de rangorde van die criteria wel bekendgemaakt, maar hebben daarbij het gewicht dat aan die criteria zal worden toegekend bij de beoordeling niet medegedeeld. Heeft onze gemeente hiermee in strijd met de aanbestedingsbeginselen gehandeld?

Bekijk het antwoord

Is loting een geschikt middel om te bepalen wie de opdracht krijgt wanneer er twee winnaars zijn?

Bij de beoordeling van een openbare Europese aanbesteding door onze provincie, zijn er van de inschrijvingen twee gegadigden ex aequo op de eerste plaats geëindigd. De aanbestedingsdocumenten zeggen niets over welke procedure er in dit geval in werking treedt. Hoe bepalen we nu welke partij gewonnen heeft, is loting hier een geschikt middel voor?

Bekijk het antwoord

Kunnen wij op grond van gewijzigde inzichten een Europese aanbesteding intrekken?

Een gemeente heeft voor groenonderhoud een meervoudig onderhandse aanbesteding uitgezet bij een vijftal bedrijven. In tweede instantie wil de gemeente het onderhoud liever inbesteden bij de sociale werkvoorziening. Kan de gemeente die meervoudig onderhandse aanbesteding op grond van gewijzigde inzichten alsnog intrekken en vervolgens tot inbesteding overgaan zonder dat dit in strijd komt met aanbestedingsrichtlijnen of leidt tot schadeclaims?

Bekijk het antwoord

Wanneer mag een abnormaal lage inschrijving worden afgewezen?

Onze gemeente heeft naar aanleiding van een aanbestedingsprocedure voor de inkoop van zorg in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) een inschrijving ontvangen met een tamelijk lage prijs. Onze gemeente vraagt zich daarom af wanneer zij een inschrijving mag afwijzen omdat de prijs zogenaamd ‘onaanvaardbaar laag’ is en volgens welke voorwaarden de gemeente de inschrijving mag afwijzen.

Bekijk het antwoord

Mogen wij vragen om een garantie van indienen van offertes?

In een niet openbare aanbesteding zijn, op basis van een preselectie-document, vijf leveranciers geselecteerd die het bestek ontvangen zodat ze een offerte kunnen indienen. Op het moment dat de offertes uiterlijk binnen moeten zijn, blijkt dat niet alle geselecteerde aanbieders een offerte ingediend hebben. Zij gaven aan geen interesse of capaciteit meer te hebben.

Bekijk het antwoord

Wet- en regelgeving Gunningscriteria

Gunningscriteria

Nieuwe aanbestedingsrichtlijn – selectie en gunning

Artikel 56 lid 2 van richtlijn 2014/24 geeft een implementatiekeuze aangaande de selectie en gunning waarbij lidstaten ten aanzien van openbare procedures kunnen besluiten:
In openbare procedures kunnen aanbestedende diensten besluiten tot onderzoek van de inschrijvingen over te gaan voorafgaand aan de controle op het ontbreken van gronden tot uitsluiting en het voldoen van de selectiecriteria overeenkomstig artikelen 57 t/m 64. Wanneer zij van deze mogelijkheid gebruikmaken, zien zij erop toe dat de verificatie van het ontbreken van redenen voor uitsluiting en het voldoen aan de selectiecriteria op onpartijdige en transparante wijze plaatsvindt zodat er geen opdracht wordt gegund aan een inschrijver die had moeten worden uitgesloten overeenkomstig artikel 57 of die niet voldoet aan de selectiecriteria van de aanbestedende dienst.

De lidstaten kunnen besluiten het gebruik van de in de eerste alinea bedoelde procedure uit te sluiten of te beperken tot bepaalde soorten aanbestedingen of bepaalde omstandigheden.

Nieuwe aanbestedingsrichtlijn – abnormaal lage inschrijving

In de nieuwe richtlijn 2014/24 is de regeling over abnormaal lage inschrijving opgenomen in artikel 69. De nieuwe aanbestedingsrichtlijn  moet voor 18 april 2016 via een aanpassing van de Aanbestedingswet in Nederland geïmplementeerd zijn.
Het nieuwe artikel 69 in richtlijn 2014/24 komt grotendeels overeen met het huidige artikel 55 van richtlijn 2004/18. Er is wel een bepaling toegevoegd in de nieuwe richtlijn. De aanbestedende dienst wijst volgens de nieuwe richtlijn de inschrijving af indien hij heeft vastgesteld dat de abnormaal lage prijzen of kosten het gevolg zijn van niet-nakoming van dwingende sociaal-, arbeids- of milieurechtelijke voorschriften van het Unierecht, van met het Unierecht verenigbare voorschriften van nationaal recht, of van internationale arbeidsrechtelijke voorschriften.

X